Zeewier aan de lijnen en zout water happenAls je wilt weten wat de ruim tienduizend Nederlandse kitesurfers voelen als ze het water op gaan, als je je afvraagt waarom kitesurfen al vier jaar de snelst groeiende watersport van de wereld is, en als je ook maar enigszins bang bent om letterlijk en figuurlijk ‘op je bek te gaan’ dan moet je het gewoon eens uitproberen. Maar wel bij een internationaal gecertificeerde surfschool, want deze extreme sport heeft de afgelopen jaren een aantal dodelijke ongelukken opgeleverd. Het is half tien ’s ochtends, er staat een flinke bries en tegen het decor van zilveren wolken vliegen een paar meeuwen. Op het strand van Oostvoorne geeft de Nederlandse IKO kitesurfschool Wake Up Boarding lessen. De leerlingen hebben zich net in wetsuits en zwemvesten gehesen en instructeur Alex Parengkuan legt een ‘kite’ klaar op het zand. Thuis leek het een eitje, maar hier aangekomen boezemt de apparatuur angst in: ons onderlichaam is volledig ingesnoerd in een soort kuisheidsgordel met ijzeren haak onder onze navel en de lijnen van de (kleine) vlieger zijn bedenkelijk lang. We krijgen ook een plastic helm - niet alleen omdat je op je hoofd kunt vallen maar ook omdat de lijnen van andere ‘kiters’ je oren eraf kunnen snijden als je niet oplet. Met zijn rug naar de wind krijgt Parengkuan de kite moeiteloos omhoog en houdt hem recht boven onze hoofden stil, daar is de minste weerstand. Als hij de kite naar links ‘stuurt’ (door de linkerkant van de ‘bar’, de horizontale stuurstaaf waar de lijnen van de vlieger aan vast zitten, naar zich toe te trekken) vangt de vlieger wind en gaat hij hard naar beneden. Dan stuurt de instructeur hem weer naar het midden en herhaalt hetzelfde aan de rechterkant, waardoor hij een liggende ‘acht’ maakt. Het ziet er spectaculair uit en zo klinkt het ook – de lijnen snijden door de wind - en als we het spel met de wind doorhebben geeft het een echte kick om achtjes te maken en de vlieger steeds dieper te laten zakken – zonder dat hij neerstort. Maar de kleine vlieger was pas de kleine vlieger. En we staan nog op het strand. De grote vlieger werkt volgens hetzelfde principe, alleen is de ‘bar’ die eraan zit een stuk gevoeliger en uitgebreider en wordt hij bevestigd aan onze kuisheidsgordel, waardoor we – hij vangt ook veel meer windkracht – meters de lucht in worden gehesen als we de controle verliezen. Na er wat mee te hebben gespeeld – en een snel boterhammetje, geen tijd te verliezen - mogen we van Parengkuan het water op. Op het water moet zelfs de grootste control freak zich overgeven. We gaan ‘bodydraggen’, je op je buik, hangend aan de vlieger, zigzaggend door het water laten sleuren. Het euforische gevoel van de keren dat het goed gaat, maakt al snel plaats voor de adrenaline van de metershoge sprongen die we per ongeluk maken en de keren dat de vlieger in zee stort en we zout water happen. Er zit namelijk een adder onder het gras: de natuurlijke reflex om de vlieger naar je toe te trekken als het te snel gaat werkt hier averechts; hoe harder je trekt, hoe meer wind je vangt, en hoe verder je van huis bent. Als we, moe van uren oefenen, ook nog even ‘ass draggen’ (je zittend op je billen door het ondiepe water laten trekken met een been gestrekt en een gevouwen – wat het daadwerkelijke surfen het best nabootst), zitten de draden van de vlieger niet alleen door elkaar, maar ook vol groen zeewier van het vele vallen in het water. Om het surfgevoel te krijgen mogen we nog even op het board staan, maar echt ‘staan’ kun je het niet noemen. Doodmoe, met spierpijn in ons hele lijf, maar voldaan krijgen we aan het eind van de middag een certificaat dat zegt dat we niveau één hebben gehaald. Voor het echte surfen zullen we door moeten naar niveau twee. Dit artikel stond op 19 juli in nrc.next. Info lessen: www.wake-upboarding.nl. Algemeen over kitesurfen: www.kitehigh.nl
|