Vraag aan tien mensen de stad Rotterdam te typeren, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Elke Rotterdammer, er geboren of aan komen waaien, heeft zijn eigen band met de stad. Ook in de ontwerpsector. Eén ding komt echter steeds naar boven: de ruimte en de vrijheid die er zijn om te creëren. Letterlijk en figuurlijk. Hoewel veel subsidies zijn stopgezet, wordt er niet lang getreurd: de handen gaan weer uit de mouwen. Initiatieven genoeg.
“In Amsterdam run je een kantoortje, in Rotterdam heb je een werkplaats. Dat is een beetje het verschil. In Rotterdam maak je je handen vies.” Zo licht vormgever Bertjan Pot zijn eigen werk toe dat voor ‘Project Rotterdam’ in museum Boijmans van Beuningen staat. De ingesproken tekst is onderdeel van de PR Audiotour die het bureau T(C),H&M maakte bij de tentoonstelling. Thema: werken in de creatieve stad Rotterdam.
De rest van het artikel is te lezen in de Items van september/oktober, te koop in kiosk en boekhandel. De volgende kaders illustreren het artikel.
Martin Roedolf (1968)
Grafisch vormgever en ideeënontwikkelaar, gespecialiseerd in moderne creativiteit en strategische fantasie. Echte Rotterdammer. Ontwierp voor onder meer Motel Mozaïque, Blend Guerrilla Zine, Locus 010 en zijn eigen concept Wohnzimmer.
“Rotterdam is voor mij een levend creatief organisme, een soort verlengstuk van mijn eigen creativiteit. Rotterdam is eerlijk, en vooral spiegelend. Het is heel simpel: fuck je de stad dan fuckt hij je terug. Het is een pure stad, die zich steeds vernieuwt. Maar je moet Rotterdam ontdekken. De architectuur van de stad is wel zichtbaar - hoewel dat van mij best wat spannender mag – maar de creatieve industrie speelt zich op vele lagen af en is deels onzichtbaar voor de buitenwereld.
Typisch Rotterdamse vormgeving is er denk ik niet. Het zit hem meer in de mentaliteit, het gevoel dat hier heerst. Rotterdam is niet perfect, en pretendeert dat ook helemaal niet te zijn. Deze stad neemt zichzelf niet al te serieus, haar daden wel.
Het enige dat ik nog mis is een internationaal platform waar mensen samenkomen. Een plek die bezocht wordt voor creatieve inspiratie, een vierentwintiguurs-hangout waar je intrigerende persoonlijkheden tegenkomt, creatieve lectuur kunt lezen en nieuwe projecten kunt oppakken.”
Lucas Verweij (1965)
Lucas Verweij is directeur van de Academie van Bouwkunst in Rotterdam. Hij initieerde tentoonstellingen, congressen en debatten op het terrein van architectuur en vormgeving, vanuit ontwerpbureau Schie 2.0 en Premsela.
“De kracht van Rotterdam is haar openheid. Maar het is er niet onmiddellijk gezellig. Dat kost tijd. De stad kan je soms moedeloos maken door haar armoe en grauwheid maar ook opbeuren en inspireren door haar verrassendheid. Het lijkt alsof je je in de stad niet veilig kan verschuilen; als je je draai vindt floreer je, zo niet dan verdor je. Er zit weinig tussenin.
Op het creatieve vlak is Rotterdam vooral voor starters een ideale omgeving. Veel afgestudeerden van de Design Academy in Eindhoven komen hiernaartoe. Goedkope werkruimte is snel te vinden en je kan er relatief ongestoord werken. Er zijn veel eenpitters in de kunst en vormgeving en veel kleine samenwerkingsverbanden in de architectuur.
Typisch Rotterdamse vormgeving vind ik rauw, eigenwijs en conceptueel. Op architectuurgebied: MVRDV, Neutelings-Riedijk, maxwan, Joep en Eric van Lieshout en DaF-architecten. Wat ik mis in Rotterdam? Woningen voor de middenklasse, plekken waar je truffelolie of zelfgemaakte kroketten kan kopen, een voetbalclub die geregeld kampioen wordt, oude luidruchtige – soms dronken – intellectuelen, en een diepgeworteld cultureel netwerk.”
Ben Laloua/ Didier Pascal (1968)
Ben Laloua / Didier Pascal is acht jaar grafisch ontwerper in Rotterdam. Naast zelfgeïnitieerde projecten werkt ze in opdracht van Zaal De Unie, Stedelijk Museum Amsterdam en de Rijksacademie. Ze ontwierp dit jaar de postzegels voor het jubileum van koningin Beatrix.
“Ik kom net terug uit Venetië, een romantische, maar onwerkelijke stad. Rotterdam is open, dynamisch, eerlijk: een ware afspiegeling van de samenleving met al haar goede en slechte kanten. Om te werken is hier veel fysieke, maar ook mentale ruimte. Veel minder dan in andere steden word je in de gaten gehouden door een sociaal netwerk.
Dat de culturele elite hier kleiner is dan in andere Europese steden vind ik jammer. Zo wordt er maar mager gebruik gemaakt van het aanbod van de Schouwburg. Bovendien zijn er maar weinig mensen met meningvormende beroepen in Rotterdam, zoals journalisten of televisiemakers, en weinig opdrachtgevers voor grafisch ontwerpers. Die wisselwerking ontbreekt.
Maar misschien juist door het ontbreken van dat culturele klimaat kun je meer bevragend en vrijer met je werk omgaan. Voor zover je kunt zeggen dat er een Rotterdamse cultuur is – de stad is geen middeleeuwse vesting; er zijn zoveel invloeden van buiten – is die vrij van kaders. Je kunt hier een breder denkraam op je werk hebben. Er zijn bijna geen beperkingen.”
Wieki Somers (1976)
Productontwerper, studeerde aan de Design Academy in Eindhoven en woont sinds 2001 in Rotterdam. Momenteel is haar werk te zien in de groepstentoonstelling ‘Project Rotterdam’ in museum Boijmans van Beuningen. Later dit jaar heeft zij solotentoonstellingen bij Vivid in Rotterdam en begin volgend jaar in Tokyo.
“Rotterdam is de enige stad waar ik me thuis voel. Deze stad is weids, ruig, nuchter, een echte werkstad. Niet lullen, gewoon maken. Er zijn hier nog zoveel open, onbestemde plekken in de openbare ruimte. Ik hoop dat die er blijven. Niet zoals in andere steden, waar alles volgebouwd en dichtgeslibd raakt. In Rotterdam vloeien de havens, de bewoners en de kunst en industrie in elkaar over.
Veel vormgevers hebben deze stad gekozen omdat ze anoniem en ongestoord kunnen werken. Iedereen creëert in zijn eigen atelier, maar we weten elkaar altijd te vinden. Het is een kleine designwereld met een grote creativiteit en originaliteit, zonder opsmuk en onafhankelijk van trends.
Wat typisch Rotterdams ontwerp is? Bij de groep jonge kunstenaars van project Rotterdam zie je dat het werk eerlijk en eigenzinnig is. Dat spreekt me wel aan, net als het klimaat waarin gewerkt wordt. Ik zie Rotterdam als mijn thuishaven, van waaruit mijn werk wordt verscheept naar andere delen van de wereld.”