Een varken, drijvend in zijn eigen vet

Wat het beeld Santa Claus van Paul McCarthy - kabouter buttplug - niet kreeg, krijgt Konijntje Snoepfles wel: een plek in de Rotterdamse openbare ruimte. Het beeld, een vijftien meter hoog, groen, lichtgevend konijn met een zuigfles in zijn poot, staat op een toepasselijke plek: bij ijssalon Capri in de Karel Doormanstraat. Want het maakt deel uit van de serie Obeestitas, waarmee beeldend kunstenaar Florentijn Hofman het overmatige consumptiegedrag aan de kaak stelt.

Eerder maakte Hofman een volslanke eekhoorn en een te dikke pinguïn, die hij Michael Moore noemde. In zijn atelier, een oude autoshowroom in Schiedam, ligt een varken met Mickey Mouseoren te drijven in zijn eigen vet. Het zijn verwijzingen naar de Verenigde Staten, zegt Hofman, waar de overdaad vandaan komt. En, zegt hij: ,,Wij gaan ook die kant op.’’ Het is een ,,lekker moralistisch onderwerp maar dan zonder het wijzende vingertje’’. Hofman: ,,Ik stel alleen vragen.’"

Konijntje Snoepfles beschouwt hij als een parodie op de affaire rond het beeld Santa Claus van McCarthy, dat uit de Rotterdamse straten werd geweerd en uiteindelijk op de binnenplaats van museum Boijmans Van Beuningen belandde. Een belachelijke affaire, meent hij. Maar het is de 28-jarige kunstenaar vooral te doen om de maatschappelijk observatie. ,,Ook de eekhoorn stouwt twintig bomen vol met nootjes, maar heeft in de winter maar één boom nodig.’’

Hofmans fascinatie voor fabels en dieren is een terugkerend thema, dat tot uiting komt in grootschalige monochrome dierenbeelden in de openbare ruimte. Vorige maand maakte hij een zwarte kraai voor het Crossing Border festival, geïnspireerd op een Zuid-Hollandse legende. Konijntje Snoepfles is bedacht voor het Rotterdamse festival Sprookjesstad.

In 1999 maakte de toen 22-jarige Hofman naam door een voormalige Duitse kerncentrale te beschilderen met besneeuwde bergtoppen. Maar pas na zijn Vlaardingse Reus (2002), een tien meter hoog konijn dat hij samen met buurtbewoners uit afvalhout maakte, werd hij in Nederland een veelgevraagd kunstenaar.

Zijn onproportioneel grote beelden gaan een dialoog aan met hun omgeving, volgens Hofman ,,om de machtsverhoudingen tussen mens en dier te tonen.’’ Zoals de kolossale rieten muskusrat, een aaibare variant van de grootste bedreiging voor de dijken, die hij op het laagste punt van Nederland plaatste, in Nieuwerkerk aan den IJssel. ,,Uiteindelijk raakten de mensen gehecht aan hun grootste vijand. Maar ik heb hem toch gesloopt.’’

Ook in Beukelsblauw ging hij een dergelijke confrontatie aan met de omgeving. In afwachting van de sloop spoot Hofman de façade van een onbewoonbaar geworden huizenblok aan de Rotterdamse Beukelsdijk effen blauw. ,,Ik wilde rust scheppen in het chaotische straatbeeld en passanten anders naar dit blok laten kijken.’’ Het verpauperde stuk straat in fel blauw is nog steeds een toeristische trekpleister.

Hofman voelt zich als kunstenaar het beste in de openbare ruimte, met tijdelijke projecten. ,,Het beeld wordt een ijkpunt, voorbijgangers merken een verschil. Als het weg is, gaan ze toch anders kijken naar hun stad. Dat is wat er overblijft van zo’'n werk." En de grootte van zijn figuren? Die is niet alleen bedoeld om te confronteren maar ook, zoals hij zegt, ,,om zelf in hun schaduw te kunnen staan.’’

Konijntje Snoepfles, Sprookjesstad Rotterdam, t/m 8 januari. Inl. www.florentijnhofman. nl en www.sprookjesstad.nl

Dit artikel verscheen op 8 december in NRC Handelsblad.