Poëzie met koffie en een koekje in de huiskamer

Tussen de rijen boekenkasten, tafels met groene leeslampjes, de glazen kroonluchter aan het plafond en de oude kastanjeboom achter het raam fluistert een jonge Vlaamse dichteres haar poëzie. Ingetogen vertelt ze over haar reizen, haar prinsessendromen en haar eenzaamheid. De muisstille toehoorders, veelal vijftigers, zitten diep weggezakt in hun fauteuils. Zo nu en dan knabbelen ze een chocoladekoekje weg in het Haagse Damesleesmuseum. Na drie kwartier is het tijd om te gaan. Op naar het volgende pand en een nieuwe dichter.

Het tweejaarlijkse poëziefestival Dichter aan huis in Den Haag beleefde afgelopen weekend zijn achtste editie. Elk uur hielden vijfentwintig dichters een voordracht in vijfentwintig woonhuizen, musea en ateliers. Zaterdagmiddag zorgde een jonge programmering – De Woorddansers, Tjitske Jansen – voor een jonger publiek en zondag kwam een meer grijzende generatie - met net als op eerdere edities veel dames – op Vinkenoog en Lanoye af. Het festival was uitverkocht. Half oktober is er een editie in Gent.

Het Louis Couperus Museum herbergde dichter Serge van Duijnhoven, wiens bulderende credo’s en gedichten weerklonken tussen Indische klederdracht, eerste drukken en schoolplaten uit de tijd van Couperus. Klankdichter Jaap Blonk verbaasde zijn toehoorders met onnavolgbare betekenisloze poëzie in de oude stallen van de Lange Voorhout, tussen de abstracte moderne kunst van Gerard Verdijk van verzamelaar Kees van der Meer.

In het privacytijdperk heeft een festival als dit een bijna voyeuristisch tintje. De bezoeker gaat een onbekend woonhuis in, loopt langs boeken- en cd-collecties, kijkt naar familiefoto’s aan de muur en zit op iemands wc-bril. Gastvrouw Christie van de Haak, kunstenares en eigenaar van het huis van de architect Vera Yanovshtchinsky, vindt het ,,juist leuk om mensen te ontvangen. Zo zien ze ook meteen de architectuur van dit huis, die ze anders niet zouden kennen.” Ook bij haar stonden de limonade en koekjes klaar op tafel. Die gastvrijheid is bijna even belangrijk als de poëzie. Zo kan het volgens organisator Jan Arie de Jong gebeuren ,,dat je bezoekers tegenkomt die zeggen: daar moet je niet heen, daar is de koffie niet lekker.”

De intieme setting biedt wel een uitgelezen mogelijkheid om de auteurs vragen te stellen, met vaak zeer oprechte antwoorden tot gevolg. Dichteres Jo Govaerts vertelde over haar ontmoeting met Wyczlawa Szymborska, wier teksten zij op twintigjarige leeftijd vertaalde. ,,Maar sinds haar Nobelprijs heeft ze een agent en is ze ontoegankelijk geworden. Ze heeft nog wel een literaire salon met een select gezelschap waarmee ze humoristische limericks maakt. Die liggen bij mij thuis op de W.C. Ze zijn onvertaalbaar uit het Pools, helaas, maar ik lig er nog steeds dubbel om.”

Een ontboezeming van een andere Brusselaar en zelfverklaarde ,,toevallige Vlaming” Geert van Istendael – zijn gezin vertrok toen hij peuter was uit het ‘verfransende’ Brussel – : ,,in een niet-meertalige stad als Den Haag voel ik mij een beetje dun.” Waarop een bezoeker antwoordde: ,,Niet meertalig? U zou eens lijn negen moeten nemen.”

Dichter aan huis, 15 en 16 oktober in Gent. Inl. www.dichteraanhuis.nl

Dit artikel verscheen op dinsdag 4 oktober in NRC Handelsblad.