"Het is voor mij niet weggelegd zo conceptueel te werken"

Het gaf de stad een zweem internationale allure en even werd Rotterdam een echte modestad: tijdens Bridges to Fashion, de vierdaagse modemanifestatie (18-21 september) met aandacht voor hedendaagse modeontwerpers uit Nederland en Turkije. Niet alleen werd er een tentoonstelling geopend in het monumentale Rotterdamse Schielandshuis met werk van negentien jonge, cutting edge designers uit beide landen (te zien tot 8 februari 2009), ook was er een symposium, een talkshow, een reizende designer store, documentaires, een afstudeerexpositie, een urban event met mode van de straat en vele afterparty’s.

Climax was de modeshow in het Rotterdamse pakhuis Las Palmas, waarop recent werk van de 19 ontwerpers werd gepresenteerd. Door een zeer jong, modeminnend publiek werd de sporty chique van Selim Baklaci, de betoverend vrouwelijke oubolligheid van Edwin Oudshoorn en de rebelse originaliteit van Ümit Ünal laaiend ontvangen. Opvallend waren de shows van Filiz Akçakal, die meubilair en mode verenigt - de zoom van een jurk is bijvoorbeeld een bijzettafel op wieltjes – en Monique van Heist. Deze laatste veelbelovende Nederlandse ontwerpster bracht een alternatieve show: haar modellen liepen als fashion tourists rond in de zaal en gingen met wie maar wilde op de foto. Ook de kleding die ze droegen – overalls in hiphopstijl uit de jaren tachtig met Afrikaanse prints – getuigden van haar eigenzinnige conceptualiteit.

Tijdens het symposium was er aandacht voor het modeklimaat in Nederland en Turkije, en voor de economische kanten van beide modewerelden. Turkije is vooral bekend als exportland van textiel, maar speelt internationaal op modegebied een steeds grotere rol. Alle aanwezigen waren het erover eens dat jonge ontwerpers het in beide landen moeilijk hebben om op te starten.

Christine de Baan van Dutch Design, Fashion, Architecture ziet overeenkomsten tussen de twee culturen, maar ook verschillen: volgens haar ligt in Turkije de nadruk op commercie, terwijl in Nederland mode gezien wordt als kunstvorm. De ontwerpers beaamden dat. Edwin Oudshoorn, die deel uitmaakt van het traject Turning talent into business van de Dutch Fashion Foundation, vertelde dat hij zich niet bezig wil houden met verkoopcijfers. ‘Ik ben blij dat er in Nederland een atmosfeer is waarin je je op artistiek vlak kunt blijven ontwikkelen.’ Zijn jonge Turkse collega Gamze Saraçoglu vulde aan: ‘Het werk van de Nederlandse ontwerpers is heel bijzonder. Maar het is voor mij niet weggelegd om zo conceptueel te werken. Mijn kleding moet in de eerste plaats verkoopbaar zijn, want ik moet mijn rekeningen kunnen betalen.’

Dit stuk staat in de huidige editie van Items.