`Laat mij binnen, ai, laat mij erin!'Bij het programma rond de Spaanse dichter Federico García Lorca, dat Poetry International gisteravond organiseerde, maakten vooral zijn teksten indruk. Een jongeman, het zwarte haar naar achter gegomd, kijkt jolig en levenslustig de camera in. Hij bouwt met zijn vrienden een houten podium in een Spaans dorpje. Dan slaat de sfeer om: de man verschijnt op de planken in een zwart gewaad. Het is de dichter Federico García Lorca, die het personage van de dood vertolkt alsof hij zijn eigen tragische lot voorspelt, voor het vuurpeloton van de rechtse Falange in de Spaanse burgeroorlog. Met dit korte filmfragment – een van de schaarse archiefbeelden van de dichter – begon gisteren het programma van Poetry International over de Spaanse schrijver García Lorca (1898-1936), pianist, componist, tekenaar, maar vooral dichter en toneelschrijver. Zijn worsteling met het leven en zijn verborgen homoseksualiteit mondden uit in een oeuvre doordrenkt van onmogelijke liefde en een fascinatie voor de dood. Tekenend daarvoor is het gedicht De Dood uit de bundel Dichter in New York: ,,Hoe moeizaam! Hoe moeizaam voor het paard om hond te zijn! Hoe moeizaam voor de hond zwaluw te zijn!'' Lorca past goed in het festival, dit jaar in het teken van poëzie en toneel. Door poëzie in zijn toneelstukken te verwerken intensifieerde hij het dramatische gehalte van plot en personages. Volgens samensteller en Lorca-vertaler Bart Vonck voelde Lorca dat hij daarin uniek was. ,,Hij greep voor inspiratie niet terug op zijn Spaanse voorgangers, maar op Shakespeare, die dat ook subliem kon.'' Van het surrealistische toneelstuk Het Publiek werd gisteren voor het eerst in Nederland een scène uitgevoerd. De twee acteurs slaagden erin om de in potentie zware scène – waarin wordt gespeeld met de relatie tussen publiek en acteurs – luchtig te houden. Een flamencogitarist speelde twee op het werk van Lorca geïnspireerde composities. De stukken trachtten de sinstere dreiging van de dood weer te geven. Het verfijnde priegelwerk op de gitaar deed echter verlangen naar een simpele uitvoering van de muziek van Lorca zelf, zoals bijvoorbeeld die van flamencozangeres Carmen Linares op de cd Canciones populares antiguas. De onbestemde geprojecteerde beelden van de Euromast en een randstedelijke snelweg, smeekten om een ander decor: zijn fijnzinnige tekeningen of desnoods een Andalusische patio. Bij het verlaten van de zaal werd Leonard Cohen gedraaid met zijn bewerkte versie van Lorca's gedicht Kleine Weense Wals. Het was een van de keren dat de geest van Lorca uit de fles kwam. Verder zullen we ons heil moeten zoeken bij zijn teksten die, vooral in de vertaling van Vonck, nog altijd actueel zijn. Dit artikel verscheen op 24/6 in NRC Handelsblad
|