‘Ik maak niet zomaar een beatje’‘Op een nacht vond Shook een zonnebril in het bos. Het ding bezorgde hem de rillingen en het was alsof iets of iemand hem vanuit de duisternis begluurde. Thuis borg hij de bril op. Jaren later vond hij hem toevallig terug. Toen hij hem opzette voelde hij zich weer omringd door die mysterieuze gloed van onverzettelijkheid. Ineens hoorde hij een afschrikwekkend gegrom. Twee glinsterende ogen staarden hem aan vanuit de duisternis. Het was een beest. En het wilde de bril terug...’ Deze vermenging van feit en fictie omtrent het personage Shook en zijn kompaan Beast, is de basis van een zorgvuldig geconstrueerd concept van Jasper Wijnands (Voorburg, 1986), die tot voor kort Muziekproductie studeerde aan de Codarts Pop Academy van het Rotterdams Conservatorium. Er zijn bijbehorende tekeningen, typografie en podiumuitstraling (met de bewuste bril). ‘Het is uitgedacht tot in de kleinste details,’ vertelt Shook, die eind juni afstudeerde met MacBook, synthesizers en een mengpaneel. Naast het geheimzinnige benadrukt dit verhaal het kinderlijke. ‘Als kind ben je spontaan. Je denkt niet na als je een bepaalde muzieksoort hoort, je begint gewoon te bewegen. Het is belangrijk dat mensen zich blijven verplaatsen in hoe ze als kind naar de dingen keken.’ De stripverhalen en series van vroeger vormen een inspiratie. ‘Kijk, dit is mijn idool,’ zegt hij, wijzend naar het hoofd van Spiderman dat op zijn rode iPod-hoesje prijkt. ‘Dat filmische element wil ik ook overbrengen in Shook.’ Terwijl zijn vader piano speelde op de achtergrond keek hij als klein kind naar tekenfilms als Batman. ‘Daarna ging ik bij hem zitten terwijl hij speelde. Ook ontdekte ik al heel jong de muziek van Michael Jackson. Toen ik een jaar of vier was deed ik met mijn broer de moonwalk. Met hoedje en al.’ Hij begon op jonge leeftijd te componeren. ‘Toen ik twaalf, dertien jaar was ging ik stukjes schrijven op de computer. Het was een uitlaatklep, iets waar ik mijn fantasie in kwijt kon. Uiteindelijk werd het serieuzer.’ Het was niet zijn doel om naar het conservatorium te gaan. ‘Maar er was niets anders dat me aansprak, behalve een grafische opleiding. En de muziek stond dichter bij me.’ Zijn composities zijn elektronisch, maar klinken erg organisch doordat Shook alle instrumenten zelf programmeert en inspeelt op de synthesizer. ‘Ik verplaats me echt in de instrumentalist en ben me bewust van hoe bijvoorbeeld een bassist op een bepaald moment zou aanslaan. Ik luister veel naar muziek en vraag me dan af: hoe speelt een bassist nou funky?’ Shooks muziek is sterk beïnvloed door de funk en disco van de jaren zeventig en tachtig; door artiesten als Giorgio Moroder, Herbie Hancock en Quincy Jones. Hij is niet de enige van zijn generatie. ‘Misschien komt dat omdat wij de jaren tachtig niet echt hebben meegemaakt en het geluid, maar ook dingen als de vormgeving van toen naar deze tijd wil halen.’ Hij componeert heel intuïtief. ‘Toen ik voor het eerst het nummer Jericho hoorde van The Prodigy kreeg ik kippenvel. Dat heb ik ook als ik een nummer schrijf: als ik bijna klaar ben en ik het gevoel heb dat het klopt, krijg ik kippenvel. Een nummer is echt een momentopname. Alsof iemand een foto van je neemt, wanneer het precies goed is.’ Het belangrijkst is om iets helemaal ‘Shook’ te maken, of het nou zijn eigen composities of remixes van ander werk betreft. ‘Ik probeer er altijd mijn stempel op te drukken.’ Ook Beast, waarachter de illustrator van het Shook-concept zich verschuilt, is alom aanwezig. ‘Bijvoorbeeld door gegrom op de achtergrond.’ Shook is een product dat verkocht moet worden. ‘We zijn t-shirts aan het maken en visuals voor bij de concerten. Maar de muziek blijft het belangrijkste.’ Shook is een echte performer. Die richting gaat de studie muziekproductie ook langzaam op. De opleiding gaat zich minder richten op techniek, en meer op muzikale creativiteit met een beeldcomponent en met veel aandacht voor multimedia zoals het internet. De technologie wordt inspiratie, geen doel meer. Toch heeft Shook, die zijn eerste cd al uitbracht toen hij 17 was, geen platencontract. ‘Als ik geen label vind breng ik een cd uit in eigen beheer. De muziekindustrie werkt niet. Je moet zelf nieuwe tactieken bedenken. Via MySpace heeft een Zwitserse band mij benaderd voor een remix. Die staat nu op hun eerste plaat. Dat is te gek. Ik heb een voordeel als artiest: ik speel piano en weet hoe je moet produceren. Ik maak niet zomaar een beatje. Ik weet wat voor geluid ik wil hebben.’ www.shookmusic.com Dit stuk staat in het zomernummer van Codarts Magazine
|