“De figuur van Mozart modelleerde ik naar mezelf”

“Onze ouders legden ons op een leuke manier muziekonderwijs op,” vertelt Robin de Raaff (Breda, 1968). Mijn oudere broer en ik kregen allebei pianoles, en daarnaast mochten we ieder een eigen instrument kiezen. Hij koos de elektrische gitaar en ik de bas. Al toen ik negen jaar oud was, speelden we symfonische rock en jazz met ons bandje. Ik was gek op het spel van Jaco Pastorius, speelde alles van hem na op de fretloze bas.”

Het lijkt een onconventioneel begin voor iemand die later vioolconcerten en opera’s zou schrijven. Maar er was bij De Raaff nog een ontwikkeling gaande. “Tegelijkertijd begon ik klassiek te componeren. Vanaf mijn elfde ging ik steeds langere stukken schrijven tot ik op mijn achttiende een heel strijkkwartet in D majeur schreef.”

De Raaff zei zowel de basgitaar als de rock vaarwel, deed auditie en werd aangenomen op het conservatorium van Amsterdam. “In het eerste jaar ontdekte ik dat er niet alleen een eerste symfonie van Mahler was, maar ook een tiende, met een prachtig Adagio. En daarmee kwam ik terecht bij Schönberg, Alban Berg en Debussy. Ik was net een spons: ik kopieerde partituren en cd’s en bestudeerde die eindeloos.”

Al tijdens zijn studie kreeg De Raaff opdrachten vanuit het professionele muziekleven en hij won prijs na prijs. Na zijn – cum laude – afstuderen in 1997 werd hij aangenomen als enige leerling van George Benjamin aan het Royal College of Music in Londen. Vlak daarna werd hij ‘senior fellow’ bij het Tanglewood Music Centre, en schreef hij composities in opdracht van dat centrum, maar ook van bijvoorbeeld het Boston Symphony Orchestra.

In Nederland kwam zijn grote doorbraak tijdens een masterclass met Pierre Boulez, waaruit het idee van zijn eerste opera RAAFF vloeide. De opera gaat over Anton Raaff, een ver familielid van Robin de Raaff dat als tenor in de tijd van Mozart de rol van Idomeneo had vertolkt. “Ik vond het zonde om niets met die familierelatie te doen. En ik vroeg me niet af: ‘kan ik wel een opera schrijven?’ maar begon gewoon te componeren.”

RAAFF was een inhoudelijk keerpunt: De Raaff keerde erin terug naar zijn jazzrockwortels. “Ja, dat is wonderlijk. De figuur van Mozart, die in de opera een personage is, heb ik gemodelleerd naar mezelf. Als hij opkomt klinkt er muziek op fretloze bas, Fender Rhodes en drums. Ik had nooit gedacht dat die muziek ooit nog een rol zou spelen in mijn werk. Maar ineens staat het er toch. Dat zijn mooie momenten in je ontwikkeling.”

Daarna was het een tijd stil. “Die opera was zo’n rijk en intens werk, dat ik in de periode erna niet meer gewoon een pianosolo kon schrijven, hoe oneerbiedig dat ook klinkt. Ik schreef nog een stuk voor het Koninklijk Concertgebouworkest, en moest daarna noodgedwongen een sabbatical van een half jaar nemen.” Inmiddels is er alweer een nieuw vioolconcert van De Raaff uitgevoerd door het Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Jaap van Zweden. “Dat zijn de mooiste opdrachten. Een vioolconcert heeft zoveel historie, dat wil elke componist wel schrijven.”

De Raaff is nu bezig met een concert voor saxofoonkwartet en orkest, dat in april in première gaat. “Ook een geweldige opdracht. Ik ga die twee krachten tegenover elkaar zetten. Die vier saxen – sopraan, alt, tenor en bariton – hebben een groter bereik dan het orkest, en dat wil ik benutten. Het wordt zwart wit tegenover kleur, de fluwelige klank van de oude saxofoons uit de jaren 1920 tegenover dat klassieke orkest.”

Ook werd De Raaffs pianoconcert onlangs uitgevoerd als kerstconcert door het Codarts Symphony Orchestra. “Dat vind ik fantastisch. Het is een tijd geleden dat er een stuk van ons eigen lessenaar op het programma stond met kerst.”

Als coördinator compositie en instrumentatie maakt De Raaff zich soms zorgen over de gedrevenheid van de jongere generatie. “We hebben een goede groep, maar ze hebben toegang tot zoveel informatie dat keuzes maken hen onmogelijk wordt. Velen van hen shoppen, vertonen nergens echte interesse in, en gaan niet tot het uiterste om iets te doorgronden. Maar als je kwaliteit wilt produceren, kun je niet volstaan met oppervlakkigheid. Je moet je onderdompelen in de muziekhistorie en –literatuur. Je kunt niet vooruit zonder terug te kijken.”

Inmiddels is het voor De Raaff tijd voor een nieuwe opera. “Het wordt een opera over de dood van Marilyn Monroe. Hij komt uit in 2012, precies vijftig jaar na haar overlijden. Het wordt geen anekdotisch, documentair werk. Ik plaats haar dood juist in een nieuw perspectief.”

Dit interview staat in het huidige winternummer van Codarts Magazine