Noedelkommen en anti-utopie

TENT. is op de designtoer: waar de expositieruimte aan de Rotterdamse Witte de Withstraat zich voorheen exclusief wijdde aan beeldende kunst van Nederlandse makelij, lag deze herfst de focus op design. Dutch Design welteverstaan. Buurman Vivid (galerie en designplatform) vulde vrijwel de hele ruimte van TENT. met Dutch Design Port, de expositie die afgelopen lente in New York te bezichtigen was.

Dutch Design Port was niet eerder in Nederland te zien maar de afzonderlijke ontwerpen, zoals de Rococo Radiator van Joris Laarman, de vazen van Hella Jongerius, de stoelen van Richard Hutten en Shady Lace, de bladerenparasol van Chris Kabel, waren dat helaas wel. TENT. wilde er een nieuw, jonger publiek mee aantrekken. Naast de tentoonstelling waren er drie avonden met debatten en zelfs een ‘Design Idols’ voor jong talent.

Meest opvallend waren drie nieuwe projecten die aan de expositie waren toegevoegd, waaronder het wereldservies van Imre Bergmann. Zij nam eten als verbindend element en vermengde vormen van serviesgoed uit bepaalde culturen met patronen uit andere: zo zijn er Turkse theeglaasjes in boerenbont, noedelkommen in Delfts Blauw, Nederlandse koffiekoppen met een gouden oor en oosterse soeplepels met een Engels roosje. Daarnaast is er een video met interviews over eetgewoontes en recepten uit allerlei delen van de wereld.

Grimmiger maatschappijkritiek komt van Atelier van Lieshout en zijn ‘sinistere, antiutopische’ SlaveCity. Het klinkt ideaal: een maatschappij die zelfvoorzienend is, die het milieu niet belast, waarin alles wordt gerecycled en die ook nog eens zeven miljard euro winst maakt per jaar. Maar dan blijkt dat ‘oude, kreupele, zieke en onsmakelijke mensen zullen worden gerecycled in de biogastank’, en ‘gezonde, niet zo slimme mensen zullen worden gerecycled in de vleesverwerkingindustrie’.

Op een servies, bedoeld voor de bestuursleden van SlaveCity, staan taferelen uit het leven daar. Ze variëren van noeste landbouwarbeid en sportende mannen, tot de transplantatieafdeling en een gebouw in de vorm van een zaadcel waar de voortplanting plaatsvindt volgens het recht van de sterkste. Meest angstaanjagend is de combinatie van normale gezinssituaties – zoals man en vrouw die lepeltje-lepeltje slapen – en de recycleafdeling, waar worst wordt gemaakt van mensenvlees.

Derde nieuwigheid in TENT. (en de gemeenschappelijke ruimte met kunstcentrum Witte de With) is de ‘huiskamer’ van Frank Bruggeman en Bertjan Pot: een hoekbank, een Perzisch tapijt voorzien van gekleurde repen tape, planten, koffietafelboeken en een aantal apparaten zoals een papierversnipperaar. Het moet – tot april 2008 – van een non-plek een ontmoetingsplek maken. Wie durft, behalve de medewerkers van de beide kunstcentra?

Dit artikel staat in het novembernummer van Items.