"Die dode bak water is het probleem"In de regel doen de architecten van West 8 niet mee aan open prijsvragen, maar de ideeënwedstrijd van EO Wijers voor het IJmeer konden ze niet laten liggen. “De vraagstelling was gericht op de randen van het IJmeer. Dat irriteerde ons. Niet de rand, maar die dode bak water is het probleem,” vertelt Riëtte Bosch, projectleider bij West 8. “Door erosie zitten zowel het IJmeer als het Markermeer vol kleideeltjes, er is veel vervuiling en op de oevers en het landelijk gebied wordt te pas en te onpas gebouwd. Wij hebben een plan bedacht dat al deze problemen het hoofd biedt.” De Rotterdamse architecten, die onlangs ook de prestigieuze ontwerpwedstrijd voor het New Yorkse Governors Island wonnen, staan bekend om hun multidisciplinaire werkwijze. Ze houden bij hun ontwerpen rekening met de lokale context, geschiedenis van de plek, het landschap en de omringende ecologische situatie. “Het IJsselmeer is bijvoorbeeld een belangrijk vogelhabitat in Europa,” vervolgt Bosch, “maar voldoet al niet aan de EU-richtlijnen: het is veel te diep. Je hebt ondiepten nodig om het water te filteren en om te voorzien in voldoende broedplekken.” Samen met ecologen en baggeraars bedachten ze een plan voor het Markermeer, dat er kortweg uit bestaat het overtollig slib op te vangen in diepe gaten op de bodem en zo het water te zuiveren, terwijl het overgebleven zand gebruikt wordt om voor de kust van Almere een nieuwe stadsdeel en een natuurgebied te laten verrijzen. Met daardoorheen een vaargeul; zo worden de Oranjesluizen verplaatst en ligt Amsterdam weer aan het IJ en het IJmeer. Ook zouden er meer ondiepe gebieden komen aan de oevers, voor recreatie en natuur. Aan de aanpak van West 8 zit ook een economisch aspect. Het plan zou namelijk de stad Amsterdam verlichten. Bosch: “Ook om te wonen is Almere voor Amsterdammers een uitvalsbasis, maar die stad ligt diep in de polder en heeft niet de charme van uitzicht op het water. Onze 10.000 tot 50.000 nieuwe woningen op Markeroog liggen juist allemaal aan het water. Het wordt geen zielloze vinex- locatie.” Die manier van werken – opspuiten in plaats van inpolderen – werd eerder gebruikt bij de Maasvlakte en bij IJburg. Bosch: “Met die methode kun je nieuwe gebieden boven de waterspiegel aanleggen, in plaats van daaronder. Het past in een Hollandse traditie van land maken, maar dan op een nieuwe manier.” Helaas loopt het plan van West 8 tegen politieke hindernissen aan. “Door de komst van de wet ruimtelijke ordening is het bijna onmogelijk te realiseren. Dit soort plannen wordt door juristen beoordeeld, maar wij zijn meer geïnteresseerd in modder en klei.” Ook is West 8 nog steeds bezig met het prestigieuze project De Blauwe Eilanden, een realistisch plan om een aantal eilanden voor de Vlaamse en Nederlandse kust aan te leggen met het oog op de kwetsbaarheid bij zeespiegelstijging. “We zijn nu letterlijk zand naar de zee aan het dragen: op een aantal Nederlandse stranden worden elk jaar met grote zandkanonnen meters zand gesuppleerd. Op de lange termijn moet naar andere oplossingen worden gezocht dan het versterken van de zwakke schakels. Wij stellen voor om de kust permanent te beschermen met een eilandenreeks. Die remt niet alleen de golfslag, maar beïnvloedt ook de getijdenknoop die in de Noordzee ligt. Daardoor hebben zuidwesterstormen minder impact op Nederland.” Dit artikel staat in het huidige nummer van Items, met het thema 'Mud'.
|