"Zonder de flamenco was ik nu geen musicus"

Tijdens zijn Master of Music aan het Rotterdams Conservatorium onderzocht de in Iran geboren flamencogitarist Kambiz Afshari de structuur van de cantes de levante, een langzame, ritmisch vrije flamencostijl. “De flamenco paste bij mijn manier van denken”

“Zonder de flamenco was ik nooit op het idee gekomen professioneel musicus te worden,” bekent Kambiz Afshari, sinds augustus afgestudeerd Master of Music bij Codarts. “De essentie van die muziek is voor mij een drang naar puurheid, naar waarheid. Tegelijkertijd is ze heel aards en krachtig. Die pit mis ik misschien wel een beetje in de Perzische muziek.”

Flamencogitarist Afshari (Teheran, 1975) kwam op 13-jarige leeftijd naar Nederland, waar hij klassiek gitaar leerde spelen. Tijdens zijn studie elektrotechniek in Delft kruiste de flamenco zijn pad: zijn toenmalige leraar studeerde deze Andalusische muziekstijl op het Rotterdams Conservatorium. “De flamenco had een techniek die ik onbewust altijd had opgezocht, die paste bij mijn manier van denken.”

Daarvoor had hij nooit flamenco gehoord. Wel Perzische muziek, bij zijn ouders thuis. “De flamenco heeft veel gemeen met oosterse muziek,” legt hij uit. “Het is een vermenging van de Andalusische, Moorse en zigeunercultuur. De Perzische cultuur heeft weer veel invloed gehad op de Moorse. Dus als je zelf uit het oosten komt heb je meer affiniteit met flamenco. Maar ik zie het meer als iets universeels. Het zit meer in je geest, in je persoonlijkheid.”

Terwijl hij zijn studie in Delft afrondde, volgde Afshari de vooropleiding in Rotterdam. Toen besloot hij zich fulltime te gaan richten op de muziek en begon aan de flamenco-opleiding aan de Academy for World Music. Al gauw ontdekte hij dat hij zich het liefst bezig hield met het begeleiden van zangers en dansers.

“Ik houd heel erg van zang. Maar die moet dan ook echt goed zijn. Helaas zijn er in Nederland niet zoveel professionele zangers of zangeressen om mee te oefenen. En de eindexamens van het conservatorium zijn streng: er worden een zanger en danser ingevlogen uit Spanje en die moet je direct goed kunnen begeleiden.” Afshari studeerde daarom een jaar in Sevilla.

In de Andalusische stad liep hij tegen het onderwerp aan dat later de artistic research van zijn master zou vormen: de groep donkere, traag gezongen flamencostijlen die cantes de las minas of cantes de levante heten. Daaronder vallen onder meer de mineras, tarantas en cartageneras. “Het is een van de vrije palos – vormen – die bijna geen ritme kennen, waardoor de structuur moeilijker te doorgronden is,” vertelt hij. “Bovendien is de flamenco een orale muzieksoort, dus er is sowieso weinig gedocumenteerd.”

Het was voor het eerst dat iemand deze muziekstijl onderzocht vanuit het perspectief van de gitaarbegeleiding. Afshari: “De gitarist reageert met gitaarakkoorden op de stem, maar moet ook wel eens zelf de toon aangeven. Daarvoor moet je de structuur van de muziek heel goed kennen, want de zanger kan eindeloos improviseren, maar er ook ineens heel snel een fase van het complexe lied doorheen jagen. De timing is erg belangrijk.”

Hij verzamelde 125 oude en nieuwe opnamen, categoriseerde die in 14 hoofdstijlen en transcribeerde een basismelodie per stijl. “Het was in het begin moeilijk zo’n melodie te herkennen omdat elke zanger ze anders zingt. De basisstructuur was vergelijkbaar met die van de fandango, een andere flamencostijl, maar dan veel langzamer, zonder ritme en met allerlei variaties. Dat wist ik al, maar nu kon ik het ook horen en belangrijker nog: uitleggen hoe het precies zit.” Zijn conclusies vormen nu een handboek voor begeleidingsgitaristen.

Naast zijn research rondde de gitarist zijn master af met een afstudeerconcert. “Ik schreef onder meer een arrangement van een buleria voor gitaar, strijkkwartet en bansuri (Indiase bamboefluit, red.). Dat was vaker gedaan, maar bijna nooit met strijkers in een actieve rol. In mijn stuk hebben ze zelfs ritmische verantwoordelijkheid.” Daarnaast speelde hij solostukken en begeleidde hij zanger David Pino. Hij werd beoordeeld met een 9.

Momenteel geeft Afshari les, begeleidt hij dansers op dansscholen en is hij aan het componeren. Samen met Francisco Capiscol, een Spaanse masterstudent, schrijft hij flamencostukken voor twee gitaren. “Dat is wel bijzonder; Francisco heeft in Córdoba gestudeerd en doet nu hier in Rotterdam zijn master flamencogitaar.”

Inmiddels ging de jonge gitarist enkele keren terug naar zijn vaderland. “Ik ontdekte dat mijn neef ook flamencogitaar speelt en dat flamenco heel populair is in Iran. Er is nu zelfs één flamencozanger; dans is nog verboden. Ik mocht daar voor 2000 mensen spelen tijdens een gitaarfestival.”

Ook ging hij met Paco Peña naar Teheran, maar mocht uiteindelijk het podium niet betreden wegens bureaucratische problemen. “Ik had drie stukken met Paco voorbereid, was speciaal daarvoor naar Iran gegaan en mijn naam was zelfs al omgeroepen in de zaal.” Een vervelende herinnering. “Ik ben daardoor erg afgeknapt op Iran.”

Dit interview staat in het winternummer van het Codarts Magazine.