'Je wortels liggen daar waar je ze vindt'

Hij vertelt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar zijn verhaal hangt van bijzondere gebeurtenissen aan elkaar: Jean-Christophe Bonnafous trok op 27-jarige leeftijd naar India op zoek naar het geluid van de bansuri-fluit en werd daar meteen leerling van grootmeester Hariprasad Chaurasia. Zes maanden zat de Fransman in Nederland op het conservatorium.

Bonnafous (Perpignan, 1977), die afgelopen zomer afstudeerde aan de Rotterdam World Music Acadamy van Codarts en nu een master doet in dezelfde richting, vertelt: ‘Ik had filosofie gestudeerd met een bachelor in humanitaire hulp en wilde in die richting verder gaan. Toen ontdekte ik het geluid van die fluit. Ik vertrok naar India en werd direct verliefd op de Indiase muziek.’

In Bombay kocht hij een instrument en begon hij te spelen. ‘Maar ik merkte dat ik sturing nodig had,’ vertelt hij. Hij zocht bansuri-virtuoos Hariprasad Chaurasia op. ‘In India kun je dat doen, ook al ben je niet gevorderd. Als een docent je op een intuïtieve manier mag, neemt hij je aan als leerling.’ En zo gebeurde het.

Met Chaurasia had Bonnafous meteen de grootste vernieuwer en vertolker van de bansuri-muziek te pakken. ‘Vroeger was het echt een instrument voor volksmuziek. Chaurasia heeft de techniek en klank verder ontwikkeld en er een klassiek muziekinstrument van gemaakt. Hij heeft de cultuur van de bansuri veranderd.’ Lachend: ‘Nu is hij een oude man, maar nog steeds kan niemand hem bijhouden.’

Na die periode in India kreeg Bonnafous een baan in Irak bij een humanitair project, maar hij koos er toch voor naar Rotterdam te komen, waar Chaurasia naast bansuri-docent artistiek leider is van de afdeling Indiase muziek. ‘Toen ik toelatingsexamen deed hoorde ik dat ik het eerste jaar mocht overslaan. Vanaf dat moment ben ik alleen voor de muziek gegaan.’

Na een paar jaar kreeg Bonnafous de kans om met zijn mentor op tournee te gaan. ‘In de traditionele Indiase muziekstudie is dat een normaal onderdeel van het leerproces. Ik heb hem onder meer begeleid in Oekraïne, Zwitserland en Nederland. Daar ben ik erg dankbaar voor.’

Een van de belangrijkste dingen die Bonnafous aan de World Music Academy heeft geleerd, is dat je niet Turks hoeft te zijn om Turkse muziek te spelen, en niet Zuid-Amerikaans om salsa te doorgronden. ‘Ik ben een Fransman, maar mijn referentiekader is de Indiase muziek. Daar voel ik me sterk mee verbonden. Je bent niet gebonden aan de cultuur waarin je bent geboren. Je hebt een keuze. Onze wortels liggen daar waar wij ze vinden.’

Dit jaar is Bonnafous begonnen met de tweejarige master. Binnen die opleiding heeft hij zich tot doel gesteld een compositie te schrijven waarin klassieke Indiase muziek en westerse ‘minimal music’ elkaar vinden. Hoe dan ook zal hij de bansuri als basis gebruiken. ‘Ik wil dat mensen de kans krijgen deze fluit te horen. Hij heeft zo’n enorme invloed op mijn leven gehad. Ik wil mijn liefde voor het instrument delen.’

Naast school is de Fransman actief met het organiseren van de succesvolle reeks Full Moon-concerten. Ook dat heeft een wonderlijke voorgeschiedenis. Bonnafous: ‘Ik verzorg een dag per week een jonge vrouw, Evelyne. Zij is, behalve haar handen, volledig geparalyseerd. In november 2008 kregen Evelyne en ik het idee om een concert in het WMDC te organiseren met diverse soorten muziek, dat zij zou kunnen bijwonen. Ze koos onder meer flamenco, een klassiek pianostuk en wat Turkse muziek.’

Ondanks dat Evelyne het concert moest missen wegens een ziekenhuisopname was de avond een groot succes. ‘Hoewel het nooit het doel was geweest, werd het een maandelijkse avond die nog steeds een van de meest drukbezochte van het WMDC is,’ vertelt Bonnafous. ‘Evelyne heeft wel andere avonden bezocht. Ze kan niet rechtop zitten, maar met haar bed kan ze dansen als een waanzinnige.’

Bonnafous organiseert de avonden samen met de Mexicaanse bansuri-studente Aura Rascón. ‘Een ander doel van de Full Moon-concerten is om studenten de kans te geven zich te presenteren voor een publiek. Soms is het eindexamen hun eerste officiële concert. Bij Full Moon kunnen ze experimenteren en ervaring opdoen. Bovendien is het leuk om te ontdekken waar je medestudenten mee bezig zijn, en om diverse disciplines te vermengen. En we leggen alles vast op video en audio, zodat studenten promotiemateriaal hebben van hun projecten.’

Dit stuk staat in het winternummer van Codarts Magazine