Buika's donkere stem gedijt beter in rokerige nachtclubsetting

Ze haat, ze liegt, ze zwelgt in eenzaamheid en ze bedriegt. In haar teksten althans. En je zou zweren dat ze op enkele nummers daadwerkelijk huilt. Die verbeten passie kreeg Concha Buika (1972) niet mee van haar ouders uit Equatoriaal Guinea, maar van de zigeuners met wie ze opgroeide in Palma de Mallorca. Op Niña de Fuego schotelen Buika en succesproducer Javier Limón – die haar in 2005 groot maakte in Spanje – ons een pallet voor van oude Spaanse coplas, soulvolle latin jazz, Mexicaanse rancheras en flamencopop. Haar machtige, donkere stem, die het beste gedijt in rokerige nachtclubjazz en Afro-Cubaanse stijlen, rijgt dit alles aaneen. De begeleidende sterrencast omvat drummer Horacio ‘El Negro’ Hernández, trompettist Carlitos Sarduy (Ojos de Brujo), pianist Iván Lewis en Limón zelf op gitaar. Maar de arrangementen zijn net iets te glad en de structuur teveel ‘pop’. Buika’s doorleefde stem klinkt beter als ze omhuld wordt door duistere rafelranden.

Deze recensie staat in het augustus-septembernummer van Mixed Wereldmuziekmagazine