'Passie hoeft niet van ver te komen'Toen flamencodanseres Harriet IJssel de Schepper, alias Kika, een keer werd geïnterviewd op televisie, nam ze voor aanvang van het vraaggesprek de interviewster apart. Ze verzocht haar om alsjeblieft niet te vragen waarom zij als Nederlandse flamenco was gaan dansen. ‘Als we die vraag skippen,’ redeneerde Kika, ‘blijft er meer tijd over om over mijn vak te praten.’ Kika (Oegstgeest, 1967) was 17 jaar toen ze voor het eerst naar een flamencoconcert ging. ‘In die tijd was dat heel speciaal. Nu is flamenco vrij gewoon geworden, toen was er slechts een klein publiek voor. Wat mij het meest raakte was dat er live muziek werd gemaakt, live werd gezongen, en ook nog werd gedanst.’ Ze kan zich 25 jaar later nog goed herinneren hoe ze naar de voorstelling zat te kijken. ‘Het ging direct over emotie. Ik vond de muziek ook mooi, maar een zanger die naar een danseres zingt, dat directe uitwisselen van energie, dat kwam toen echt over me heen. En dat gevoel heb ik nu nog steeds bij flamenco.’ In die periode had Kika al plannen om naar de Rotterdamse Dansacademie te gaan. ‘Ik heb vier jaar moderne dans en dansexpressie gestudeerd. Al die tijd had ik flamenco als hobby; op vrijdagavond ging ik naar flamencodansles. Na de opleiding vertrok ik naar Madrid en ben daar uiteindelijk twee jaar gebleven – ik had gewoon zin om naar Spanje te gaan en flamenco te dansen.’ Ze moest helemaal opnieuw beginnen. ‘Omdat ik tijdens mijn opleiding moderne dans goed heb leren kijken, leerde ik wel snel, maar in principe moest ik met de flamenco bij nul beginnen.’ Als docente merkt Kika nu dat haar leerlingen vaak het begin willen overslaan. ‘Maar dat kan niet. Net of je Russisch gaat leren zonder het schrift en de uitspraak te kennen.’ Flamenco dien je je volgens haar langzaam eigen te maken. ‘Het begrip van een flamencostuk zit niet in je hoofd. Het is puur gevoel. Je moet het leren door de basis te begrijpen. De zoektocht naar die basis is eindeloos leuk. Pas op mijn 35ste had ik het gevoel dat ik me die eigen had gemaakt, en daar mijn eigen ding aan toe kon voegen.’ Een belangrijke term is volgens Kika de ‘sentido’ van een lied, een stuk of een dans. Sentido betekent zoveel als ‘intentie’, maar ook ‘betekenis’ en ‘gevoel’. ‘In de flamenco vertel je geen verhaal. Ook in de dans niet. Anders dan bijvoorbeeld bepaalde Indiase dansen, die een heel epos uitbeelden, is flamenco simpelweg een uitwisseling van energie en gevoel.’ Voor Kika is de zang daarin van groot belang. ‘De zanger bepaalt in de flamenco veel van de opbouw en de structuur. Zang motiveert je om te bewegen, maakt je doel veel duidelijker. Er zijn zangers die puur voor de dans zingen.’ Dat kan heel fysiek zijn. ‘Als de zanger moet ademhalen of wanneer hij naar een climax toewerkt, dat zijn voorbeelden van cruciale momenten om te volgen met je dans.’ Ze gaat verder: ‘Dus als je de zang goed volgt, of zelfs zelf zingt, krijg je beter die ‘sentido’ te pakken. Ik zing altijd tijdens mijn lessen. Het verduidelijkt een hoop. Flamenco is voor mij echt muziek. Die doet mij bewegen. Niet de esthetische kant. Sommige mensen zijn gek op de jurken. Ik vind die ook mooi, maar voor mij is de basis echt de muziek.’ Kika geeft les aan de (gitaar)studenten van de studierichting Flamenco van de Rotterdam World Music Academy. ‘Ik dans in hun lessen voor dansbegeleiding. Voordat ze solo gaan, is het voor flamencogitaristen belangrijk dat ze goed leren begeleiden.’ Daarnaast heeft ze haar eigen lespraktijk in Amsterdam. Met haar groep Flamenkika werkt Kika aan multimediale en multidisciplinaire producties, waarin dans, muziek, theater, poëzie, natuurgeluiden en licht samenkomen. ‘Ik gebruik teksten van Nederlandse dichters, zoals J.C. Bloem en Vasalis. Daarin zit ontzettend veel hartstocht en ontlading. En dat is weer heel erg flamenco. Passie hoeft echt niet van ver te komen.’ Dit artikel staat in het winternummer van Codarts Magazine
|