“Hier moeten ze met de billen bloot”Het is donderdagavond, half elf. Op het Zuid-Rotterdamse schiereiland Katendrecht is het uitgestorven, koud en guur. Maar in Theater Walhalla brandt licht. De zaal zit opeengepakt te luisteren naar Maurice Bleeker, vijfdejaars zangstudent van de Pop Academy. Met zijn band – piano, drums, viool, bas-, elektrische en Spaanse gitaar – speelt hij mooie, gedragen popsongs met veel Americana-invloeden. Zangeres en Codarts-docent Simone Roerade is gastvrouw van de avond. Ze is trots. Op haar studenten, op het initiatief, op de plek. “Deze locatie heeft historie,” vertelt ze voor aanvang. “Vroeger was dit Danssalon Walhalla. Hier in Katendrecht kwamen de zeelui naar de Chinees, naar de hoeren, en dansen bij Walhalla. De nieuwe eigenaren hebben het naar onze tijd gebracht.” De charme van toen spreekt nog uit de rood fluwelen stoelen in de zaal, de kroonluchters en mintgroene muren in de kleedkamer. “Eigenaar Harry-Jan Bus vroeg mij een maandelijkse avond te programmeren,” vertelt Roerade, “en ik besloot mijn studenten en ex-studenten een podium te geven. Zo raakte de school erbij betrokken.” Inmiddels is er al een half dozijn succesvolle edities geweest van De SS Rotterdam. “Sommige deelnemers hebben meer, anderen minder ervaring. Maar hier, in deze theatersetting, kunnen ze zich nergens achter verschuilen. Hier moeten ze met de billen bloot.” Simone Roerade (Den Haag, 1969) weet wat het is om voor volle zalen te spelen. Vlak na haar afstuderen aan het Rotterdams conservatorium zong ze al in de band van Candy Dulfer, die haar meenam op wereldtournee. Daarna maakte ze zeven jaar lang furore met haar eigen band Hips, waarvan zij niet alleen frontvrouw en zangeres was, maar ook liedjesschrijfster. Verder werkte ze met artiesten als Rob de Nijs, Ruth Jacott en de groep Golden Earring. Na een moederschappauze bracht Roerade vier jaar geleden haar eerste soloplaat She Said uit. Haar kinderen zijn nu acht en tien jaar, en ze schrijft momenteel hard aan een tweede album dat dit jaar uit moet komen “Bij Hips ging het om de groove, dat was echte funk en soul. She Said was een liedjes-cd met verhaaltjes. Mijn nieuwe plaat gaat daar precies tussenin zitten: akoestisch, maar toch groovy.” En ze wil weer op gaan treden. “Met mijn eigen nummers speel ik nu in een trio: ikzelf zingend achter de piano, plus een saxofonist en een toetsenist op hammondorgel. Ja, het is een onconventionele combinatie, maar ik gebruik ook veel shakers en tamboerijnen voor het ritme, en ik stamp op de grond met mijn houten hakken. Met deze nummers kan ik echt mijn energie kwijt op het podium.” Als docent zang vindt Roerade het belangrijk dat studenten “trouw blijven aan hun eigenheid. In de les probeer ik bloot te leggen wat de ‘eigene’ nou is, en hoe ze het met volle overtuiging kunnen overbrengen. Het mooie van singer-songwriters is dat ze zich niet verschuilen achter instrumenten of een band. Daarom wil ik met deze avonden meer aandacht vragen voor eigen repertoire, voor mensen met de drang een verhaal te vertellen. Het is niet alleen rocken bij de Pop Academy.” Volgens Roerade is dat ook de tendens in het Rotterdamse nachtleven. “Er waren tot voor kort weinig plekken voor akoestische optredens, maar door de geluidshinderwet is er steeds meer animo voor. Bovendien is er nu meer hang naar exclusiviteit.” De SS Rotterdam is hierin een succesvolle koploper. “Er zijn studenten uit Amsterdam die hier willen optreden. Maar,” zegt ze lachend, “het is alleen voor nul tien.” De avonden gaan door tot in mei, en deze zomer wil Roerade een festival organiseren op het Deliplein, met ‘the best of’ van het afgelopen seizoen. “Het liefst als onderdeel van North Sea Jazz Around Town.” In Theater Walhalla betreedt de negentienjarige Jessica Hoogenboom het podium. De schuimdop valt van de microfoon af en ze schopt per ongeluk haar fles water om. Het lijkt haar niet te deren. Vol jeugdige onverschrokkenheid zingt ze een handvol nummers van eigen makelij. Haar fans juichen, Simone Roerade geniet. “Het gebeurt regelmatig dat er op school een student naar me toe komt om een nieuw lied te spelen, en ik tot tranen toe geroerd raak. Om half elf ‘s ochtends. Dat is toch prachtig?” Dit artikel staat in het lentenummer van het Codarts Magazine
|