Ojos de Brujo: 'Deze plaat komt recht ons hart'Drie jaar na hun laatste studioalbum Techarí presenteert het Catalaanse mestizocollectief Ojos de Brujo een nieuwe plaat. Ze keren ermee terug naar hun basis van rumba-funk en naar de onderbuik. ‘De toon van de cd is hoopvol, geruststellend, alsof we tegen een kleine baby praten.’ ‘Jongens, naar binnen, het interview begint!’ roept bandleider Xavi Turull van Ojos de Brujo uit het raam. Buiten op het dakterras tafeltennissen trompettist Carlos Sarduy en percussionist Max Wright, druk lachend als spelende kinderen. ‘En doe de deur achter je dicht als je binnenkomt,’ moppert Turull er nog achteraan. In zijn ruime, statig appartement in hartje Barcelona – een leefbaar ratjetoe van ruimtes met mozaïeken en kleurrijke schilderijen, felgekleurde deurposten, opeengestapelde instrumentenkoffers, een nieuwsgierige Perzische kat en een studio met percussie-instrumenten uit alle windstreken – schuift ook dj Panko aan, die samen met Turull en gitarist Ramón Jimenez de grondvesten van de groep vormt. Uit het hart Naast de typische Ojos de Brujo-sound – energieke rumba Catalana en andere flamencostijlen vermengd met funk, hiphop, drum ’n bass en percussief gespeelde baslijnen – wordt de nieuwe cd gekenmerkt door een warme, ongedwongen, bijna jazzy sfeer met veel koper en toetsen, die contrasteert met de notendichtheid en nervositeit van Techarí, hun megasucces van drie jaar geleden. “Deze plaat wilde niet rebels zijn, niet persé breken met conventies, zoals ons eerdere werk” zegt Turull. “Er zit meer liefde in.” Wright haakt in: ‘Hij heeft een meer volwassen geluid. Alsof er een snapshot is genomen van de band, een momentopname van hoe we ons voelen. Vandaar die albumtitel ‘nu’. Techarí was de culminatie van ons kunnen, nu hebben we de plaat gemaakt waarin we gewoon zin hadden. Een plaat die harmonischer, rijker is. Met echte liedjes.’ Vier van de nummers zijn geschreven door zangeres Marina Abad en de Cubaanse trompettist Sarduy, die vorig jaar samen een zoontje kregen. Panko: ‘Ook dat is de plaat: een afspiegeling van de energie van twee verliefde mensen en hun pasgeboren kind. De toon van deze cd is hoopvol, geruststellend, alsof we tegen een kleine baby praten. Dat is wat de wereld op dit moment nodig heeft: liefde en warmte. Wat mij betreft is dit de mooiste plaat die we ooit gemaakt hebben. Hij komt recht uit ons hart.” Met de verliefdheid van Carlos Sarduy kwam ook zijn achtergrond mee. Hij speelt niet alleen trompet op de plaat, maar ook piano en waar nodig timbales. Turull: ‘Carlitos begon als invaller voor op tournees maar is nu echt een bandlid, en zijn invloed is groot. Door meer de Caribische kant op te gaan klinkt onze muziek een stuk warmer. Hij verrijkt echt ons geluid.’ Sarduy zelf is overigens nergens meer te bekennen in het huis. ‘De basis van onze muziek blijft dezelfde,’ besluit Turull, ‘maar hij wordt wel steeds meer ‘latino’.’ Vernieuwing In het thema Busca lo bueno heeft Ojos de bekende Cubaanse timba-groep Los Van Van een rumba in een vijfvierde ritme laten uitvoeren in songo-formaat. Even gewaagd is het nummer Corre ve y dile, waarin gastpianist Chano Dominguez een Afro-Cubaanse tumbao speelt middenin de flamencostijl soleá por bulerías; de ritmeverschillen brengen een verrassend experimenteel effect teweeg. Verder zijn er memorabele gastoptredens van jazzdrummer Horacio El Negro Hernandez, pianist Roberto Carcassés, flamencodrummer Roger Blavia, een geslaagde bijdrage van de veelbelovende rapper Tote King uit Sevilla, de Cubaanse rapper Kumar uit Barcelona, een intro van Xavi met Cubaanse batá-drums, het luie, laid back nummer Lluvia met veel effecten en scratching, en dit alles gemengd door de New Yorkse geluidstechnicus Jim Janik, die ook tekende voor Techarí. ‘Ja, de samenwerkingen zijn weer klasse, dat valt niet te ontkennen,’ zegt Xavi Turull, die samen met Max bijna alle percussie voor zijn rekening neemt. ‘We blijven natuurlijk wel de uitdaging zoeken. En we hebben geluk dat we zoveel geweldige muzikanten kennen, en blijven ontmoeten. Voor de live optredens zoeken we nu nog een latin-blazer en een drummer, want de vorige, Sergio Ramos, is er mee opgehouden.’ Een nieuw tijdperk De leden van Ojos de Brujo – met name Xavi Turull – hebben vanaf het begin al hun cd’s, videoclips en dvd’s in eigen beheer uitgegeven, en deden al hun eigen (tour)management en boekingen. Door het grote en wereldwijde succes de laatste jaren werd het hen allemaal een beetje te veel. ‘Daarom hebben we nu, naast onze distributiedeal met Pias, ook een licentie met Warner voor onze nieuwe plaat wereldwijd. We hebben een paar slechte ervaringen achter de rug met distributeurs in Colombia en Argentinië, en we kunnen niet alles controleren vanaf hier. We willen onafhankelijk zijn, maar willen we groeien en die Latijns-Amerikaanse markten aanboren. Daarom hebben we die concessie gedaan om met een grote platenmaatschappij in zee te gaan.’ Wright: ‘We hebben besloten om dit jaar minder concerten te doen, maar op plekken die wij graag willen. Genieten, in plaats van achter onszelf aanrennen. We willen weer artiesten zijn, geen impresario’s meer.’ Want minder geëngageerd zijn de Brujos er niet op geworden. Hun linkse punk-attitude blijft aanwezig in songteksten, zoals in het nummer Tantas Flores over sterke, onafhankelijke vrouwen. Of in het sferische, enigszins sinister klinkende Una verdad incómoda (‘an inconvenient truth’) over klimaatverandering, armoede en de martelingen in de Amerikaanse militaire gevangenis van Guantanamo Bay. Cuba is bij Ojos de Brujo werkelijk op álle niveaus aanwezig. Aocaná komt op 17 maart uit in Spanje, een maand later in de rest van Europa. Op 7 april treedt de groep op in Paradiso, in Amsterdam. Dit cover-artikel staat in de nieuwe Mixed.
|