Van Binsbergen versterkt betekenis poëzie en prozaJazzgitariste Corrie van Binsbergen componeert muziek bij teksten van bekende Nederlandse schrijvers. Het resultaat van haar opnamen met onder anderen Remco Campert, Kees van Kooten en Toon Tellegen was zo bevredigend dat er cd’s van uitkwamen. Deze maand vinden er in het Bimhuis opnieuw vier concerten plaats. Bij het eerste, op vier mei, werden Ramsey Nasr en P.F. Thomese begeleid door het orkest van Corrie van Binsbergen. Onder leiding van de gitariste speelde het originele arrangementen en improvisaties. Ramsey Nasr breekt de avond aan. De dichter zit in het midden van het podium op een stoeltje. Net iets te lange lichtbruine krullen en een dunne stapel papier in zijn hand. Microfoon vlakbij zijn mond. Het orkest dat om hem heen staat opgesteld bestaat uit een piano, saxofoon, klarinet en fagot, bas, percussie, viool, cello en gitaar. Overdonderend openen de muzikanten, onder leiding van Corrie van Binsbergen, het concert als de ouverture van een opera. Direct wordt duidelijk dat hier een verhaal wordt verteld. De jazz is modern en neigt naar muziektheater. Ook Nasr heeft een openingsstatement. Zijn eerste gedicht ‘credo’ is een aanklacht tegen de ‘pletterlopers’ die Nederland rijk is, dichters die platgetrapte paden bewandelen en in rijmende clichés en makkelijke metaforen schrijven. Schrijvers die in de ‘onwrikbare waan’ verkeren ‘een echte vaticaanse doos likeurbonbons te hebben banketgekakt.’ Hij is van een ander slag: zijn gedichten zijn gewaagd aan improvisatiejazz. Zijn volledige overgave aan de liefde en de poëzie klinkt door aan het einde van hetzelfde gedicht. Ik geloof / in fulpen bloembladen het kapotte karmijn van de avondschimmering in de pronkgedwongen achterwaartse vlucht van de quetzal / zijn lange smaragdgroene staart onhandig stralend omwille van haar / in bespottelijke praalzucht bewijst hij diensten van leven op dood / en ik geloof in baarlijke liefde er staat wat er staat alsof het niets is // vergeleken bij liberiaanse rebellen is ook groepsverkrachting poëzie / aan schuim hecht ik in volle ijdelheid draag ik mijn nacht als een buidel. Van Binsbergen werkt graag met schrijvers die ‘lekker droog’ voorlezen. Maar wat te doen met Ramsey Nasr, die vóór zijn carrière als dichter de toneelacademie doorliep en in een niet onverdienstelijke reeks toneelstukken en films speelde? Het resultaat is zeker anders dan bij de schrijvers van vorig jaar, hoewel ook Toon Tellegen met veel humor en spanning voorlas. Nasrs gedichten zijn een goed geconstrueerde stormvloed aan beelden, betekenissen en klanken. Zijn declamatie is geïntoneerd, sturend en theatraal. Toch krijgt de toehoorder geen overdosis emotie. Tussen de muziek en de door Van Binsbergen gekozen gedichten ontstaat een synergie. Soms wordt de bloemrijke vorm van de gedichten ondersteund, dan weer de priemende maatschappijkritische betekenis. Het gevolg is het ontstaan van beelden. Een dodenstoet van mismaakte dieren op weg naar de laatste bestemming, de onheilspellendheid die een dichter ziet in de wetenschap en het zeurderige geluid en waanzin van aanhoudende hoofdpijn. Daarbij jankt en snikt drummer Alan Purves met de improvisatie mee. De muziek gaat van chaotisch atonaal naar helder en schoon als ochtenddauw. P.F. Thomese, die na de pauze voordraagt, is van een geheel andere stal. De prozaschrijver met een grote liefde voor muziek schrijft niet alleen trage, lange zinnen, maar spreekt ook ingetogen en soms pijnlijk binnensmonds. Droog is het zeker, maar zijn voordracht lijkt te gaan mislukken. Hij zit onhandig op het stoeltje, de microfoon moet versteld worden, zijn woorden zijn nauwelijks te horen. De instrumenten spelen uitdagend hard. Om hem uit de tent te lokken? Mississippi, de blues, Faulkner, cowboys, convertibles, de woestijn, soul, Indianen, ze passeren de revue. Zacht lispelend en ogenschijnlijk ongeïnspireerd dreunt Thomese zijn onderhoudende verhalen op. Alles aan hem hangt naar beneden, behalve zijn haar, dat rechtop staat. Van Binsbergen speelt bij deze verhalen een soort soundtrack, waarin soul- en bluesakkoorden tot een jazzy geluid worden verweven. De prachtige vergelijkingen en cynische humor van Thomese krijgen langzaam maar zeker de bewonderaars en lachers op hun hand. Bij een verhaal over het adres van Mickey Rourke is zelfs de muziek een komische ondersteuning. Thomese is een voyeur en de toehoorders zijn handlangers. Eenmaal op gang vertelt de schrijver het verhaal waarin de hoofdpersoon met een te versieren meisje naar een concert van Solomon Burke gaat. De toeschouwers zijn allemaal witte mannen van middelbare leeftijd. Thomese vindt dat elke blanke vogelverschrikker een slapende neger in zijn ziel heeft zitten. En dat die neger ontwaakt bij het horen van soulmuziek. De heupen van de bleke vijftigers beginnen te bewegen en er wordt ‘gedampt van drift’. Radeloos van opwinding, want ‘het verlengstuk van de ziel zit bij de man in de broek’, probeert hij het meisje te versieren. De actie mislukt faliekant. Zij gaat er met een ander vandoor en de hoofdpersoon mag nog wel even kennismaken met Burke, ‘the king of rock and soul’, die hem vanzelfsprekend helemaal niet begrijpt. De muziek van Van Binsbergen wordt wilder, met stemsamples van hitsige soulzangers. De ‘soultrain’ bereikt een hoogtepunt. Als cowboys die bij de aftiteling van een western wegrijden naar de horizon laten Nasr, Thomese en Van Binsbergen & Band het publiek achter in een bevredigende staat van verwondering. Deze week begeleidt Corrie van Binsbergen een voordracht van Renate Dorrestein. Gezien: 04/05
|