“Dit is mijn eigen clubje. Hier ben ik opgegroeid”

Dirigeren was van jongs af aan een vanzelfsprekendheid voor Hans Leenders. “Ja, dat wilde ik in de box al,” lacht hij. “Ik heb altijd de behoefte gehad om te bewegen op muziek. Dat is nergens op gebaseerd, ’t is gewoon een heel primair gevoel.” Hij had ook kunnen gaan dansen. “Dat heb ik ook een tijdje gedaan,” grinnikt hij.

Dus groeide Leenders (Gemert, 1971) op als percussionist. Aan het Rotterdams Conservatorium studeerde hij zowel klassiek slagwerk als orkestdirectie, waarna hij een vaste plek verwierf in het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Twee jaar later begon hij als hoofdvakdocent slagwerk aan de Rotterdam Classical Music Academy van het Rotterdams Conservatorium en won hij de Kersjes van de Groenekan Prijs voor jonge dirigenten.

Zijn grote doorbraak als dirigent kwam in 1999 toen hij dankzij een Bernard Haitink-beurs Valery Gergiev kon gaan assisteren bij het Rotterdams Philharmonisch. “Het probleem met directie is dat je, voordat je een orkest mag dirigeren, geacht wordt al het een en ander te kunnen. Maar je hebt juist een orkest nodig om het te leren. Ik kon gelukkig veel uren maken met mijn eigen collega’s, die mij graag tips gaven.”

Bovendien had de jonge dirigent het geluk dat hij Gergiev vaak kon vervangen. “Normaal gesproken zit je er als assistent alleen maar bij en luister je. Maar door zijn drukke schema was Gergiev vaak niet aanwezig bij repetities, en mocht ik vrij veel doen. Dat was echt een luxe positie.” Leenders verving de Russische dirigent zelfs bij delen van het openingsconcert van het Gergiev Festival in 2001. De pers was laaiend.

Onmiskenbaar drukte Gergiev een stempel op Leenders’ stijl.“Van hem leerde ik de flexibiliteit om mijn gedachten op elk gewenst moment te vertalen naar het orkest. Maar van elke leraar, van Arie van Beek tot Ilya Musin, Gergievs leermeester, heb ik elementen overgenomen.” Een eigen stijl is volgens Leenders een proces van jaren. “Ik ben nog steeds in ontwikkeling. Maar als ik mezelf zou moeten omschrijven als dirigent, zou ik zeggen dat ik een heldere techniek en krachtige expressie heb en ritmisch sterk ben.”

Inmiddels leidde Leenders onder meer het Koninklijk Concertgebouworkest, het Orchestre National du Capitol de Toulouse en het orkest van het Mariinsky Theater in St. Petersburg. Momenteel werkt hij aan uiteenlopende projecten zoals de kindervoorstelling Lord of the Rings met het Noord Nederlands Orkest en een tournee naar Polen en Duitsland met het hedendaagse Asko Ensemble. Op de nationale viering van bevrijdingsdag dit jaar verzorgde hij het slotconcert met het Codarts Symfonie Orkest. “Ik ben blij dat we die kans kregen om ons als school te profileren op landelijke televisie. ’t Is toch mijn eigen clubje. Ik ben hier opgegroeid.”

Niet alleen als dirigent, maar ook als hoofdvakdocent klassiek slagwerk aan het Rotterdams Conservatorium voelt Leenders zich verantwoordelijk voor de toekomst van zijn leerlingen. “Ze komen bij je met een droom. Maar het gebeurt vaak in de conservatoriumwereld dat studenten een vis voorgehouden wordt die ze niet kunnen krijgen. Ik vind dat je realistisch moet kijken naar waar hun kansen liggen en een richting moet adviseren die bij hen past.”

Zelfs aan de toekomst van de klassieke muziek in Nederland wil Leenders een bijdrage leveren. Daarom komt er op binnenkort een forum op zijn website. “De aankopen op iTunes stijgen exponentieel, de concertbezoeken dalen,” verklaart hij. “Het huidige systeem van orkesten, concertzalen en subsidies staat onder druk in deze veranderende maatschappij. Over hoe het anders kan wil ik de discussie loskrijgen.”

Zelf denkt hij dat de oplossing zou kunnen liggen in de presentatie van klassieke muziek. “Het moet veel meer een evenement worden. En de communicatie van het orkest met het publiek kan een stuk minder introvert.” Ook de rol van de componist zou moeten veranderen. “Net als in de tijd van Mozart, Beethoven en Mahler zouden nieuwe composities een belangrijk onderdeel moeten uitmaken van wat er in de zalen wordt geprogrammeerd. Tegelijkertijd kunnen componisten proberen meer aansluiting te vinden bij potentiële liefhebbers van klassieke muziek.”

De resultaten van het discussieforum hoopt Leenders in de praktijk te kunnen brengen. “Ik wil die oplossingen vormgeven in een eigen, misschien wel nieuw op te richten orkest. Dat is mijn voornaamste doel voor de komende tijd. Maar hoe dat er uit gaat zien, dat zal nog moeten blijken.”

Dit artikel staat in het zomernummer van Codarts Magazine.