"Ik zat de hele dag te spelen in Santiago de Cuba. Binnen."‘Eens kijken hoe het klinkt wat we hebben geoefend,’ besluit Nils Fischer na een conga-exercitie met twee percussiestudenten. Hij zet de muziek flink hard aan. ‘In de vierde maat doe jij dus toekedaganga-toekedaganga-tóe. En jij,’ zegt hij, zich richtend op de andere leerling: ‘jij reageert met toeketoeketóe. Laten we een beetje met elkaar communiceren, anders wordt muziek zo mechanisch.” Fischer (Bremen, 1968) is een van de belangrijkste latinpercussionisten van het moment. Hij raakte internationaal bekend met orkesten als Nueva Manteca en Cubop City Big Band en bracht eind 2007 zijn eerste plaat uit als leider van orkest Timbazo. De cd werd geselecteerd voor de Latin Grammy’s, genomineerd voor de Mixed Publieksprijs en de – met name Amerikaanse – recensies waren vol lof. Zoals veel beroepsmusici groeide Nils Fischer op in een muzikaal gezin. ‘Ik heb pianoles en gitaarles gehad, dwarsfluit gespeeld, zelfs geprobeerd geluid te krijgen uit een trombone, een van de instrumenten die mijn vader bespeelde. Maar op mijn vijftiende hoorde ik de conga’s, en besloot ik die kant op te gaan. Ik begon mee te spelen in de bandjes van school.’ Echt gegrepen door de Cubaanse muziek werd Fischer toen de legendarische groep Irakere in zijn woonplaats kwam optreden. ‘Ik had toen net de basis-tumbao’s onder de knie, en hun conguero, Jorge ‘El Niño’ Alfonso, speelde met maar liefst vijf conga’s! Hij blies me weg, ik begreep er niets van. Hij was echt een pionier die veel nieuwe dingen in de manier van congaspelen introduceerde.’ Na school vertrok hij voor twee maanden naar Cuba. ‘Ik dacht, als ik het leuk vind ga ik door met deze muziek, zo niet dan ga ik iets anders doen. Maar ik werd gegrepen. Ik zat de hele dag te spelen in Santiago de Cuba. Binnen. Terwijl de anderen naar het strand gingen.’ Hij lacht. ‘Ja, ik ben fanatiek. En die muzikanten daar zijn dat ook, die vinden het prachtig als iemand van buiten bezeten is van hun muziek. Dan gaan ze maar door, hoe moe ze ook zijn.’ Door brutaal te zijn leerde hij van nog meer topmuzikanten. ‘Toen Jerry Gonzalez een keer twee avonden in Hannover optrad, kocht ik kaartjes voor beide shows. Ik zat op de eerste rij aantekeningen te maken van alles wat hij deed. Na de show stelde ik hem duizend vragen en vroeg ik hem of hij mij les wilde geven. ‘No problem’ zei hij. De volgende dag gaf hij mij tapes met muziek van onder meer Eddie Palmieri, Changüí de Guantánamo en Los Amigos om naar te luisteren. ‘s Middags gaf hij me urenlang les in de jazzclub waar hij moest spelen. De tapes werden een religie voor me en de ontmoeting heeft me echt veranderd.’ Na zijn diensttijd besloot de Duitse percussionist te gaan studeren aan het Rotterdamse Conservatorium. ‘Al aan het eind van het eerste jaar vroeg oprichter van de latinafdeling en pianodocent Jan Hartong of ik timbales wilde spelen in zijn band Nueva Manteca. Dat was werkelijk fantastisch, en precies de eerste keer dat ik met hen optrad, speelde Giovanni Hidalgo mee als gast! Gelukkig had ik de cd’s van Nueva Manteca wekenlang elke dag gedraaid en meegespeeld.’ Fischer werd ook percussionist van de Cubop City Big Band, Drums United en talloze projecten in de Antilliaanse en Kaapverdische scene. Ook werd Fischer al tijdens zijn studie docent bij Codarts. ‘Dat is de beste job die je je kunt voorstellen. Hier kan ik op professioneel niveau bezig zijn met studenten. Ik leer zelf zo veel tijdens het lesgeven.’ In de lessen gebruikt hij veel voorbeelden uit zijn eigen beginperiode. ‘Daar kunnen ze goed aan relateren.’ Lachend: ‘Uiteindelijk heb ik het zelf met handen en voeten moeten leren.’ In 2007 lanceerde Fischer zijn eerste werk als bandleider, de lovend ontvangen cd ¡Gracias Joe Cuba! met moderne arrangementen van de muziek van de bekende conguero Joe Cuba – opgenomen met Timbazo en topartiesten als Alain Pérez, Brian Lynch en Pepe Espinosa. Ook is hij actief met CaboCubaJazz, een project dat Kaapverdische en Cubaanse ritmes laat versmelten met latin jazz, en waarvan eind dit jaar de eerste cd verschijnt. En net zoals hij het zelf ooit deed, groeit nu Fischers tienjarige zoon op in een muzikaal gezin. ‘Ik merkte laatst dat hij uit zichzelf de clave perfect met de muziek mee zat te tikken,’ vertelt hij, ‘En ik vroeg hem: waar heb je dat geleerd? Hij antwoordde: ‘Papa, dat doe jíj de hele dag’.” Dit artikel staat in het lentenummer van Codarts Magazine
|