Presentatie debuutplaat Ming's Pretty Heroes' in Rotown

Helemaal aan het begin van haar studie aan de Pop Academy kreeg Ai Ming Oei de opdracht een opstel te schrijven met als onderwerp ‘een dag uit je leven over tien jaar’. Zij beschreef de dag dat ze in Rotown een album zou presenteren. Veel sneller dan gepland komt nu haar droom uit: op 30 september speelt ze daar met haar band Ming’s Pretty Heroes een combinatie van een afstudeerconcert en de officiële presentatie van haar eerste plaat, Ok Mr. Mix.

Oei (Dordrecht, 1985) wist al jong wat ze wilde. ‘Ik ben zo iemand die op ballet zat, blokfluit, piano, zang. Ik heb ook de vooropleiding dans gedaan bij Codarts. Op de middelbare school kwam ik in allerlei bandjes terecht. In de vierde klas ging ik een jaar naar Amerika. Daar kwam alles echt in een stroomversnelling.’

Op de high school werden artistieke vaardigheden flink gestimuleerd. Oei: ‘Er was een apart gebouw voor alleen muziek, en elke dag waren er repetities. Ik was solist in het vocal jazz-koor, waarmee we alle wedstrijden wonnen. Als er ergens een concours was dan kreeg je soms vijf dagen vrij van school om met de schoolbus op reis te gaan. Ja, het was heel competitief. Als je iets had gewonnen werd je naam omgeroepen door de luidsprekers op school.’

Aan het eind van dat schooljaar kreeg Oei de Award for Best New Musician. De hele ervaring sterkte haar vastberadenheid om muzikant te worden. ‘Hoewel ik in Nederland nog drie jaar middelbare school moest doen was ik in mijn hoofd al bezig met mijn zangcarrière. Met waar ik auditie ging doen, dat soort dingen.’

Ze werd aangenomen op de vooropleiding in Rotterdam. ‘In dat jaar werd me duidelijk dat de Pop Academy echt iets voor me was, dat daar mijn kracht lag. Ik ontdekte dat ik liedjes kon schrijven. Ik ben niet echt een all rounder. Ik ben geen typische sessiezangeres. Ik houd meer van het organiseren van mijn eigen project, het polijsten van de sound, het ondernemen.’

Al gauw had Oei haar eigen band bij elkaar, Ming’s Pretty Heroes. ‘Vier jaar lang heb ik me daarop gestort. Ik begon met alleen een gitarist, in singersongwriter-stijl. Daarmee heb ik geleerd intiem te spelen en contact met het publiek op te bouwen. Aan het eind van het eerste jaar deed ik met mijn band een show in Waterfront met eigen nummers. Het was de presentatie van mijn in eigen beheer uitgebrachte EP Cut off From Gravity. Daar heb ik op doorgebouwd.’

Oei haalt onder meer inspiratie uit het repertoire van zangeressen als Fiona Apple, Tori Amos en Kate Bush, hetgeen ook in haar muziek te horen is. ‘Ik heb al hun nummers gezongen. Maatwisselingen, de keuze van de akkoorden, dat soort dingen heb ik van hen geleerd. Dat het niet per sé tonaal moet zijn.’ Maar ook bands als Muse, The National Bank uit Noorwegen en de Canadese zangeres Feist behoren tot haar invloeden.

Inhoudelijk zijn Oei’s nummers intiem, beschouwend en origineel. ‘Ik zing wel over de liefde, maar dan vanuit verschillende perspectieven. Dus bijvoorbeeld over het feit dat als je verliefd bent al je creativiteit wegstroomt. En dat je daarvan kan balen. Of over kritiek die je krijgt op je keuzes.’

Een jaar geleden nam Oei haar eerste album op in Antwerpen. Daarna begon het proces van het zoeken naar een platenmaatschappij. ‘Bellen, e-mailen, showcases organiseren, gastenlijsten. Langzaamaan kreeg men er lucht van dat ik bestond.’ Uiteindelijk won ze bij de NCRV-radio de wedstrijd Open Podium, waardoor ze opviel bij platenbaas Kees Klop van Coast 2 Coast. ‘Zowel de NCRV als het label investeren nu in mij. Daardoor is er meer mogelijk.’

De plaat Ok Mr. Mix wordt dus gepresenteerd op 30 september in Rotown, en komt uit in de Benelux en wereldwijd via iTunes. ‘De reviews moeten dus nog komen. Ik ben heel benieuwd of de plaat aan gaat slaan. Het belangrijkste is dat de nummers gedraaid worden, dat het verhaal boven komt drijven. Het is een moeilijk moment voor de muziekindustrie, maar ik blijf er boven op zitten.’

De eerste single van de plaat, Fled, is een heel persoonlijk nummer. ‘Het gaat over mijn vader, die als kleine jongen met zijn gezin uit Indonesië naar Nederland kwam. Hij was de oudste van vier kinderen, en werd daardoor een beetje aan zijn lot overgelaten. Dat is me altijd aan het hart gegaan. Toen ik het een keer zong met mijn ouders erbij, hield ik het niet droog. Ik denk dat hij wel trots op me is.’

Dit stuk staat op de Rotterdam Pop Academy-site van Codarts.