“Aan de noten ligt het niet”Met een sterk veranderende bevolkingssamenstelling en een overweldigend aanbod aan amusement en media staan de klassieke en actuele muziek anno 2009 voor een grote uitdaging. Een publiek blijkt er wel degelijk te zijn voor deze muzieksoorten. De vraag is dus: hoe bereik je de doelgroep? “Ik zal je mijn lievelingsverhaal vertellen,” zegt Gabriël Oostvogel, directeur van Concert- en congresgebouw De Doelen in Rotterdam. “Mijn zus, die op een VMBO werkt, besloot op de 250e sterfdag van Mozart diens muziek in de klas te draaien. Van alle leerlingen die ze die dag had, kende er één de naam van de Oostenrijkse componist. Mijn zus vertelde kort over het leven van Mozart en zette vervolgens verschillende cd’s op. Ze vonden het geweldig. De week erna, toen de leerlingen even voor zichzelf moesten werken, vroegen ze of ‘die muziek van de vorige keer’ weer opgezet kon worden.” Met deze anekdote maakt Oostvogel het punt expliciet dat vrijwel alle ondervraagde deskundigen uit de klassieke muziekbranche maken als je vraagt naar de problemen met publieksbereik: “Aan de noten ligt het niet”. Simon Reinink, directeur van het Amsterdamse Concertgebouw, beaamt: “Grote kunst hoef je niet te versnijden. Beethoven kan over vijftig jaar geheel op eigen kracht een concertzaal vullen, daar ben ik van overtuigd. Als het gaat om kwaliteit kun je conservatief zijn.” “Vanuit historisch perspectief is de klassieke muziek nu veel meer verspreid over de bevolking,” zegt Frank Veenstra, programmeur van Muziekcentrum Frits Philips. Oostvogel vult aan: “Drogistenketen Kruidvat heeft een goedlopende website voor klassieke muziek-cd’s en RTL8 is begonnen met het uitzenden van klassieke concerten.” Ook met betrekking tot de nieuw gecomponeerde muziek zijn podiumdirecteuren en programmeurs optimistisch. Volgens Oostvogel sluit het werk van nieuwe componisten zelfs meer aan bij de leefwereld van de jongere generatie. Dus wat is nu eigenlijk het probleem? Andere tijden Laten we bij het begin beginnen. De laatste tien, twintig jaar is het aanbod in vrijetijdsbesteding explosief gegroeid. “Klopt,” zegt Frank Veenstra. “Er is zoveel meer keus, alleen al in muziek: popmuziek, jazz, wereldmuziek, noem maar op. Vijftig jaar geleden was klassieke muziek de ‘basismuziek’.” Dan zijn er de demografische ontwikkelingen. Kort gezegd: “Steeds minder Nederlanders krijgen klassieke muziek met de paplepel ingegoten.” Als derde probleem ziet Veenstra het onderwijs. “Op de basisschool gaan kinderen tegenwoordig door een muzikale woestijn. Als je ze dan op de middelbare school muziekles aanbiedt in het CKV-pakket, ben je al te laat.” Oostvogel is het met hem eens: “Ook op de Pabo’s verdwijnt het muziekonderwijs. Mensen kunnen niet eens meer een liedje zingen. En dan bedoel ik niet dat ze geen noten kunnen lezen of hun stem verkeerd gebruiken, nee, dan zou ik al blij zijn: als ze maar zingen!” Simon Reinink vat treffend samen waar de klassieke muziekbranche mee worstelt: “Vroeger was er een natuurlijke coalitie tussen podia, ensembles, platenmaatschappijen, media en publiek. Dat is onder meer door de technologische revolutie onderuit gehaald. Nu zitten we in een zoekfase en is het zaak een nieuwe balans te vinden, waarbij we die technologieën in ons voordeel moeten inzetten. Maar dat kost tijd.” De uitdaging Ondanks negatieve geluiden over met name subsidies en afnemende aandacht gaat het relatief goed met de klassieke en hedendaagse kunstmuziek in Nederland. Het Amsterdamse Concertgebouw had vorig jaar ruim 800.000 bezoekers en een gemiddelde bezettingsgraad van 80 procent. De Doelen in Rotterdam ontving in 2007 een recordaantal van bijna 500.000 culturele bezoekers. Ook kleine podia en festivals groeien. Maar er is nog ruimte voor groei en de branche wil eventuele problemen, veroorzaakt door demografische verschuivingen, de geringe muzikale bagage van de jeugd en de verminderde aandacht voor klassiek door het enorme cultuuraanbod, vóór zijn. “Het Concertgebouw heeft zich door de tijd heen altijd moeten aanpassen,” illustreert Reinink. “We hebben diverse recessies meegemaakt, veranderende muziekvoorkeuren, het gebouw dat dreigde te verzakken. En straks misschien wel de gevolgen van de kredietcrisis. Daarin moet je jezelf pro-actief opstellen en blijven innoveren. Momenteel is de uitdaging om minimaal evenveel mensen naar klassieke concerten te blijven trekken. Daar wil ik ook die 60 procent Amsterdamse scholieren met een niet-westerse achtergrond bij betrekken.” Vertrouwen De meeste moeite met publieksbereik hebben de ‘moeilijker’ klassieke muziek, de minder bekende namen en de hedendaagse kunstmuziek. Theo van Dooremalen, zakelijk leider van het festival voor actuele muziek November Music in Den Bosch, vindt: “Wat mij betreft is klassieke muziek erfgoedmuziek en daarmee ‘cultuur’. Uit de publieksaantallen die die muziek trekt, moet blijken dat het onze gezamenlijke cultuur is. Bij hedendaagse muziek ligt dat anders. Daarbij gaat het om de moeite die je doet om er publiek voor te trekken.” Maar dat blijft een struikelpunt. “Een onbekende componist met een stuk dat nog niet in première is gegaan is moeilijk te ‘verkopen’. Daarom moeten we het publiek aanspreken op de avontuurlijkheid van het programma. November Music staat voor innovatieve projecten. Wij vragen de componisten: wat zou je het allerliefst doen? En dat laten we ze uitvoeren. Het publiek moet een bepaald vertrouwen hebben in de programmeur en zijn keuzen. Daarom staan Bert Palinckx en ik ook met foto en naam in het programmaboekje.” Ook Ruud van Eeten, directeur van Muziekcentrum De Toonzaal, een kleiner podium in Den Bosch, speelt bij het publiek in op dat persoonlijke aspect. “25 procent van ons totaalaanbod is actuele gecomponeerde muziek. Dat is veel. Maar we hebben slechts 120 stoelen en die krijg ik bijna altijd gevuld. Ik leid zelf alle concerten in, heet het publiek welkom en laat de musici iets vertellen over zichzelf en over het stuk. Dat kan als je klein bent. Ik wil de kloof dichten tussen musici en publiek, omdat ik dat leuk vind, maar ook vanuit een marketinggedachte is binding met de klanten belangrijk in een culturele onderneming. Op de lange termijn zorgt dit ervoor dat het publiek vertrouwen heeft in mijn programmering en terug blijft komen.” Geen concessies Zowel Van Eeten, Dooremalen als de rest van de programmeurs benadrukken dat er inhoudelijk geen concessies worden gedaan op het gebied van programmering. Van Eeten: “De waarde van mijn programma moet het publiek overtuigen. Ook als dat jongeren zijn. Ik ga niet neerbuigend programmeren, maar maak het voor jongeren wel makkelijker om te komen. Studenten betalen bij ons 5 euro en jongeren tot en met 18 jaar zijn gratis. Daarmee krijg je de jeugd die wél geïnteresseerd is over de drempel.” Verschillende zalen doen wel programma-uitbreidingen met het oog op nieuwe doelgroepen. Zo organiseerde het Concertgebouw Souk - een Arabisch-Nederlandse avond voor een jong publiek, een Balkanbruiloft en het Winterbal. “En vorig jaar hadden we popzanger Sting in huis,” vertelt directeur Reinink, “Dat was binnen drie kwartier uitverkocht. Ook daarmee breiden we ons publiek uit.” De Robeco Zomerconcerten, die dit jaar voor het eerst meer dan 100.000 bezoekers trokken, zijn tevens een grote publiekstrekker. “De programmering daarvan is laagdrempelig en breed, maar niet altijd gemakkelijk. Vooral de look and feel is toegankelijk: de presentatie, de aankleding van het gebouw, de ontvangst.” De Doelen biedt extra series aan, zoals Music for the Millions. Oostvogel: “Die serie trekt niet het typische klassieke muziekpubliek. Aan de brieven die ons daarover bereiken merken we dat het geen advocaten uit Kralingen betreft. Dat is mooi.” Onconventioneel presenteren Geen inhoudelijke concessies dus, maar een meer onconventionele manier van aanbieden is wel degelijk gewenst. Van Dooremalen: “Hedendaagse muziek wordt teveel in een klassieke context gepresenteerd. Het gordijn gaat open, mensen zitten netjes gekleed op hun stoel te wachten, de musici buigen naar het publiek. Volgens mij moet je je afvragen of je daarmee wel recht doet aan het kunstwerk.” Frank Veenstra ontwikkelde voor Frits Philips de succesvolle serie Scherpdenkers om actuele muziek interessant te maken voor een groter publiek. “Terwijl bij ons klassieke muziek het beste loopt, was eigentijdse muziek een beetje een zorgenkindje. Bij elk concert van Scherpdenkers nodig ik een spreker uit die niet uit de muziek komt, maar die wel raakt. Bijvoorbeeld bij een stuk van het Schönberg Ensemble sprak wiskundige en natuurkundige Robbert Dijkgraaf over de parallellen tussen muziek en wetenschap. Daarmee spreken we een veel breder publiek aan. Binnenkort zijn Bas Haring en Alexander Rinnooy Kan aan het woord.” En hoe creatief zijn ensembles eigenlijk in het presenteren van nieuwe muziek? Het Calefax rietwintet is een groep die klassieke muziek op een ‘andere’ manier brengt en daarmee veel waardering oogst. De groep, die al zo’n zestig stukken van hedendaagse componisten in première bracht, deed het goed bij de afgelopen landelijke subsidieronde. Calefax houdt het liefst het zaallicht aan om het publiek te zien, praat tussen de stukken door en speelt oude muziek, jazz en alles daartussenin. Calefax-fagottist Alban Wesly: “Ons concept is breed: we stellen onze programma’s heel gevarieerd samen en presenteren ons anders. Bij ons themaprogramma Vakantieherinnering bijvoorbeeld speelden we muziek van Mendelssohn die hij had geschreven tijdens een reis naar de Schotse eilanden, maar ook een stuk van Peter van Onna dat hij in Italië had gecomponeerd. We lazen voor elke compositie een ansichtkaart voor alsof die door de componist zou zijn geschreven. We vinden dat zelf gewoon leuk en als je het met overtuiging doet, is er een publiek voor.” Het kwintet geeft ook twee keer per jaar een krant uit, wat hun band met de achterban versterkt. “Dat doe ik eigenlijk omdat ik het zelf zo leuk vind,” geeft Wesly toe. “Ik zat vroeger bij de schoolkrant.” Starheid Calefax is echter een van de weinige ensembles die de traditionele presentatiemanier doorbreekt. Gabriël Oostvogel van De Doelen geeft toe dat de klassieke muziekwereld vrij conservatief en star kan zijn in haar presentatie. “Sommige orkesten hebben het al moeilijk om orkestleden naar het publiek te laten draaien om het applaus in ontvangst te nemen.” Oostvogel gelooft dat er een hele groep potentiële liefhebbers van actuele muziek is, die moeilijk de zaal in is te krijgen. “De term ‘nieuwe gecomponeerde muziek’ doet denken aan atonale verschrikkelijkheid en hele cerebrale muziek. Dat is het soms ook,” lacht hij, “maar het staat binnen een traditie, die je kunt uitleggen. Bovendien is de laatste tien, twintig jaar een hele generatie componisten opgegroeid met populaire muziek. Dat is terug te horen in hun werk.” Voor de jongeren en dat nieuw aan te boren publiek wil hij de barrière slechten door de muziek uit zijn traditionele omgeving te halen. “Voor het stuk De Materie van Louis Andriessen, hadden we 600 studenten van de faculteit Bouwkunde in Delft uitgenodigd. Het stuk, dat niet eenvoudig is, komt als een enorme bak geluid op je af. Later vertelde een aantal studenten me dat ze het een waanzinnige ervaring hadden gevonden. Ook bij Steve Reich zat laatst 1800 man, waarvan een derde het concert gratis had gekregen bij de serie Music for the Millions. En ook Reich werd heel goed ontvangen, juist door dat ‘nieuwe’ publiek. Beide concerten maakten deel uit van de serie Red Sofa, die we speciaal hebben opgezet om mensen wegwijs te maken in en betrokken te maken bij de actuele muziek. Het tweede seizoen loopt nu en is een succes.” Zakenwereld en subsidie Naast al deze publieksacties boren met name de grote podia ook de zakelijke markten aan. In Eindhoven zijn al zo’n vijftig bedrijven verbonden aan Muziekcentrum Frits Philips. “En met onze kwalitatieve programmering zijn we voor de stad Eindhoven, samen met het Van Abbe Museum en de Design Academy een van de ‘stake holders’. We krijgen geld van stad en provincie voor internationale profilering.” Ook De Doelen en het Concertgebouw weten zich gesteund door partners en sponsoren uit het Nederlandse bedrijfsleven. De kleine, van giften en subsidies afhankelijke podia, kunnen minder makkelijk een beroep doen op het zakenleven. Ruud van Eeten, die ook voorzitter is van de Vereniging voor Actuele Muziekpodia en Producenten: “Waar ik me zorgen over maak zijn de lokale initiatieven gerund door vrijwilligers zoals kasteelconcertjes, die dreigen te verzuipen met de afschaffing van de Regeling Kleinschalige Podia in 2011. Niet alleen is hun charme van belang, maar ook vormen ze een belangrijk afzetgebied van de Nederlandse ensemblecultuur.” Een aantal kleine podia dat “kwetsbare” muziek programmeert is georganiseerd in het platform avontuurlijkemuziek.nl. “Door de krachten te bundelen is er wel meer mogelijk, qua financiën en qua promotie,” aldus Van Eeten. Media en educatie Programmeurs en musici zijn het erover eens dat de media een belangrijke rol spelen. Met name de nieuwe media. Calefax heeft een dag per week een jongen in dienst om hun pagina op Myspace en Youtube aan te vullen met filmpjes, en online media te bestoken met persberichten. Maar ook de websites van podia moeten toegankelijk zijn om snel kaartjes te kopen en veel achtergrondinformatie te vinden. De traditionele media zoals kranten, televisie en radio zijn een zorgenkindje. Hoewel beseft wordt dat de omroepen en zenders door het toenemende aanbod keuzes moeten maken, klinkt er frustratie. Van Dooremalen: “Dat regionale kranten weinig over actuele muziek schrijven, begrijp ik, maar met radio en tv heb ik wel moeite. We hebben een minister voor cultuur én media en als die minister wel bepaalde kunstvormen subsidieert, waarom maakt hij dan bij de media geen tijd om aandacht te besteden aan die kunstvormen? Dat zou in een commercieel bedrijf nooit gebeuren: dat heet een desinvestering.” Diezelfde minister is ook verantwoordelijk voor het cultuuronderwijs in Nederland, een zaak waar eerder in dit stuk al kritiek op was. Veel podia, orkesten en ensembles nemen educatieve taken op zich. Bij De Doelen en het Concertgebouw alleen al komen jaarlijks tienduizenden kinderen een paar keer per jaar muziek ‘consumeren’. De Doelen werkt aan een educatief kennismakingsproject met zeven Rotterdamse centrumscholen. “Onlangs heeft ook de gemeente een project opgestart om basiskinderen muziekles te laten volgen. Ik ben blij met die ontwikkeling,” zegt Gabriël Oostvogel. “Maar het is eigenlijk te gek voor woorden dat podia zo’n educatief gat hebben moeten vullen.” Creatief, verrassend en persoonlijk Het devies voor podia en ensembles is dus: vooruit denken, creatief en kwalitatief programmeren, onconventioneel en verrassend presenteren, een persoonlijke band creëren met het publiek en de – al dan niet nieuwe – media inschakelen. Met een combinatie van deze factoren zou een mooi programma van klassieke of hedendaagse kunstmuziek genoeg publiek moeten trekken. Hoewel, waarschuwt Ruud van Eeten: “Niks is een garantie voor een uitverkochte zaal.” Maar aan de noten ligt het in elk geval niet. Dit artikel staat in het decembernummer van BS Magazine.
|