“Wij zijn het wendbare Engelse scheepje tegenover de logge Spaanse armada”

‘De muziekindustrie? Welke muziekindustrie? Het collectief is de toekomst, de nieuwe muziekindustrie zijn we nu zelf,’ tekende de Volkskrant eerder dit jaar op uit de mond van Cas Boland en Michel Thomassen van het Utrechtse collectief Boemklatsch. Het is een geluid dat vaker klinkt: de Myspace-generatie gaat het eens even heel anders aanpakken. Maar hoe dan wel? Wat is nou de kracht van het netwerk?

Op de Amsterdamse Kalverstraat houden Manne van der Zee en Phil Horneman kantoor. Samen startten zij zeven jaar geleden het collectief Wicked Jazz Sounds (WJS), dat behalve de initiatiefnemers inmiddels zes vaste dj’s, een poule van 20 tot 25 muzikanten en vj’s en een marketing en pr-medewerker telt. Met al zeven jaar een vaste clubavond op zondag, zes populaire compilatie-cd’s en sinds kort een eigen Wicked Jazz Sounds Band is WJS een succes te noemen.

‘Ik heb net voor een man of tien publishing contracts gemaakt,’ vertelt Van der Zee, refererend aan de onlangs verschenen cd van de WJS Band. ‘Dat geeft zo’n beetje aan hoe wij werken. Een groot deel van de muziek is geschreven door gitarist Laurens Priem en toetsenist Gilian Baracs, maar iedereen heeft zijn steentje bijgedragen. De nummers zijn organisch gegroeid binnen het collectief. We hebben iedereen om schetsen en ideeën gevraagd, omdat we een divers geluid wilden laten horen met een feel van de hele familie.’

Het woord ‘familie’ valt geregeld en illustreert hoe de initiatiefnemers hun netwerk zien. Van der Zee: ‘Wij zijn weliswaar executive producers, label en management van de band, toch voelen we ons er ook een deel van, ook al staan we niet fysiek op het podium. We werken met een afwijkend model: het geld om deze cd te maken heeft de hele familie bij elkaar gespeeld. Er komen opbrengsten uit de compilatie-cd’s, optredens en bedrijfsfeesten. Die investeren we in nieuwe projecten.’

Organisch
Helemaal self made dus en bottom-up werken Van der Zee en Horneman aan het verspreiden van hun dansbare jazz. Van der Zee: ‘We waarborgen een artistieke kwaliteit omdat we het al zo lang doen, omdat we er zelf altijd bij betrokken zijn en we ons verantwoordelijk voelen. We hebben oog voor detail; zelfs voor hoe op een feest de ruimte is ingedeeld. Vorige week stond ik nog met een zwabber de vloer te dweilen, omdat ik het niet schoon genoeg vond. Anderen doen dat niet, of erger nog: ze zien het niet.”

Ondanks dat WJS inmiddels ook vaste clubavonden heeft in onder meer Enschede, Leeuwarden en Frankfurt, is hun jongensachtige enthousiasme nooit verdwenen. In de begindagen van WJS duwde Van der Zee in Paradiso dansende mensen flyers in het gezicht om zijn feesten te promoten. Toen ze zelf in de poptempel geboekt werden, konden ze het niet geloven. Van der Zee: ‘De eerste keer dat we in Paradiso stonden heb ik twee biertjes meegenomen uit de kleedkamer. Die hebben nog heel lang in mijn koelkast gestaan, ik heb ze echt gekoesterd.’ Horneman: ‘We hebben inmiddels met grote namen gedraaid, en in zalen als het Concertgebouw en Beursplein 5. Af en toe knijp ik mezelf nog in de arm en vraag ik me af of het echt waar is wat we allemaal hebben bereikt.’

Ook het woord ‘organisch’ klinkt vaak. Horneman: ‘Vanaf het begin was alles wat we deden een logisch vervolg op wat we daarvoor hadden gedaan. Het kwam allemaal op ons pad. We zijn ontstaan in de Amsterdamse nacht. Daar hebben we jarenlang in gespeeld, en dan kennen mensen je, ze zoeken je uit. Vanaf het begin zijn we omringd geweest door muzikanten. Het enige dat wij als organisatie doen is de structuur bieden om met al dat talent mooie dingen te maken.’

‘Er is ook een organische taakverdeling tussen ons tweeën,’ vertelt Horneman. ‘We maken bijna nooit ruzie. We hebben twee heel verschillende karakters, maar staan open voor nieuwe inzichten en ideeën. We zijn geen twee kapiteins op één schip. Dat zie je vaak, dat er twee ego’s aan het roer staan en meestal gaat dat fout.’ Van der Zee: ‘En omdat we klein zijn houden we ons staande in de muziekwereld. Wij zijn het kleine wendbare Engelse scheepje dat goed kan manoeuvreren tegenover de logge Spaanse armada.”

Katalysator
Uiteindelijk gaat het erom, in de woorden van Phil Horneman, ‘mooie projecten de wereld in te schoppen’. En dat geldt ook voor Muzieklab Brabant (MLB). Het productiehuis ontstond in 2001 toen programmeurs en directies van de Brabantse podia een plek wilden om nieuwe producties te ontwikkelen met de eigen scene, in de eigen omgeving. Sindsdien is MLB de spin in het web van talloze innovatieve muziekprojecten als The Ringtone Society, Jacob TV en Air Sensible.

‘Het leggen van verbindingen staat bij ons centraal,’ vertelt Gert Gering, producent van MLB: ‘Het project Playlab organiseerden we bijvoorbeeld op 8 podia in verschillende steden in Nederland. Elke lokale programmeur benaderde in zijn eigen netwerk vijf muzikanten uit verschillende genres die elkaar niet kenden. Eén persoon bedacht een rode draad. Ze repeteerden een middag, en ’s avonds speelden ze meteen. Deze formule hebben we van 2002 tot 2008 elk seizoen uitgevoerd.’

Gering: ‘We zijn de katalysator van dit soort projecten. Ons balboekje staat als het ware heel erg vol. We brengen deze mensen bij elkaar, en die mensen hebben weer hun eigen netwerken, net als de programmeurs van de verschillende zalen. De reikwijdte van de netwerken die binnen Muzieklab ontstaan, en het feit dat we buiten de gebaande paden gaan, is denk ik de formule van ons succes. We verenigen diverse kunstdisciplines binnen een project.’

Volgens Anneke van Oel, algemeen coördinator van MLB, gaat het in beginsel om de muziek. ‘Maar ons doel is drieledig. Als eerste willen we de muzikant verrijken met nieuwe ervaringen en genres. Daarnaast willen we het productieklimaat in Brabant verbeteren, en als derde willen we een geïnteresseerd publiek bereiken en deze programma’s aanbieden. Maar ook pers, programmeurs en dergelijke vallen binnen deze laatste doelgroep.’ Gering: ‘De bundeling van al die krachten, het succesvol koppelen van mensen, dat geeft ons bestaansrecht.’

Geluidsbeleving
Aan de hand van een voorbeeld legt Gering uit hoe ver zo’n netwerk kan reiken. ‘Stefan Robbers van Acid Junky klopte bij ons aan. Hij vroeg zich af hoe het zou zijn om een ruimtelijke geluidservaring te creëren, met andere woorden, hoe het zou klinken als je bijvoorbeeld de hihat de zaal rond zou kunnen laten gaan. Samen met de TU Eindhoven hebben we toen M.A.S.E. ontwikkeld, een software waarmee dat kan. Je krijgt dan dus een zintuiglijke ervaring van geluid. Stefan deed er een aantal shows mee, waaronder op het Amsterdam Dance Event.’

‘Vervolgens kwamen elektronicacomponisten Rob van Rijswijk en Jeroen Strijbos op het idee om M.A.S.E. te gebruiken voor een project in samenwerking met twee accordeonisten. We stelden aan November Music voor of dat project bij hen in première kon gaan. Samen met dat festival hebben we twaalf optredens geregeld. Dus wij zorgden voor shows, maar ook November Music en de band zelf; iedereen brengt contacten in uit zijn eigen netwerk. Het is als een olievlek.’

‘Op dit moment zijn we met mensen uit Miami, Berlijn en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht aan het praten over hoe we M.A.S.E. kunnen verbeteren en toepassen. Dus ook het onderwijs is er nu bij betrokken.’ Het product van Muzieklab is volgens Van Oel ‘verbindingen’ en een ‘klimaat’. Gering: ‘Het is niet meetbaar wat we doen. Het gaat erom een nieuw gedachtegoed te creëren, een ‘feest voor de geest’, en dat dat weer een eigen leven gaat leiden. Dan is het goed.’

Merkbekendheid
Net als bij Wicked Jazz Sounds gaat het bij Muzieklab Brabant zowel om het proces als om het resultaat, maar nooit staan de initiatiefnemers daarbij in het middelpunt van de aandacht. Bij MLB vragen ze zich af of ze zichzelf niet te veel hebben weggecijferd. Van Oel: ‘We vertegenwoordigen de muzikanten en de projecten; de maker staat altijd vooraan. Maar in deze tijd is naamsbekendheid belangrijk en moet je jezelf meer profileren als merk, als organisatie. Je naam wordt dan geassocieerd met kwaliteit’

En hoewel Wicked Jazz Sounds vanuit liefhebberij is ontstaan en niet vanuit een concept, hebben Manne van der Zee en Phil Horneman vanaf het begin een sterke merkuitstraling gehad. Van der Zee: ‘We proberen één lijn te brengen in alles, van de muziek en het artwork tot hoe de mensen geholpen worden in de garderobe. Het gaat om de totale sfeer; we willen de lol die wij zelf hebben overbrengen op het publiek. Dat kan ver gaan: soms tot in de kleuren in het licht. Daarmee wordt het denk ik een collectief. En méér dan de som der delen.’

Hij vervolgt: ‘En zo bouw je een reputatie op, word je langzaam herkenbaar en ontstaat er een achterban. Kijk, en dan kun je gaan experimenteren. Dan is het niet erg als je af en toe een fout maakt, of er iets even wat minder gaat.’

Vanzelfsprekend gebruiken deze twee organisaties netwerksites om hun boodschap over te brengen. Horneman: ‘Ja, we doen nu alles op Hyves, Facebook, Myspace en dan nog wat postertjes voor de visibiliteit in de stad.’ En net als bij Muzieklab Brabant is het verschil tussen lokaal en globaal verdwenen. Anneke van Oel van MLB legt uit: ‘We zijn gehuisvest en geworteld in Brabant, maar we werken ook nationaal en internationaal. Dat is verwarrend. Maar het zegt vooral iets over de fysieke plek waar projecten worden bedacht en vaak uitgevoerd.’

Struikelblokken
Bij Muzieklab Brabant zijn – in tegenstelling tot WJS – subsidiënten in het spel. MLB ontvangt structurele subsidie van het Ministerie OCW, de Provincie Noord-Brabant en de Gemeente Tilburg. ‘We hebben altijd te maken met projecten die niet bij voorbaat succesvol zijn,’ vertelt Gering, ‘dus we hebben het altijd over geld en een potentiële afzetmarkt. Ik ben voortdurend bezig met het scheppen van voorwaarden, voor onze projecten. Dat kan wel eens moeizaam verlopen, zeker in deze tijden van crisis. Als je altijd afhankelijk bent van derden, ben je kwetsbaar.’

Iets anders waar MLB tegenaan loopt zijn de verschillen tussen subculturen. Het productiehuis streeft naar het samenbrengen van diverse disciplines, en moet daar een hoop smeedwerk bij verrichten. ‘Mensen houden vaak vast aan hun eigen codes en mechanismen,’ vertelt Van Oel. ‘Wij proberen daar niet voor te buigen, want het gaat ons juist om die verbindingen. Maar soms is dat lastig. Hoewel, uit eventueel minder geslaagde projecten ontstaan vaak weer andere ideeën en samenwerkingsverbanden. En daar gaat het uiteindelijk om.’

Ook WJS heeft de nodige leermomenten gekend, maar dan door gebrek aan ervaring. Van der Zee: ‘Aan het eerste feest dat we gaven, waren alle basisdingen die fout konden zijn, fout. Het was de verkeerde avond, de toegangsprijs was te hoog, er waren maar een paar mensen. Maar de flyer was heel cool, en de paar mensen die er waren bleven tot het eind.’ Hij lacht. ‘We hebben direct daarna een evaluatielijst gemaakt met twee kanten: goed en slecht. Dat wel: we leren snel van fouten.’

Dansen met een glimlach
Wat bij beide organisaties vooral opvalt is de enorme liefde en passie voor muziek. Horneman: ‘We zijn muziekfanatici tot op het bot. En muzikaal wilden we een feel good vibe creëren, ons motto is dan ook ‘dance with a smile’. Nu zie je dat meer, maar toen we begonnen was er een tendens van housefeesten met pillen en coke: een in zichzelf gekeerde wereld. We dachten toen: laten we in godsnaam een feestje organiseren voor de gezelligheid, waar mensen mét elkaar dansen.’ Het bleek de geboorte van een nieuwe markt te zijn.

Van der Zee: ‘Omdat we klein zijn, moeten we soms obsessief met een ding bezig zijn, en de rest een beetje laten. Nu concentreren we ons op het label. Onze missie is om de wereld te veroveren, maar wel stapje voor stapje. Dat vinden we niet erg: we beginnen pas aan de volgende stap als we er klaar voor zijn.’ Horneman: ‘Mijn grote helden, zoals Miles Davis, Herbie Hancock, Stevie Wonder, die bleven zich ook vernieuwen en ontwikkelen. Soms gaat het dan mis, maar meestal komt er iets geweldigs.’

Het geheim van Kyteman: ‘We willen aan muzikanten uitleggen dat het mogelijk is’

Een paar maanden geleden lanceerde de 22-jarige Kyteman, oftewel Colin Benders - vanuit het niets, leek het wel – zijn twintigkoppige hiphoporkest en debuutplaat The Hermit Sessions. In de muziekwereld sprak men een tijdlang over niets anders: een uniek concept van een getalenteerd componist, een cd waarop hij zelf alle instrumenten inspeelde, en een bijzonder orkest dat vanuit een wijdvertakt muzikantennetwerk ontstond en met hulp van Productiehuis Oost-Nederland (ON) aan pers en publiek gepresenteerd werd. Zonder inmenging van grote labels of boekingskantoren.
Kytemans manager Niels Aalberts vertelt desgevraagd dat dat een heel zorgvuldig en uitgekiend proces was. Toch wil hij er niet veel over kwijt. ‘Rond die buzz in februari sprak ik met Rob Kramer van ON. We wisten dat er vragen zouden komen over onze manier van werken en de weg naar succes van Colin. Toen hebben we besloten dat we dat verhaal wel naar buiten zouden gaan brengen, maar niet dit jaar. Hoe tof en bijzonder de weg ernaartoe ook is, dit jaar ligt de focus honderd procent op de muziek en daar moet zo min mogelijk van afleiden.’
Hij vervolgt: ‘Je merkt dat mensen heel veel respect hebben voor Colin als muzikant, en dat is heel mooi. We moeten dus veel mensen teleurstellen die ons vragen naar onze werkwijze. Dat is vervelend, maar we hebben een heel helder plan en daar blijven we aan vasthouden.’ Als de grootste hausse voorbij is doet Kyteman een boekje open over de unieke manier waarop zijn project tot stand is gekomen. Om jonge artiesten te inspireren. Aalberts: ‘We willen vooral graag aan muzikanten uitleggen dat het mogelijk is om onafhankelijk succes te hebben met zo’n groot en veelomvattend project. Dat dat kan anno 2009.’

Dit stuk staat in het zomernummer van BS Magazine