Volharding, onderbuikgevoel en Brabantse gezelligheidDrie jaar geleden voltooiden Judith de Graauw en de broers Joep en Jeroen Verhoeven hun studie aan de Design Academy. Vrij snel daarna werden hun afstudeerprojecten al aangekocht door het Museum of Modern Art (MoMa) in New York, het Londense Victoria & Albert Museum en het Centre Pompidou in Parijs. Inmiddels runnen ze een fabriek in India met vijfenveertig man personeel om in de behoefte aan hun producten te voorzien. Wat is de sleutel tot hun succes? Toen Paola Antonelli, de designcurator van het MoMa, Jeroen Verhoeven belde om te vertellen dat ze zijn tafel ‘Cinderella’ in de vaste collectie wilde opnemen, was hij niet erg onder de indruk. ‘MoMa, wat is dat?’ vroeg hij aan zijn compagnons. “Maar het wordt nog erger,” lacht hij in hun studio aan de Rotterdamse Maas. “We hebben namelijk gewoon een factuur gestuurd. Later hoorden we dat het de gewoonte is om kunstwerken aan het museum te doneren. Maar ze hebben netjes betaald. Van het geld hebben we een bedrijfsauto gekocht die we ‘Moma’ doopten.” De anekdote is exemplarisch voor de werkwijze van het getalenteerde vormgeverstrio. “We zijn gewoon een beetje naïef,” zegt De Graauw. “Vaak hebben we dingen helemaal niet door. We denken per dag en per droom, daarna komen pas de problemen. Maar ook die lossen we altijd op.” Hun afstudeerproject Lace Fence, een stuk authentiek gaashekwerk met daarin een bloemig borduurpatroon, was zo in trek, dat De Makers Van de productie niet meer aan konden. “We trokken letterlijk met een rugzak en een laptop naar India, op zoek naar een geschikte plek. We dachten: ‘dat gaan we wel even maken.’” Na vier maanden van dag en nacht werken, het regelen van een fabrieksvergunning, het aanstellen van mensen en het genezen van kinderziekten, kon de productie een jaar geleden echt beginnen. Nu hebben ze 45 man in dienst. De Graauw: “Het is gelukt omdat we niet bang zijn om fouten te maken. Van fouten leer je. Verder gaan we, vooral bij het vinden van de juiste mensen, af op ons onderbuikgevoel. Zo is Vivek Radhakrishnan, een klasgenoot van de Design Academy, nu bedrijfsleider van de fabriek in Bangalore. Dat is toch wel heel fijn.” Maar het vergde wel veel doorzettingsvermogen, flexibiliteit en veelzijdigheid. “Soms zijn we ontwerper, dan weer fabrikant, vertegenwoordiger, onderzoeker, leerling of tiepmiep,” zegt De Graauw. “Kijk, een idee bedenken is heel eenvoudig. Maar dan moet je het ook nog gaan uitvoeren.” Verhoeven: “Het is verbazingwekkend hoeveel tijd en energie er in gaan zitten. Negentig procent van ons werk is papierwerk, logistiek, grondstoffen zoeken, productiemogelijkheden, agenten en verkooppunten. Maar aan de andere kant: als het makkelijk zou gaan, zou het ook niet leuk zijn. Dan zou het geen uitdaging meer zijn.” Het is gauw duidelijk dat de drie perfectionistisch en eigenwijs zijn en vooral heel goed weten wat ze willen. De Graauw: “Tijdens onze studie hadden we bedacht een radio te maken waarbij je, door over de antenne heen te bewegen, de juiste zender kon zoeken. De technische jongen zei dat het niet kon, maar wij bleven maar roepen: ‘het kan wel!’ Uiteindelijk kreeg hij het voor elkaar.” Verhoeven stelt: “Ik vind ook: als het eindresultaat niet overtuigt, presenteer het dan niet. Al wacht je tien jaar, alles is beter dan half werk. Dan kun je het beter laten.” Nou moet gezegd dat De Makers Van, naast talent, ook veel geluk hebben gehad. “Onze lerares en inspirator Hella Jongerius was enthousiast over ons werk en nam ons mee naar New York en Milan. Ook directeur Li Edelkoort brak een lans voor ons,” vertelt Verhoeven. “Bovendien zat ik een keer in het vliegtuig met televisiepresentator Twan Huys. Natuurlijk herkende ik hem niet, ik was zelfs een beetje chagrijnig omdat hij mijn slaapplekje had ‘ingepikt’. We raakten aan de praat en het resultaat was dat hij een reportage over ons maakte en uitzond in actualiteitenprogramma Nova. Vijf dagen na ons afstuderen! We zaten echt te lachen tijdens de uitzending. We konden het niet geloven. Het geeft ons natuurlijk een voorsprong dat mensen ons nu kennen, en nieuwsgierig zijn naar ons volgende werk.” Ook de synergie met elkaar draagt bij aan het succes. De Graauw: “Wij drieën vullen elkaar aan, maar denken ook heel erg hetzelfde. Tijdens onze studie hebben we samengewoond in een boerderij bij Eindhoven. Alles deelden we: euforie, passie, ruzies, geldgebrek. We dachten: als we dat kunnen trotseren, kunnen we net zo goed een bureau beginnen.” Opdrachtgevers, musea en journalisten willen graag weten wie van de drie welk object gemaakt heeft. “Ze vragen de naam van één auteur. Maar wij vormen één team, ook met de stagiaires, en met collega’s als Joris Laarman en Tord Boontje. Daarom heten we De Makers Van, als het begin van een sprookje. Alle samenstellingen zijn mogelijk.” Een ander voordeel is hun gezamenlijk directeurschap van de ontwerpfabriek. Verhoeven: “We kunnen werkelijk alles laten maken. Als iemand iets driedimensionaal wil hebben dat in eerste instantie plat was, dan kan dat. Iemand wilde iets in massief goud hebben. Ook dat kan! Dat geeft een enorme vrijheid. Zelfs de merken waar we opdrachten voor uitvoeren, laten ons vrij. Bij Fatboy werken we met Alex Bergman. Hij komt uit Brabant, net als wij. Met hem zitten we soms hele middagen gezellig te ouwehoeren en te brainstormen, tot grote frustratie van zijn notulist.” Toch blijven ze zich bewust van – en verbaasd over – hun snelle faam. Verhoeven: “Het geeft een enorme kick dat je datgene wat je droomt, ook echt kunt flikken. Zo hebben we bij onze tafel in het MoMa een uur staan luisteren wat de mensen erover zeiden, zonder dat ze wisten dat wij de auteurs waren. Dat was echt kicken. En in Amsterdam stopte er een keer een vuilniswagen midden op straat, omdat de mannen onze tafel hadden zien staan in een etalage. Kijk, dat vind ik een nou een mooi compliment. Ik wil mijn werk delen met de wereld.” Momenteel werken De Makers Van, met wie het zo goed gaat dat ze pas nog op werkvakantie naar Thailand gingen, aan het ontwerp van een zeiljacht en aan een ‘wellness resort’ in de buurt van Sjanghai. Onlangs belde niemand minder dan couturier Jean-Paul Gautier op om te melden dat hij de Cinderella-tafel wilde bestellen. Verhoeven grinnikt: “Ik ben blij dat ik in ieder geval wist wie hij was.” Bio: Judith de Graauw (1976) en de eeneiige tweeling Joep en Jeroen Verhoeven (ook 1976) studeerden in 2005 af aan de Design Academy Eindhoven. Hun afstudeerprojecten Lace Fence, Lost & Found en Cinderella sloegen in als een bom. Om de productie aan te kunnen, zette het drietal in 2006 een fabriekje op in Bangalore, India. Afgelopen jaar werkten De Makers Van aan eigen projecten als een lamp op windenergie en het ‘geketende servies’ Lucky Charms, maar ontwierpen ze onder meer ook tassen voor Fatboy en diamanten slingers voor Swarovski. Dit artikel staat in het juli-nummer van Items.
|