'Degene die mij niet laat praten, die is fout. Niet ik.’‘Hoe wij erachter kwamen dat we gecensureerd waren?’ Aldo Rodriguez herhaalt de vraag terwijl hij loom achterover leunt in een schommelstoel. Hij zit dicht bij het open raam zoekend naar koelte in de benauwde Cubaanse zomer. Als frontman van rapgroep Los Aldeanos, de meest expliciete van alle hiphopgroepen uit de Cubaanse underground, neemt hij geen blad voor de mond over de situatie op het eiland, vijftig jaar na de overwinning van Fidel Castro’s revolutie.
Dutch Writers Camp: op zoek naar de perfecte hitsong‘Als je gaat vissen, denk dan niet als een visser, maar als een vis,’ zegt Ralph Murphy, auteur van het boek Murphy’s Laws for Songwriting. ‘Vissen bijten namelijk niet omdat ze denken: ‘ha, een lekker stukje roestvrij staal’, maar omdat ze denken: ‘avondeten!’. Als het aas zich niet gedraag als ‘avondeten’ zal de vis ook niet happen. Dat is net zo met nummers schrijven. Je moet exact weten voor wie je schrijft, welk genre, welke sfeer. Je moet bedenken: wat verwacht de luisteraar van me?’
Presentatie debuutplaat Ming's Pretty Heroes' in RotownHelemaal aan het begin van haar studie aan de Pop Academy kreeg Ai Ming Oei de opdracht een opstel te schrijven met als onderwerp ‘een dag uit je leven over tien jaar’. Zij beschreef de dag dat ze in Rotown een album zou presenteren. Veel sneller dan gepland komt nu haar droom uit: op 30 september speelt ze daar met haar band Ming’s Pretty Heroes een combinatie van een afstudeerconcert en de officiële presentatie van haar eerste plaat, Ok Mr. Mix.
New Cool doet het met Los Papines en Mapacha Africa‘Ik was mijn hele leven al fan van Los Papines,’ vertelt Jos de Haas, percussionist van de Nederlandse jazzformatie New Cool Collective (NCC). ‘Het was de eerste Cubaanse muziek waar ik naar luisterde. Vorig jaar belde hun tourmanager ineens met de vraag of we in Amsterdam met hen de studio in wilden. Ja, dat wilden we wel.’
Flamenco ontmoet CubaFlamencodanseres en –zangeres Nuria Manglano, beter bekend als La Granaina, maakt een plaat samen met de Cubaanse pianist Ramón Valle. ‘Ik merkte de laatste tijd dat mijn composities door medeartiesten goed werden ontvangen, en ik besloot ze te gaan uitwerken,’ vertelt Manglano. ‘Ramón doet de arrangementen en geeft de flamenco veel latin-, Afrikaanse en funkinvloeden.’ Ook bassist Leslie Lopez, drummer Liber Torriente, percussionist Benjamín Habichuela jr. en flamencogitarist José Luis Montón spelen mee.
Afro-Cubaanse flirt met mainstreamDe getalenteerde jonge pianist Roberto Fonseca, die ooit faam maakte als vervanger van Ruben González bij Buena Vista Social Club, bracht twee jaar geleden het prachtige debuut Zamazu uit. Op de zelfgeschreven latin jazznummers gebruikte hij zijn Afro-Cubaanse roots op een lyrische en gevoelsmatige manier.
Een typisch geval van: het concert was beterDit jaar gaf de Colombiaanse salsazanger Yuri Buenaventura al meer dan veertig concerten in Europa om zijn nieuwe cd Cita con la luz te promoten, met daarop ingetogener repertoire dan we van hem gewend zijn. Voor de tournee had hij een Cubaanse all star band verzameld met zowel oudgedienden als bassist Jorge Reyes, congaspeler Panga en timbalero Changuito, als veelbelovende jonge talenten zoals klarinettist Ernesto Vega. De band bleek een geoliede machine die zijn guajira’s, son montuno’s en bolero’s met plezier, gevoel en improvisatievermogen begeleidde.
‘Dus je wilde salsa? Dan kun je die krijgen ook’De Colombiaanse trompettist, arrangeur en bandleider Luis Francisco Peña Caicedo verblijft sinds 2000 in Amsterdam, waar hij zeer actief is in de latin scene. Drie jaar geleden bracht hij met zijn ensemble FP Barrio Nuevo de plaat Origen uit, waarop hij de muziek van de Colombiaanse Pacifische kust vermengde met rock, jazz en andere stijlen. Nu presenteert hij een pure salsa dura-plaat met de titel Y tú querías salsa? – wat zoiets betekent als: ‘Dus je wilde salsa?’ Hij lijkt te willen zeggen: ‘dan kun je die krijgen ook’.
Goede mestizoplaat tussen bergen rumba-rommelLariba is een in Zwitserland ontstaan collectief van een aantal Cubanen, een Braziliaanse, een Siciliaan, een Mexicaan en een Zwitser. De muziek is pretentieloze, maar rijke en minutieus geconstrueerde mestizo: Telmary meets Manu Chao meets Yerba Buena. Ritmes als son, hiphop, cumbia, jazz, samba, reggae, mozambique, bomba en reggaeton gaan vergezeld van vindingrijke en melodische zang en raps in het Spaans, Portugees, Italiaans en Engels. Cuba is de hoofdmoot: het openingsnummer wordt doorvlochten met een ode aan de Orisha Elegguá en een batá-ritme doet de plaat uitgeleide.
Hergebruikte hits toch frisLiedjesschrijver, ex-reclamejongen en frontman van de Catalaanse band Jarabe de Palo (te vertalen als ‘billenkoek’), Pau Donés, brengt sinds zijn doorbraak in 1996 zonnig sprankelende en plezierig melancholische gitaarsongs volgens een herkenbare formule. Hoewel zijn muziek een ratjetoe van invloeden kent is de Afro-Cubaanse toch wel de belangrijkste. Donés schreef een aantal hits van spectaculair compositieniveau zoals La Flaca, Bonito en Grita.
|