Pulp voor het hele gezinRockwell Clothing, de cd-hoes van Rednose Distrikt en de flyers van Bitterzoet en Paradiso zijn het topje van de ijsberg. Illustrator Piet Parra heeft met zijn volmaakt eenvoudige, kleurrijke tekeningen een superproductie. Hij exposeerde dit jaar al in Londen, en binnenkort in Parijs. ,,Maar soms ben ik dat mannetje met zijn kop in het zand.” Tekenaar Piet Parra, alias Pieter Janssen, heeft het druk. Heel druk. Bij binnenkomst in zijn kantoortje boven de sneakerwinkel Patta op de Nieuwezijds Voorburgwal zit hij druk te tekenen aan een reclame voor het ijsmerk Ben & Jerry’s. Hij heeft een met potlood getekende schets ingescand, en is die in het programma Illustrator aan het inkleuren in fel oranje. ,,Wacht, nog even dit woord afmaken,” verontschuldigt hij zich. De ruimte ligt bezaaid met spullen: gympen, t-shirts, stapels tijdschriften en een doos met platenhoezen en bladen die, blijkt later, zijn portfolio vormen. Tegen de muur staat een smal boekenkastje met boeken over kunst, pop-art, cinema en comics. De wanden zijn beplakt met schetsen, flyers en knipsels ter inspiratie. In Nederland is Parra (30) vooral bekend als ontwerper achter het merk Rockwell Clothing, dat hij in 2000 met een partner opzette. De hippe, grootstedelijke kleding met een verwijzing naar de skatecultuur, werd vooral in de hoofdstad snel populair, en wordt nu in 100 winkels tot aan Japan en Australië verkocht. Ook zijn Parra’s flyers (voor clubs als Bitterzoet, Paradiso en Jimmy Woo), platenhoezen (Opgezwolle, Kubus) en t-shirts (De Jeugd Van Tegenwoordig) in Nederland regelmatig te bewonderen. Dit jaar staat hij vooral in de aandacht omdat hij van Nike een schoen mocht ontwerpen. Het Amerikaanse sportmerk liet jonge kunstenaars uit Londen, Parijs, Rome en Berlijn ‘limited edition’ schoenen ontwerpen, en Parra kreeg de Amsterdamse opdracht. Een eerste versie van de Amsterdam Airmax by Parra is nu onderdeel van de tentoonstelling Fashion DNA van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Maar het meeste werk doet hij eigenlijk voor reclamebureau Big Active in Londen. Ook nu, met de reclame voor Ben & Jerry’s. Hij is inmiddels klaar met inkleuren. ,,Zo werk ik dus,” zegt de ontwerper. ,,Met potlood en een pc. Ik denk dat ik de enige creatieveling ben die niet op Mac werkt.” Parra is autodidact: hij werd op de academie niet aangenomen omdat zijn werk ‘te vrij’ zou zijn. ,,Ik doe maar wat, ik werk zonder referenties.” Dat vrije werk, met zijn typerende eenvoud van kleur, vorm en typografie, wordt internationaal steeds meer gewaardeerd. Big Active sleept grote opdrachten voor hem binnen. Behalve voor de ijsgigant maakte hij ook voor Heineken, de Britse uitgeverij Random House, het London Film Festival en de gemeente Londen advertenties en posters. ,,In zekere zin heb ik mijn ziel verkocht, ja. Het is natuurlijk een grote streling voor je ego. Maar niet helemaal. Als ik ergens niet achter sta, dan doe ik het niet. McDonalds bijvoorbeeld heb ik afgeslagen.” Big Active bezorgt hem bovendien niet alleen puur commerciële opdrachtgevers. ,,Het bureau staat met een been in de commerciële wereld en met een been in de culturele sector. Ze werken met 11 illustratoren in plaats van tachtig, daardoor wordt het exclusief en haalt het interessante opdrachten binnen.” Met zijn losse stijl – hij gebruikt nooit typeletters, maar tekent alle letters zelf – kreeg hij het ondenkbare voor elkaar in de marketingwereld: logo’s natekenen voor zijn ontwerpen. ,,Dat heb ik nog nooit meegemaakt,” zegt hij. ,,Zelfs het Heineken-logo mocht ik natekenen. Bij de nieuwe biografie van Kurt Cobain gingen ze nog een stap verder: ze vroegen of ik de achterkanten helemaal wilde tekenen, inclusief de achterflaptekst en het bedrijfslogo.” Hij kreeg ook de opdracht om voor het nieuwe boek van schrijver Jay McInerney – The Good Life – een omslag maken, maar die werd afgekeurd. ,,Te speels, was de reden van de schrijver.” Het gebeurt hem in de literaire wereld vaker dat zijn ontwerpen worden afgekeurd. Penguin bijvoorbeeld keurde een omslag af, en Bloomsbury ook. ,,Ik weet ook niet waarom. Gek dat juist daar mijn werk niet bevalt.” Het nadeel van werken voor een reclamebureau is volgens Parra dat je paraat moet staan. ,,Mijn grootste angst elke dag is om mijn e-mail te checken, want er kan weer een nieuwe opdracht tussen zitten.” Daarom probeert hij de tijd tussen het commerciële klussen en zijn vrije werk goed te verdelen. ,,Ja, zo fifty fifty denk ik. Ik heb ook nog mijn eigen label en ik maak muziek.” Hij heeft altijd verschillende projecten tegelijk open staan, een muziekfile en een paar tekeningen. “Ik heb een ‘short attention span’. Bovendien, als ik mijn muziek en mijn rare tekeningen niet kan maken, word ik gek.” Ondanks dat hij trots is op zijn werk, heeft Parra er ook gauw genoeg van. ,,Ik teken ze in vijftien, twintig minuten. Ik heb al zoveel gemaakt,” zucht hij. Piet Parra was al jong met vormen en kunst bezig. ,,Op zondagochtend luisterde ik naar Boudewijn de Groot en bekeek ik de plaatjes uit het Hiëronimus Bosch-boek van mijn vader.” Zijn vader was schilder en beeldhouwer. ,,Zijn dierenfiguren en Rubens-vrouwen hebben mij beïnvloed. Maar hij neemt ook wel eens dingen van mij over.” De skate- en hiphopcultuur vormden Parra, als tiener een fanatiek skater, verder. Nu haalt hij zijn inspiratie uit oude filmstills, comics, boeken over pop art en Amerikaanse reclameplaatjes uit de jaren vijftig en zestig. ,,Daar leer ik ook nog dingen uit, kijk hier, zoals hoe ik die handjes moet tekenen.” Ondanks de simpliciteit van zijn werk is Parra niet vreemd van enig engagement. ,,Voor de Volkskrant maakte ik een keer een paginagrote tekening. De opdracht was: wat zou je de Europese bewindslieden willen vertellen? Ik tekende een groot rood vlak met daarin de witte letters de woorden: This is not America.” Hij wordt wel een beetje cynisch van het leed in de wereld. ,,Soms kijk ik gewoon niet naar het nieuws, dan ben ik even dat poppetje dat zijn kop in het zand steekt,” zegt hij, verwijzend naar een van zijn tekeningen. En hij maakt zich snel druk om dingen. ,,Over mijn eigen leven ben ik vrij dankbaar, maar als mensen niet aan elkaar denken, of aan het milieu, dan kan ik me heel kwaad maken.” Dat is de laatste tijd ook te merken aan zijn werk. Het is veel persoonlijker, soms met een grimmige ondertoon. Een goed voorbeeld daarvan is het werk ‘I think we’ve arrived’: een ruiter op een paard spreekt die woorden uit hoewel we zien dat het paard op een sokkel staat vast gemetseld. ,,Ik zit vast in mijn stijl. Maar ik heb wel iets bereikt.” Hij beseft dat hij in een luxe positie zit. ,,Ik voel me rijk, qua financiën en ideeën. Dat ik dit op mijn dertigste al mag bereiken is echt te gek. Zeker ook door mijn samenwerkingen met Patta en Rockwell.” Parra is niet van plan naar Londen te verhuizen, ondanks dat de meeste opdrachten daar vandaan komen. ,,Nee, ben je gek. Het enige dat ik wil is één keer per jaar een expositie, met zo’n 50 tot 100 werken. En dan ooit nog een groot boek maken met tekeningen. Verder niets.” Dit artikel stond in het septembernummer van Items Magazine. www.rockwellclothing.com
|