Guerra maakt van een bachata meer dan een bachata

Een keer in de zoveel tijd verschijnt er een cd waarop alles helemaal klopt: opbouw, compositie, instrumentarium, productie, artwork. Een album waar je – zonder het te weten – op hebt gewacht. A Son de Guerra van de Dominicaanse zanger, componist en producer Juan Luis Guerra is zo’n plaat. Na periodes van romantiek, een flirt met soukous, sociaal geweten, Engelstalige ballads en zelfs een ode aan God – Guerra werd op latere leeftijd lid van de Pinkstergemeente – is deze recordhouder Latin Grammy’s nu terug op het niveau van zijn internationale succesplaten Ojalá que llueva café en Bachata Rosa. Zijn elfde album A Son de Guerra opent met de merengue No Aparecen, waarop de langgerekte vocalen, natuurmetaforen en achtergrondkoortjes een aangename echo van die topplaten laten weerklinken. Daarna is er een ‘nieuwe’ Guerra te horen waarin al zijn muzikale bagage bijeen komt en hij salsa, merengue, guajira, bachata en mambo soepel vermengt met pop, r&b en een zweempje hiphop. Zo presenteert hij een poppy tweetalige mambo, een sfeervolle Caribische blues, zingt hij een latinrockduet met Juanes en volbrengt hij de onmogelijke taak een bachata als veel meer dan een bachata te laten klinken (Bachata en Fukuoka - de eerste single). A Son de Guerra is een droom van een plaat voor zowel diegenen die La Bilirrubina en Burbujas de Amor begin jaren negentig als de soundtrack van een zomer beschouwden, als voor een heel nieuwe generatie latin- en mestizoliefhebbers.

Deze recensie verscheen eerder op MixedWorldMusic.com