Spriets spriets, krak spletsj, klotserdeklotsVoor het eerst is er dit seizoen bij Jeugdtheater Hofplein een toneelcursus voor kinderen met een verstandelijke handicap. In de lessen is veel structuur, speciale aandacht en zorg. ,,Ik wil iedereen binnenboord houden.” Zeven kinderen zitten in een cirkel en maken gebaren en geluiden. Ze spelen dat ze een koekjesmachine zijn: de een melkt een koe, de ander breekt een ei, weer een ander roert het beslag. Spriets spriets, krak spletsj, klotserdeklots, klinkt het uit hun kelen. Geconcentreerd maar luchtig houdt de lerares continu de aandacht van alle kinderen vast. Als er een stopt met zijn gebaar, doet ze het weer even voor. Spriets spriets, krak spletsj, klotserdeklots. De zeven totaal verschillende kinderen zijn ontspannen en lachen. Wat hen bindt is hun verstandelijke handicap. Voor het eerst is er bij de Jeugdtheaterschool van Jeugdtheater Hofplein een speciale les voor dit soort kinderen. Een keer in de week hebben ze toneel- en dansles. ,,Er hebben altijd kinderen met een geestelijke beperking lessen bij ons gevolgd,” vertelt Annette Lecomte, directeur van de Jeugdtheaterschool. ,,Ze volgden het vaste traject en meestal ging dat goed. Met spel en beweging deden ze mee totdat ze een jaar of zes, zeven waren. Dan begonnen hun leeftijdsgenoten verbaler te worden en op een abstracter niveau te denken. Dat was meestal het moment dat zij afhaakten.” Volgens Lecomte was het daarom beter een aparte les te beginnen voor verstandelijk gehandicapte kinderen. ,,Voor hen, maar ook voor hun klasgenoten. We moesten reëel kijken in hoeverre zij een belemmering waren voor de andere kinderen. Die konden ook niet beperkt worden in hun les.” De nieuwe lessen worden gegeven in kleinere groepen omdat ze meer aandacht en zorg vereisen. Toneellerares Karien de Baat: ,,Je moet zorgen dat je een vaste structuur hebt, altijd hetzelfde begin en einde, voor de houvast. Deze kinderen zijn tien, elf jaar, maar hebben het cognitieve niveau van een kleuter. Toch kun je geen kleuterles geven. Je moet het aangekleder brengen.” Annette Lecomte: ,,In de reguliere lessen zijn we veel met vorm bezig. Theater is voor een groot gedeelte vorm. Hier wordt meer gekeken tot hoever ze kunnen komen en is plezier het belangrijkste.” Elk kind heeft andere aandoeningen en een ander karakter. De Baat: ,,De een heeft continu bevestiging nodig, dan geef ik die, een ander heeft last van afdwalende gedachten en moet steeds bij de les gehouden worden.” In de groep zit een aantal kinderen met autistiforme eigenschappen (vormen van autisme). Bij de dansopdrachten zijn ze soms al na twee stappen afgeleid en dolen ze door het lokaal. In gedachten verzonken staren ze uit het raam of in de spiegel, totdat de docent ze er weer bij roept. De lessen kosten de ouders net zo veel als de reguliere cursus. Dus investeert Hofplein er in. Er is extra opvang nodig, de groep is kleiner en heeft een aparte kleedkamer. ,,In de gemeenschappelijke kleedkamers is het een bende, alles ligt er door elkaar,” vertelt Lecomte. ,,Deze kinderen zouden daarin snel de kluts kwijt zijn.” Ook blijven de ouders de hele middag in de buurt. Sommige van die ouders hebben er een dubbel gevoel bij hun kinderen op een ‘speciale’ les te doen. Enerzijds willen ze hun kind zo gewoon mogelijk opgroeit, anderzijds willen ze dat het mee kan komen in de les en plezier heeft. Yvonne van Neutigem, de moeder van de elfjarige Daniëlle, koos uiteindelijk voor een speciale cursus: ,,Bij de gewone les had ze steeds het gevoel dat ze straf had, omdat ze de opdrachten niet begreep. Het tempo ging te hard.” Rowan (11), een andere jongen die eerder lessen volgde bij Hofplein, komt volgens zijn moeder Maria van Vliet veel liever naar deze les. ,,Hier hoeft hij zich niet zo te bewijzen. Rowan heeft zich net omgekleed en spurt weg, baldadig om zich heen kijkend vanachter zijn kleine brilletje. Voor Lecomte, die zeven jaar bij Jeugdtheater Hofplein werkt, is het project een lang gekoesterde droom. ,,Het moeilijkst was het om de mensen te bereiken. We hebben nu een groep van zeven kinderen. Hopelijk kunnen we uitbreiden. Want er zijn nog veel te weinig activiteiten voor kinderen met een verstandelijke handicap.” Dit artikel verscheen op 26 oktober in het AD/Rotterdams Dagblad.
|