Miguel Poveda: een Catalaanse payo in Jerez‘Poveda is dé stem van deze flamencogeneratie,’ schreef El Pais. ‘Misschien wel van een aantal generaties.’ De grensverleggende projecten van Miguel Poveda winnen prijs na prijs. Met ‘Sin Frontera’ – de show die hij op de Flamencobiënnale in Amsterdam zal spelen – bedankt de jonge cantaor de stad Jerez de la Frontera, het gesloten flamenconest waarin hij, als Catalaan, toch werd opgenomen. Een greep uit recente krantenkoppen: ‘Poveda, elke dag machtiger’, ‘En god kwam naar de kathedraal van de zang’, ‘Poveda krijgt Madrid aan zijn voeten’, ‘De nacht dat Poveda de zon deed schijnen’, ‘Miguel Poveda ontketent een historisch applaus in Cazorla’ en ‘De tovenaar van de flamencozang’. En dat is alleen nog maar de kwaliteitspers. Met zijn heldere stem, ijzersterke techniek en elegante smaak is flamencozanger Miguel Poveda (Badalona, 1973) het huidige wonderkind van de zang. Hij bezit het grote talent om te doseren tussen vurige kracht en het subtiele verdwalen in dromerige melisma’s. Alle palos (de verschillende stijlen binnen het flamencogenre) vertolkt hij even goed, en ook deinst hij niet terug voor bijna vergane subgenres als de pregón - een stijl afgeleid van de zang van straatverkopers. De volledig autodidacte cantaor leerde het vak door op zijn kamer de grammofoonplaten van zijn moeder na te zingen. ‘Van mijn ouders kreeg ik de liefde voor de flamenco mee’, vertelt hij, ‘maar zij maakten zelf geen muziek. Ik voelde een innerlijke drang om me uit te drukken in de taal van de flamenco, dus ging ik op zoek naar de peñas flamencas die er in de buurt waren. Van de muzikanten met wie ik daar zong kreeg ik steeds nieuwe opnamen om te beluisteren.’ Als twintigjarig ventje presenteerde hij zich op het Festival Internacional del Cante de las Minas de La Unión (de belangrijkst flamencocompetitie van Andalusië) en sleepte daar meteen vier prijzen in de wacht, waaronder de hoofdprijs. Het komt niet vaak voor dat een jonge zanger in zoveel categorieën wint, maar nog opvallender was dat het Poveda uit het noordelijke Catalonië kwam, een provincie waar de flamenco niet direct in het bloed zit. Met zijn liefde voor de muziek en zijn doorzettingsvermogen overwon hij de scepsis van de flamencoconservatieven, en vijftien jaar later heeft hij een indrukwekkende staat van dienst met zes succesvolle soloplaten en talloze samenwerkingen, nominaties voor Latin Grammy’s en vorig jaar de grote Spaanse onderscheiding Premio Nacional de Música van het Spaanse ministerie van cultuur. Ondanks, of misschien wel dankzij het feit dat de vijfendertigjarige zanger nooit de makkelijke weg kiest. Zo was er in 2005 een reeks muzikale ontmoetingen tussen Poveda, zijn vaste gitarist Chicuelo, zanger Duquende en de groep van de Pakistaanse zanger Faiz Ali Faiz, van wie in 2006 de prachtige plaat en dvd Qawwali Flamenco uitkwam. Ook zette de cantaor samen met componist Enric Palomar gedichten op muziek van de bekende Andalusische dichter Rafael Alberti, geschreven tijdens diens ballingschap in Argentinië. In de muziek versmolt flamenco met klassieke muziek en tango. Hij speelde diverse palos de flamenco met een symfonieorkest, werkte met jazzmuzikanten en zong zelfs flamenco in het Catalaans. Voor dat project selecteerden Palomar en hij een aantal teksten van bekende Catalaanse dichters. ‘Hoewel’, zegt Poveda, ‘de muziek bestond uit coplas en andere mediterrane muziekstijlen, niet zozeer uit flamenco. Wel zong ik ze op een echte flamencomanier, want die muziek draag ik nou eenmaal diep in me.’ Hoewel al deze projecten op zijn minst verfrissend te noemen zijn, beschouwt Poveda zichzelf niet als een vernieuwer. ‘Ik vind mezelf niet modern. Ik heb wel een open geest, misschien omdat ik in Catalonië ben opgegroeid’, verklaart hij. ‘Daar wordt heel multidisciplinair gedacht en de ideeën waaiden mijn kant op. Ik houd van muziek en heb geen vooroordelen: dat is alles. Voor mij ontstaat vernieuwing van de flamenco vooral wanneer je jezelf bent terwijl je zingt. Want elke persoon is uniek.’ Met de toekenning van de Premio Nacional de Música in 2007 en de niet aflatende stroom lovende recensies bevindt de jonge zanger zich op een hectische piek in zijn carrière. De internationale agentschappen azen op hem. ‘Soms wordt het allemaal wat veel: de werkdruk, de verantwoordelijkheid, de complexe projecten die veel tijd en energie kosten. Maar ik kan me niet permitteren op mijn lauweren te rusten. Bovendien heeft die prijs mijn batterijen weer wat opgeladen.’ Zijn nieuwste programma Sin Frontera, waarmee hij sinds vorig jaar op tournee is, is een eerbetoon aan flamencobolwerk Jerez de la Frontera. ‘Jerez heeft een hechte flamencogemeenschap met een heel eigen stijl. Het is een wereld waar je niet snel tussen komt. Maar ik voelde me, als payo (niet-zigeuner, ED) uit Badalona, wel degelijk welkom. Door nachten mee te zingen, samen dronken te worden en respect en bescheidenheid te tonen, werd ik uiteindelijk geaccepteerd.’ Hij herstelt zich even. ‘Op zich hoeft niemand me te accepteren. Ik moet alleen mezelf accepteren. Maar van deze mensen wilde ik graag leren. Ik heb veel aan hen te danken. Daarom eer ik hen met een voorstelling.’ De titel Sin Frontera zinspeelt met het frontera (grens) uit Jerez de la Frontera; in Andalusië kregen veel dorpen die op de grens lagen met het rijk van de Moorse veroveraars deze toevoeging. ‘Voor mij is de kunst in Jerez juist grenzenloos.’ In een mise en scène van Sin Frontera, die veel weg heeft van een café, zitten links op het toneel Miguel Poveda en zijn gitarist Chicuelo, met wie hij overigens al bijna tien jaar samenwerkt. Aan tafeltjes rechts op het podium zit een handvol artiesten uit Jerez, onder wie zanger Luis El Zambo met zijn machtige, doorleefde stem en topdanser Joaquin Grilo. El Zambo, een zigeuner van de oude stempel en visser van beroep, stamt uit een geslacht van rasmuzikanten maar ging pas op oudere leeftijd professioneel zingen. Aanvankelijk spelen ze om en om, de mannen aan de linker- en rechterkant van het podium, maar na een paar nummers wordt Poveda joviaal uitgenodigd aan de tafel van de Jerezanen. Chicuelo volgt en vanaf dat moment is het een broederlijk wederzien waarin vooral muziek uit Jerez wordt gemaakt. Iedereen zingt en iedereen danst (zelfs Poveda) in een stralende, louterende show. Poveda’s ode aan el Zambo, Borrachera is een extatisch hoogtepunt. El Zambo noemt de jonge zanger op zijn beurt ‘neefje Poveda’. De ontmoeting tussen El Zambo en Miguel Poveda symboliseert het wederzijdse respect tussen jong en oud, vertegenwoordigers van moderniteit en traditie, uit Catalonië en Jerez. Poveda, die vijf jaar geleden naar Sevilla verhuisde om dichter bij het flamencovuur te zitten, voelt zich inmiddels al Andaluciër. ‘Zelf vergeet ik vaak dat ik Catalaan ben, maar mensen wijzen me er graag op. Dan zeg ik: maak je geen zorgen, het is niet besmettelijk’ Dit artikel staat in de oktober/novembereditie van Mixed Wereldmuziekmagazine. Miguel Poveda: Sin Frontera. 2 november 19:30 uur, Muziekgebouw aan het IJ Flamenco Biënnale (26 oktober – 2 november): ook voorstellingen in het Bimhuis (Amsterdam), Rasa (Utrecht), De Doelen (Rotterdam) Meer Biënnale: onder meer Diego Carrasco, Niño Josele, Enrique Morente, en dans van Isabel Bayón en Andres Marín.
|