City Dressing: 'de spin off van ons werk is nooit te voorspellen'

Ze kleedden Amsterdam aan op de dag van het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima, vorig jaar werden in Rotterdam 32 gebouwen paars ter ere van het architectuurjaar en in 2006 sneeuwden duizenden felroze stippen de Rotterdamse Witte de Withstraat onder. Eén voor één projecten van Vollaers Zwart, bureau voor ‘autonome communicatie’. Binnenkort sieren ze de binnenstad van Madrid op.

De fascinatie van Madje Vollaers en Pascal Zwart voor de combinatie van autonome kunst, communicatie, publieksparticipatie en de openbare ruimte begon al tijdens hun academiejaren. Zwart: “We organiseerden kleine festivalletjes waarin verschillende disciplines als mode, architectuur en muziek zich vermengden. Een filmmaker ontwierp een bank, een kok maakte een ruimte die je op kon eten, we lieten muziek componeren: alles was er speciaal voor ontworpen.”

De ‘toeschouwer’ maakte vaak al deel uit van hun werk. Zo organiseerden ze ooit een event waar het publiek geheel gekleed werd door een modeontwerper. Vollaers: “Intussen gingen we steeds grotere ruimtes inrichten. De museale ruimte, waar we veel kunstprojecten deden, is heel compact, daar heb je hele directe communicatie met het publiek. In de openbare ruimte heb je een andere kwaliteit nodig, omdat mensen het daar niet verwachten.”

Voor het koninklijk huwelijk van Maxima en Willem-Alexander kleedden Vollaers en Zwart een hele stad aan, iets dat zij tot ‘city dressing’ doopten. Vollaers: “De door ons geselecteerde kleuren van de Nederlandse en Argentijnse vlag, plus oranje en goud hingen als een soort streepjescode door de stad. We hadden winkeliers de opdracht gegeven om met die kleuren te werken. Sommigen deden het wel, anderen niet. Dat maakte het soms lastig, maar wel erg spannend.”

Die uitdaging was er ook bij de profilering van Rotterdam als architectuurstad in 2007. De twee kunstenaars gaven diverse prominente gebouwen in de Maasstad een paars accent. “We wilden die gebouwen met elkaar linken,” zegt Zwart. “We wilden dat mensen steeds paarse gebouwen tegen zouden komen en zich zouden afvragen wat de relatie was tussen die gebouwen. Als een promotiecampagne, maar dan zonder woorden. Dat maakt het werk heel autonoom.”

Het ontketende een sneeuwbaleffect: allerlei bedrijven en pandeigenaren wilden ook ‘iets’ doen met het paars. Vollaers: “Dan gaven wij ze dan de naam van de winkel waar ze die verf konden kopen en exact die kleur folie die wij hadden gebruikt. Er was zelfs een begrafenisondernemer die een paarse kist in de etalage legde. Ja, de participatie ging erg ver. Dat zoiets op sociaal niveau doorgaat zie ik als de ruimtelijkheid van een sculptuur.”

Bij de roze stippen die Vollaers en Zwart overal op de Rotterdamse Witte de Withstraat hadden aangebracht ter ere van het festival De Wereld van Witte de With, had de participatie bijna ‘iets sektarisch’, merkte Vollaers. “Mensen wilden die stickers koste wat kost hebben en plakten ze overal op, van fietsen tot hun eigen lichaam. Alle buren en niet-buren wilden horen bij het festival. De spin off van zulke projecten is niet te voorspellen of te overzien. Tijdens de Rotterdamse museumnacht van 2006 gaven we duizenden gouden ballonnen weg, als logo van de nacht. Die mensen werden bijna licht in het hoofd, alleen omdat ze zo’n fucking ballon in hun hand hadden. Dat gaat ver, ja.”

Zwart vult aan: “Eigenlijk is ons werk heel minimalistisch. We denken er natuurlijk heel lang over na en er zijn strakke draaiboeken van elke stap die genomen moet worden. Voor het publiek is het resultaat juist heel simpel en toch overweldigend. Het zijn kleine gebaren, die een enorm effect sorteren. Dat is het architectonische van ons werk: de maatvoering is heel belangrijk. De werken geven dan al snel een vanzelfsprekend gevoel, net als gebouwen.”

Het heeft even geduurd voordat Vollaers en Zwart erkenning kregen. “Maar inmiddels kunnen we wel een potje breken,” zegt Vollaers. “Zoals bij het Holland Festival, dat staat bekend als een vrij elitair festival, maar bij de communicatie daarvan zijn we heel dicht bij autonome kunst gebleven. We maakten een vlag met gaten, wat iedereen ons afraadde. Maar de organisatie vond het goed om zich zo te profileren. Communicatie is vaak zo hip en modieus, wij proberen tijdloos werk te maken.”

Dit stuk staat in het septembernummer van Items.