Liever thuis dan uit in Rotterdam?Een maand geleden werd het World Music and Dance Centre, een centrum voor wereldmuziekonderwijs en –optreden, door de koningin geopend. Weken daarvóór, toen men het had over het muzikale programma van de opening, passeerden verschillende voorstellen de revue. Een ervan was een optreden van Neco Novellas, een jonge groep muzikanten afkomstig uit Mozambique, die op het Rotterdams conservatorium studeren. Hun muziek – Afrikaanse gitaarpop en jazz – is een van de meest originele en actuele voorbeelden van niet-westers talent in Rotterdam: een stad waarin migranten en autochtonen nieuwe vormen vinden van samenleven en creëren. Toch werd het een andere keuze: een optreden van conservatoriumdocent en flamencogitarist Paco Peña, geïntroduceerd door ‘crumpende’ en ‘clownende’ jongeren. Ook dát was een palet van multiculturaliteit. Maar zoveel minder gewaagd, zo veel meer op safe spelend. Ik weet bijna zeker dat Beatrix meer had geleerd – en genoten – van een sprankelend optreden van de Mozambiquanen, dan van de gitaar van Peña en het koor van conservatoriumzangeressen dat met een tenenkrommend Nederlands accent de Spaanse tekst zong. De focus ligt in deze stad niet op durf, niet op compromisloos programmeren. Voor gewaagde en inspirerende projecten is vaak geen geld, behalve als er toverwoorden als ‘urban’ of ‘educatief’ bij staan in de subsidieaanvraag. Of als het gaat om economische redenen, zoals het opwaarderen van stadsdelen als de Lloydpier of de Dordtselaan. De logge en behoudende geest van de bureaucratie wint het, zoals in mijn net genoemde voorbeeld, meestal van originaliteit. Naast het gebrek aan durf ligt de nadruk op festivals, eenmalige projecten: We hebben een winterfestival met veel lichtjes en een ijsbaan, en een groots formule 1 spektakel waarvoor de binnenstad wordt afgezet, maar het muzikale aanbod door het jaar heen is schrijnend. We hebben nu het North Sea Jazz festival, maar nog steeds geen goed jazzpodium. Het Dunya festival werd een paar jaar geleden gered, maar de medewerkers van de failliete stichting, die gedurende het hele jaar het Prinsestheater voorzagen van muziek, kwamen op straat te staan. Natuurlijk, het gaat niet goed met de gevestigde podia voor live muziek. Jongeren blijven thuis achter hun computer zitten, en gaan hoogstens één keer in de week uit. De voor miljoenen verbouwde muziekzalen blijven leeg. Voor een deel ligt dat aan de programmering: bij Nighttown kreeg je week na week – ik overdrijf een beetje – bejaarde Nederrockers en reggae-concertjes voorgeschoteld. Ik geloof niet dat jongeren niet openstaan voor kwaliteit, wel dat die anders gebracht moet worden. Door concerten online te zetten, zoals fabchannel doet, en daar geld mee te verdienen. Door voor mijn part in het computerspel Second Life concerten te geven, maar ook door het live te blijven doen. Misschien voor wat minder mensen. Onze beleidsmakers doen niet veel om dit tij te keren; er wordt weinig in duurzaamheid geïnvesteerd. Met elk nieuw college worden de resultaten en investeringen van het vorige met een gretige destructiviteit teniet gedaan. Dit is dan ook een transitstad, in alle opzichten. Zeelieden en binnenvaartschippers zijn hier op doorreis, maar ook wethouders en beleidsmakers, kunstenaars en andere creatieven. Daarom doen die festivals en andere eendaagse evenementen het zo goed. In het begin lijkt het alsof hier alles kan. Je kunt goedkope woonruimte vinden, opdrachten vergaren en jezelf ontwikkelen. Maar al gauw blijkt de belofte een lege huls. De vrijheid is misschien te groot. De aanvankelijk heerlijke anonimiteit zorgt voor een gebrek aan concurrentie: niemand die op je vingers kijkt. In deze stad kun je in de marge blijven aanmodderen tot je verdrinkt. Of je groeit door, naar Londen, Berlijn of Beijing. Ook de drie broers Novellas uit Mozambique waren welkom om hier aan de slag te gaan. Ze mochten hier komen studeren aan het conservatorium, hoewel ze meer collegegeld moesten betalen dan de Nederlandse student. Maar na de wittebroodsweken begonnen de problemen. De getalenteerde nieuwkomer mag niet werken, omdat hij immers studeert. Hij speelt geen klarinet maar balafon (en een Afrikaanse afdeling heeft het conservatorium, ondanks jaren oude beloften, nog steeds niet). Hij kent de gebruiken niet goed, de politieke mores, het vocabulaire van de subsidieaanvraag. Bovendien is hij geen Janine Jansen, geen Ali B. Kortom, hij is niet goed inzetbaar voor marketingdoeleinden. Hij is hier op zichzelf aangewezen, en als hij het op eigen kracht maakt, ja, dan wordt hij als nieuw paradepaardje bejubeld. Na zes jaar studie in Rotterdam heeft de oudste broer en zanger, Neco, bijvoorbeeld nog steeds een studentenvisum, dat in september afloopt na het afronden van zijn masteropleiding. En dan? Zonder werk geen verblijfsvergunning, maar zonder verblijfsvergunning ook geen werk, en zonder werk geen eten. Als de platencontracten niet voor het oprapen liggen, blijven er twee opties over: opgeven en terug naar Mozambique of doorgroeien in steden als Londen of Parijs, waar ze weer helemaal van voren af aan moeten beginnen. Wie weet worden ze dan jaren later als helden onthaald op North Sea Jazz.... De enige plekken in Rotterdam waar compromisloos wordt geprogrammeerd en talent een kans krijgt zijn de nieuwe huiskamers. De salons van persoonlijke netwerken, de virtuele ontmoetingsplaatsen zoals myspace, de nagebootste woonkamers in kraakpanden zoals Locus 010 en De Player. De Wohnzimmers, de Urban Country Clubs, de ateliers. Zelfs het eerder genoemde WMDC heeft – verrassend genoeg – een gezamenlijke huiskamer met de SKVR: het centrum maakt nieuwe, on-westerse ontmoetingsvormen mogelijk. Hopelijk binnenkort ook met een nieuwe, on-westerse programmering. Op de agenda van 2007 in de Rotterdamse kunst en cultuur? Durf en duurzaamheid. Ik zou graag een aantal gewaagde experimenten zien. En dan bedoel ik niet het huisdierenfestival – dat vorig jaar de prijs kreeg voor meest innovatieve evenement – of een gebreid truitje voor kabouter buttplug – een idee van de winkeliersvereniging van de Nieuwe Binnenweg. Ook bedoel ik niet de interessante, maar vaak ontoegankelijke events van Worm en V2. Maar pure, onbegrensde speelsheid, het ontdekken van talent, en het lef dat te tonen. Keer op keer. Zoals Motel Mozaique in haar begindagen, zoals Dunya’s Windows to the World, of, wat recenter, het UK festival van Lantaren Venster, maar dan periodiek. Laten zien wat je kunt, zonder bang te zijn om een flater te begaan. Wat je binnen de muren van je huiskamer met verve verdedigt, waar je tussen vrienden een lans voor breekt. Goed beargumenteerde, of juist intuïtieve kwaliteit zou zichzelf moeten verkopen. Luister maar eens naar de Novellas, die hier straks optreden. In de huiskamer van TENT. --
|