Nitin Sawhney: "Muziek is mijn eerste taal"Op zijn nieuwe plaat London Undersound reflecteert de Brits-Indiase alleskunner Nitin Sawhney op de aanslagen van 2005 in zijn woonplaats Londen. Met onder meer dit nieuwe materiaal speelt de componist, instrumentalist en producer in januari als artist in residence bij het Tilburgse Traces Festival met maar liefst zeven verschillende projecten en bezettingen. “Ik maak muziek om me te verhouden tot wat er op me af komt, om een beetje balans te brengen in een wereld die in brand staat,” vertelt de Brits-Indiase componist, multi-instrumentalist en producer Nitin Sawhney. In die wereld – in het bijzonder zijn woonplaats Londen – vond op 7 juli 2005 een reeks aanslagen plaats. De 44-jarige Sawhney wijdde zijn achtste studioplaat, London Undersound, aan de aanslagen en de naar zijn mening grimmiger en vijandelijker sfeer in Londen. De cd met zijn sobere, enigszins sinistere cover is een typische Nitin Sawhney-plaat: een organische versmelting van drum ‘n bass, Indiase klassieke muziek, jazz, flamenco, elektronica, samba en hiphop. Sawhney zelf speelt weer op verschillende instrumenten mee maar laat het zingen over aan gastvocalisten van divers pluimage. De nummers worden aaneengeregen door korte, politiek bedoelde soundbites van het radionieuws of van mensen die Sawhney op zijn reizen tegenkwam. De innemende, maar enigszins schuchtere eenling Nitin Sawhney (1964) gebruikt muziek om zijn verhaal te vertellen, om de luisteraar eerst wakker te schudden en vervolgens een vreedzamer alternatief te bieden voor geweld, manipulatie, racisme en corruptie. Of het nou een studioplaat is – met veelzeggende titels als Beyond Skin – de soundtrack voor een – vaak sociaal geëngageerde – film of de muziek bij een – politieke – dansvoorstelling; er is altijd een duidelijke boodschap. Sawhney groeit op als jongste zoon van een welgesteld, Indiaas echtpaar in een witte wijk van Rochester, Kent. In de hoogtijdagen van het racistische British National Front en is de jonge Sahwney de enige niet-blanke op zijn school. Om het geweld te ontvluchten stort hij zich op de muziek. Thuis en in de tempel leert hij tabla en sitar, op school piano en gitaar. Als hij raga’s op de schoolpiano speelt krijgt hij straf van de muziekleraar, een aanhanger van het Front. In diezelfde pianolokalen leert hij de latere jazztoetsenist James Taylor kennen, in wiens kwartet hij na school een plek zal krijgen. Daarna richt Sawhney zijn eigen groep The Jazztones op en vormt hij een trio met onder anderen Talvin Singh, met wie hij aan de wieg staat van de zogenoemde Asian Underground. Binnen deze stroming worden met name elektronica en dansmuziek vermengd met populair traditionele Indiase muziekstijlen zoals de bhangra uit Punjab, maar zowel Sawhney als Singh distantiëren zich van dit ‘etiket’. Sawhney vertelt vaak de anekdote dat hij naar een platenlabel belt, en dat er aan de andere kant van de lijn – op het horen van Sawhney’s naam – direct gezegd wordt: “Sorry, we doen geen bhangra”. Waarop Sawhney antwoordt: “Da’s mooi, ik ook niet.” Met het oog op die stereotypering van Indiase Britten bedenkt hij samen met zijn flatgenoot Sanjeev Bhaskar de geweldig succesvolle comedyserie Goodness Gracious Me. Vlak voor de opnamen trekt hij zich terug als acteur – hij wil zich op zijn muziek concentreren – maar hij is wel te zien in bijvoorbeeld de bekende sketch ‘Going for an English’, een parodie op groepen dronken Engelsen die een Indiaas restaurant binnenvallen en de bediening het leven onmogelijk maken. Nitin Sawhney is degene die aan het begin van de scène een bulderende boer laat. Vanaf zijn eerste plaat Spirit Dance (1994) krijgt Sawhney erkenning voor de organische fusion die met name succes heeft op de dansvloer. Hij verhuist naar V2 en wint belangrijke prijzen zoals de BBC 3 World Music Award in de categorie World Fusion en een nominatie voor de prestigieuze Mercury Music Prize. Sinds kort schrijft de Londense componist ook muziek voor videogames, waaronder Heavenly Sword voor de Playstation 3. “Dat is de nieuwste uitdaging,” vertelt Sawhney. “Een game is zowel technisch als esthetisch zeer ingewikkeld. Je moet steeds rekening houden met de mogelijkheid van slagen of falen. Maar de budgetten in de game-industrie zijn groot, dus kan ik flink uitpakken met orkestmuziek, en dat doe ik het liefst.” Sawhneys albums zijn meestal conceptuele platen. Zo was Prophesy (2001) het resultaat van een wereldreis waarop hij zowel met Nelson Mandela sprak als met kinderen van Aboriginals in Australië, Philtre (2005) ging over de helende kracht van muziek, en nu is er dus London Undersound, over de aanslagen van 2005 in de Londonse metro en bus, en de veranderde sfeer in de Engelse hoofdstad nadien. Waarom verschijnt dit album pas drie jaar na de aanslagen? "Vlak na de aanslagen voelde ik veel boosheid in mijn omgeving. Maar ik wilde geen kwaad album maken. Woede maakt dingen alleen maar erger. Wat dat betreft zijn we al verzadigd van haat in deze maatschappij. De informatie die de media ons voorschotelen over Irak, armoede, en ook over de bomaanslagen, stompt ons af. De schilderingen van Antony Gormley in het cd-boekje refereren aan slavernij een isolatie. Heb je het gevoel dat racisme en segregatie zijn toegenomen door toedoen van de aanslagen? "Ja, ik voel het aan alles. Veel politici hebben opportunistisch gehandeld en haat en racisme acceptabel gemaakt. Ik ben hindoe maar ik voel hartstochtelijk mee met de moslims en hoe ze zijn behandeld. Doordat het over een geloof ging en niet over een huidskleur kon iedereen openlijk zeggen dat alles de schuld was van de moslims. Maar toevallig zijn de meeste christenen wit en de meeste moslims bruin. Weet je, toen de IRA zoveel aanslagen pleegde in Engeland werden alle katholieken hier toch ook niet verantwoordelijk gehouden? Londen is echt veranderd. Dat gevoel dat er ooit was, het openlijk vieren van onze diversiteit, dat is er niet meer." Je noemt het album een samenwerkingsproject. Zijn niet al je albums dat? "Ja, dat klopt, maar bij deze plaat ben ik echt op zoek gegaan naar inwoners van Londen die een bijdrage konden leveren. Met elke gastartiest heb ik uitgebreid gepraat over zijn of haar ervaring met het Londen van nu. Ieder van hen heeft er veel persoonlijke input in gestopt." Je zei ooit dat composities persoonlijk moeten zijn, of ze zouden een ‘zin zonder betekenis’ zijn. "Alles waar ik me mee bezig houd wordt persoonlijk voor me. Ik maak muzikale statements vanuit mijn eigen oprechtheid. Als je gevoel hebt voor muziek, en je kijkt diep in jezelf, vind je vaak de meest pure vormen om iets te beschrijven. Het is net als met dromen: dromen zijn gedachtepatronen waarvan je niet eens wist dat je ze had, en die je bij het ontwaken soms zelfs verbazen, maar die wel kunnen duiden wat je overdag meemaakt. Ik laat me ook door mijn onderbewuste leiden, zo vullen mijn albums zich met betekenissen die ik er aanvankelijk misschien niet eens in dacht te stoppen. Ook met London Undersound zocht ik naar zo’n soort stroom van bewustzijn." Londen Undersound is een serieus, maar geen pessimistisch album. Ben je een optimist? "Ik ben optimistisch over de menselijke geest, maar niet over de politiek. Politici zijn bezig met het vergaren van macht. Er zijn er maar weinig, zoals Nelson Mandela, die daar niet mee bezig zijn. Natuurlijk hoop ik dat er, bijvoorbeeld in de V.S., dingen veranderen. Maar ook Barack Obama vertrouw ik niet echt, die heeft nog voor de Patriot Act gestemd. Je hebt ooit gezegd dat muziek een manier is om de balans terug te brengen in de wereld. Dienen al je composities om te reflecteren op de dingen om je heen? "Ja, ik probeer de balans in mezelf te vinden door mijn muziek. In dit universum sta je altijd op een onstabiele ondergrond, je moet steeds opnieuw je balans herpakken. Op sportscholen hebben ze zo’n halve skippybal waar je op moet proberen te blijven staan. Dat is goed voor je, omdat je een beroep doet op spieren die je normaal niet gebruikt. Dat geldt ook voor het leven: de wereld staat in de fik en als je het in de ogen kijkt en erover schrijft, maakt dat je sterker. Dan vind je je eigen positie in het geheel." Je vermengt onder meer jazz, blues, soul, Indiase melodieën, flamenco en samba. Hoe ga je te werk? Denk je: ‘ik ga nu eens een Braziliaans getint nummer schrijven’, of ‘bij deze Indiase zang past wel een Spaanse gitaar’? "Ik heb het geluk dat ik een achtergrond heb in veel muzieksoorten, niet alleen klassiek Indiaas en flamenco maar ook rock, funk en jazz. Dat is handig, want daardoor heb ik een groot muzikaal vocabulaire om ideeën uit te drukken. Wanneer ik componeer, denk ik aan iets of kijk ik naar iets waar ik over wil schrijven. En dan hoor ik automatisch muziek in mijn hoofd. Er verschijnt een soort soundtrack, en die volg ik. Het is niet moeilijk, eigenlijk kopieer ik wat ik hoor. Het is er gewoon. Volgens mij heeft iedereen dat. Misschien niet met muziek; wie weet heb jij het wel met woorden. Als je goed luistert in jezelf, hoor je altijd iets. Ik heb als kind meer muziek gemaakt dan gepraat, dus muziek is simpelweg mijn eerste taal." Dit artikel staat in de decemberuitgave van Mixed. Er is helaas een stuk weggevallen op de pagina's in het blad zelf. Dit is de correcte versie.
|