“Filmmuziek gaat veel meer over klank dan over noten”

Het is zondagochtend, de dag na de première van zijn kameropera The man at the piano. In plaats van uit te rusten van alle hectiek, zit Paul van Brugge alweer in de studio een soundtrack te componeren. “Ik voel me zo’n jongleur met stokjes die tien bordjes draaiende houdt,” vertelt hij. “Je moet zorgen dat alle projecten elkaar versterken, dan geven ze energie. Zodra ze ten koste van elkaar gaan, ja, dan valt er wel eens een bordje naar beneden.”

Naast jazz, hedendaagse klassieke muziek en opera’s schreef Van Brugge inmiddels meer dan vijftig soundtracks voor films van regisseurs als Peter Greenaway, Alejandro Agresti, Sonia Herman Dolz en Esmée Lammers. Zijn jongste werk, muziek bij de verfilming van Tonke Dragts Brief voor de Koning van regisseur Pieter Verhoeff, is vanaf half juli in de bioscoop te zien.

Vooral het schrijven van muziek voor documentaires neemt bij Van Brugge een bijzondere plek in. “Omdat je het fictieve ondersteunt in de realiteit. In speelfilms is dat precies andersom.” Hij was dan ook trots op het Gouden Kalf dat hij in 2005 kreeg voor Alias Kurban Said. “Het was de eerste keer dat de soundtrack van een documentaire die prijs kreeg. Muziek bij documentaires werd lange tijd niet serieus genomen,” vindt hij.

Voor hem is het schrijven van filmmuziek een minutieuze aangelegenheid die elke keer anders verloopt. Voor de documentaire De tuin der afwezigen, over de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen in Madrid, schreef hij de compositie Seven sketches of pain bijvoorbeeld vooraf. “Regisseur Ramon Gieling filmde de hoofdpersonen luisterend naar mijn muziek, waarna hij hen interviewde. Zo staat de muziek niet los van het verhaal, maar is ze er intrinsiek mee verbonden.”

In het geval van de film A sad flower in the sand liet Van Brugge de Rotterdamse trompettist Eric Vloeimans juist improviseren op een door hem gecomponeerd thema. “Ik wilde het losse, chaotische van de film in de muziek overbrengen, met de klank van Vloeimans’ spel. Filmmuziek gaat voor mij veel meer over klank dan over noten, omdat we archetypisch reageren op een bepaalde klank.”

Het medium film is hij inmiddels zo gewoon, dat hij het toepaste in zijn meest recente kameropera The man at the piano, over het leven van de geniale pianist Bud Powell. “Ik gebruik cinematografie om te spelen met eenheid van plaats en tijd uit de klassieke opera. In film is de handelingssnelheid vele malen groter dan op het podium. Ik speel met dat contrast.”

Ook schreef duizendpoot Van Brugge inmiddels een keur aan concertmuziek voor onder meer Gaudeamus, Holland Symfonia en het Metropole Orkest. Hij is pleitbezorger van de jazz als concertante muziek. “Muziek waarbij je op je stoel zit in een zaal, waar je niet doorheen drinkt en rookt,” legt hij uit. “Qua vorm vind ik mainstream jazz namelijk niet echt boeiend. De mogelijkheden van ‘het liedje’ zijn zeer beperkt. Om de jazz als kunstvorm verder te ontwikkelen, kun je niet om de verworvenheden van de hedendaagse klassieke muziek heen.”

Daarom initieerde Van Brugge het Codarts Symphonic Jazz Orchestra, een combinatie van een symfonieorkest en een big band. Hij legt uit: “Ik vind het belangrijk dat mijn compositiestudenten jazzstukken kunnen schrijven voor symfonische bezettingen. Dit orkest verenigt beide disciplines en muziekculturen, met respect voor ieders identiteit. Zo leren de musici ook meteen van elkaar.” Het repertoire kent partituren, maar ook momenten van improvisatie.

Als artistiek leider van het Festival Jazz International Rotterdam op 26, 27 en 28 september zal Van Brugge vanzelfsprekend aandacht besteden aan contemporaine jazz als concertante muziek. Met als hoogtepunt het slotconcert van het driedaagse festival, door zijn geliefde Codarts Symphonic Jazz Orchestra. Naast zijn eigen werk zullen ook stukken te horen zijn van drie van zijn compositieleerlingen.

Hoewel Van Brugge het compositievak is ingerold, zou hij niets anders meer willen. “Muziek is gewoon de taal waarmee ik me uit. Componeren voldoet aan de behoefte waaraan ik wil voldoen. Het is geen keuze: ik kan het simpelweg niet laten, net als eten en slapen. Maar het is in elke periode van je leven anders. In het begin wil je bewijzen dat je het kunt. Nu sta ik meer in de schijnwerpers en is mijn publieke functie meer onderstreept. Natuurlijk zal dat later weer anders zijn.”

Dit stuk staat in het zomernummer van het Codarts Magazine.