Diva en erfgenaam: twee generaties Buena Vista Social Club

Twaalf jaar na de beroemde film van Wim Wenders verschijnt er een live plaat van Buena Vista Social Club. De afsluiting van een tijdperk? Hoewel, enkele muzikanten van de oorspronkelijke groep zijn nog steeds non-stop op tournee, waaronder Omara Portuondo en Eliades Ochoa. Deze twee bezoeken ons dit najaar weer. Maar ook de nieuwe generatie laat van zich horen, onder wie de jonge pianist Roberto Fonseca, die Ruben González verving na diens dood. Een interview met de diva en de erfgenaam over de impact van de Buena Vista Social Club op hun muziek en leven.

Wie de film Buena Vista Social Club van Wim Wenders uit 1996 heeft gezien – en wie eigenlijk niet? – herinnert zich ongetwijfeld het emotionele moment waarop Omara Portuondo en Ibrahim Ferrer in duet Silencio zongen. Portuondo was de enige vrouw van het gezelschap en herinnert zich nog hoe de mannen voor haar in de weer waren: “Ik had niet te klagen! Maar onder muzikanten bestaat er geen verschil tussen man en vrouw. Ik voelde me vooral heel gelukkig te kunnen deelnemen aan dit unieke project. Er zijn heel wat dames in Cuba met een mooie stem; ik heb het geluk gehad dat ze mij hebben uitgekozen.”

Al had Portuondo er al een vruchtbare carrière op zitten, toch was de film de vonk die haar internationale carrière in een stroomversnelling bracht. “Bueno, si,” twijfelt ze even, alsof ze niet wil toegeven. “Dankzij dat succes konden we onze muziek opnieuw aan de wereld presenteren. In de film is echter niets nieuw te zien; we doen gewoon wat we al die jaren voordien ook al deden. Maar voor het eerst kon de rest van de wereld die muziek ontdekken. Dat is voor mij het grote succes van Buena Vista. En wat voor succes! Allemaal dankzij een paar Afrikanen die nooit gearriveerd zijn. (Het oorspronkelijk scenario van de film was een ontmoeting tussen Malinese en Cubaanse muzikanten, red.)”

Hoewel al die oude artiesten een onvoorstelbare jeugdigheid tentoonspreidden – Compay Segundo was bij het uitkomen van de film bijna negentig – stierven de afgelopen jaren een aantal kopstukken, waaronder Segundo, Ruben González en Ibrahim Ferrer. Om pianist González te vervangen tijdens zijn ziekte en na zijn dood werd jazzpianist Roberto Fonseca ingeschakeld. De jonge muzikant zou uiteindelijk vijf jaar lang met Buena Vista touren, meespelen op de platen van de afzonderlijke leden en Ferrers laatste plaat Mi Sueño produceren.

Fonseca (Havanna, 1975) herinnert zich nog goed hoe hij betrokken raakte bij het project. “Ik was beneden in de Egrem-studio’s een opname aan het maken met Guajiro Mirabal. Boven was het team van Buena Vista bezig. Toen hoorde ik dat ze een pianist nodig hadden. Of ik even een stukje wilde voorspelen. Met knikkende knieën ging ik naar boven, bloednerveus was ik. Ze vonden me gelukkig goed en zo ging het balletje rollen.”

Het klinkt enigszins vreemd dat een jazzpianist die toen al een aardige staat van dienst had en internationaal op doorbreken stond, nerveus zou zijn om een paar bolero’s te spelen. Hij legt uit: “Ik heb een klassieke achtergrond en ben zelf een jazzman. Eigenlijk was ik de muziek van mijn voorouders een beetje vergeten. Door Buena Vista merkte ik dat die me ook erg ligt. Bovendien, de son spelen is aan de ene kant heel simpel, en aan de andere kant heel moeilijk: door de simpliciteit en de cadans van de muziek is elke nuance belangrijk, vallen fouten sneller op.”

Fonseca voelt zich gezegend om met al deze grote artiesten gespeeld te hebben. “Het voelde alsof ik de hemel mocht aanraken. Het was een belangrijke leerschool voor mij, ik heb het gevoel dat ik, zo jong als ik ben, een deel van de Cubaanse geschiedenis met me meeneem. Ik voel mezelf ‘de laatste leerling’ van Buena Vista.” Vooral met Ibrahim Ferrer had de pianist een bijzondere band. Fonseca produceerde niet alleen Ferrers laatste plaat, maar schreef ook een eerbetoon aan de oude zanger op zijn soloplaat Zamazú uit 2007. “Toen Ibrahim stierf, besloot ik te stoppen met Buena Vista. Zijn dood heeft me erg geraakt. Voor mij was er een hoofdstuk afgesloten.”

Naast zijn soloplaten, waarop Fonseca een formidabele, eigentijdse vorm van Cubaanse jazz maakt, speelt hij nog mee op de platen van Omara Portuondo. Ook de grande dame heeft in de tussentijd niet stilgezeten. In 2000 bracht ze haar eerste post-Buena Vista soloplaat uit, Buena Vista presents Omara Portuondo. In 2003 volgde Flor de Amor. Begin dit jaar presenteerde ze een vrij intieme duoplaat met de grote Braziliaanse zangeres Maria Bethânia.

In november staat ze weer bij ons op de planken om haar nieuwe album Gracias voor te stellen. “Tijdens zestig jaar carrière heb ik veel geleerd van andere muzikanten. Met dit album wil ik alle muzikanten ter wereld bedanken. Met name de Cubaanse muzikanten. Ik bedank ook mijn familie en iedereen die met me meewerkte en die me liefde gaf, waar ook ter wereld. Na 60 jaar weet ik heel goed dat je het niet in je eentje maakt. Je hebt steeds de anderen nodig om vooruit te gaan. Ook het publiek dat me al die jaren zo warm ontvangen heeft.”

Het album is opgenomen met topmuzikanten: naast Roberto Fonseca participeren meesterpercussionist Trilok Gurtu op tablas, de Israëlische contrabassist Avishai Cohen en de Brazilianen Andres Coayo op percussie en Swami Jr. op gitaar. Er speelt ook een indrukwekkend lijstje special guests mee: van de Braziliaanse superster Chico Buarque en de Kameroense bassist Richard Bona tot de twee belangrijkste vertegenwoordigers van de nueva trova; Silvio Rodriguez en Pablo Milanes. Het titelnummer Gracias is geschreven door de Uruguayaan Jorge Drexler. “Ik wil Drexler ook bedanken voor dat nummer. Het woord gracias is ontzettend groot. Het is zo groot als de wereld!”

Dit jaar heeft Portuondo 79 kaarsjes uitgeblazen en viert ze de zestigste verjaardag van haar carrière. Maar uitbollen zit er nog niet in. Ze heeft duidelijk nog voldoende energie om nog even verder te gaan. Tot wanneer? “Zo lang er leven is, is er de wens om te creëren. Ik heb een goede gezondheid en hou ontzettend veel van muziek. Iedereen beloopt zijn eigen levensweg. Zolang je zin hebt en de kracht er is, moet je dat pad volgen. Ik blijf dus gewoon zingen, de wereld afreizen met mijn muziek en met mensen samenwerken. Zolang ik er ben, weten jullie wat van mij te verwachten valt!”

Dit artikel staat in het nieuwe oktober-novembernummer van Mixed Wereldmuziekmagazine.