De drummer van Waylon moet zich altijd inhouden

Toen hem tijdens zijn auditie voor een plek aan Pop Academy werd gevraagd wat hij later wilde worden, zei hij ‘tuinman’. Dat grapje werd hem niet geheel in dank afgenomen. Ook schreef hij op zijn aanmelding dat hij graag les wilde van ‘Hans van Oosterhout’ terwijl de beroemde drumdocent – voor wie veel studenten in Rotterdam gaan studeren – daar Hans Eijkenaar heet.

‘Toch was het waarschijnlijk niet daarom,’ verklaart Maarten Hemmen met een glimlach, ‘dat ik bijna niet werd aangenomen aan de Pop Academy. Het was vooral omdat ik geen visie had. Ik wist niet wat ik wilde. Bovendien kon ik vrij weinig: drie grooves en een paar fills. Ik was pas op mijn vijftiende begonnen met spelen.’

Ironisch genoeg waren het diezelfde Hans Eijkenaar en zijn collega Juan van Emmerloot die zich er sterk voor maakten deze jonge drummer toe te laten. Hemmen: ‘Achteraf heeft dat mijn respect voor hen alleen maar vergroot. Ik vind het heel knap dat zij ondanks alles mijn potentieel zagen.’

Hemmen (Vlagtwedde, 1986) ziet het achteraf als een voordeel dat hij zo ‘onbeschreven’ aan het conservatorium begon. ‘Het was een beetje toeval dat ik hier terecht kwam, ik wilde vooral gewoon het huis uit en Rotterdam leek me wel wat. Maar doordat ik helemaal blanco op deze school terecht kwam, was alles nieuw en verrassend, en heb ik ontzettend veel geleerd. Ik heb ook niets af hoeven leren, wat veel muzikanten wel moeten als ze op het conservatorium beginnen.’

Pas halverwege het derde jaar begon Hemmen te ontdekken wat hij wilde. ‘Toen besefte ik dat naar de Pop Academy komen de beste keuze van mijn leven is geweest. Ik heb vier jaar lang ongelooflijk hard gestudeerd, ik was een spons, nam alles op.’ Afgelopen juni studeerde Hemmen af met een tien. Tijdens het eindexamen speelde hij popmuziek, een drumsolo, een dance-set en een aantal nummers met een drumtrio. Hij schreef, arrangeerde en produceerde alles zelf.

Vlak daarna werd hij gevraagd als drummer in de band van Waylon, de eerste Nederlandse soloartiest met een contract bij het Amerikaanse soullabel Motown. Waylons debuutalbum stond wekenlang in de Nederlandse album top 100. ‘Dat is nu mijn hoofdbezigheid. We spelen zoveel dat er bijna geen tijd over blijft voor andere dingen.’

Hoewel het geen ingewikkelde muziek is, kan Hemmen veel van zichzelf in het spel met Waylon kwijt. ‘Het is hele intentievolle muziek. Bovendien hoef ik – hoewel ik in eerste instantie toch de groove moet dragen en de boel vooruit moet stuwen - niet elke gig hetzelfde te spelen, ik mag variëren. Toch moet ik me inhouden, ik wil altijd meer. Maar dat heb ik zelfs bij jazz. Ik moet me altijd inhouden.’

Impulsief speelt hij, intuïtief. ‘Ik speel zoals ik ben. En ik luister heel muzikaal. Ik ben altijd bezig met statements maken, met reageren, met harmonie, met communicatie. Ik heb een geweldige interactie met toetsenist Ferry Lagendijk. We zitten allebei op een riser. Soms zitten we zó op elkaar te kicken! Ik heb die interactie nodig, anders raak ik verveeld. Maar inmiddels heb ik wel geleerd om ook gewoon van een groove te genieten.’

Hemmen heeft thuis een studiootje waar hij muziek van vrienden en bekenden produceert, maar heeft daar momenteel weinig tijd voor. Wel gaat hij nogal eens in op verzoeken om in te vallen als freelance drummer. ‘Laatst werd ik gebeld om met Gordon een televisieoptreden te doen bij de uitreiking van de Gouden Notenkraker. Nu zou je denken dat dat niet echt een uitdaging is, maar dat was het wel: ik kreeg de cd pas de avond ervoor, moest mijn partij zelf uitschrijven, de backing track op een click zetten – de violen en het koor lopen bij Gordon namelijk op band mee – en het op de avond zelf in een keer goed spelen, live, exact zoals op de plaat, voor het televisie kijkende publiek. Da’s toch spannend.’

Met het geld van het stipendium kocht hij wat studiospullen en gaat hij waarschijnlijk binnenkort een studiereisje maken. Wat voor dromen heeft een cum laude afgestudeerde, veelbelovende popdrummer? ‘Mijn dromen zijn net zo impulsief als die twaalf kopjes koffie die ik drink omdat ik ben vergeten dat ik er al elf op heb. Ik zou wel met VanVelzen willen spelen. Of bij Beyoncé. En tevreden zijn met mijn eigen spel. Ik hoef het niet super te vinden, gewoon tevreden zijn. Dat is wel een droom die ik heb.’

Dit artikel staat in het winternummer van Codarts Magazine