Graphic design, the remixOpvallend veel vormgevers zijn in hun vrije tijd muzikant of vj. Maar hoe verhouden vormgeving en muziek zich tot elkaar in hun oeuvre? De meeste ontwerpers zien muziek en design niet meer als afzonderlijke media: ,,Of je nou met samples schuift of met grafische blokken, het maakt niet uit.” ‘10 manieren om een nummer te registreren’ heette het eindexamenwerk uit 1996 van vormgever Richard Niessen. Het ging over 'alternatieven' voor het notenschrift, over hoe muziek geconstrueerd is. Dat deed hij door de gitaarhals over de kaart van Noord-Holland heen te leggen, waardoor de vingerposities overeenkwamen met combinaties steden. Of met om elkaar heen cirkelende planeten om de interactie van de verschillende instrumenten te verbeelden. Niessen (1972) heeft het onderwerp nooit meer los gelaten. De muziek van zijn band Howtoplays is sterk verbonden met zijn ontwerpen. ,,De ontwikkeling van mijn muziek en vormgeving zijn altijd gelijk op gegaan,” vertelt hij. ,,In het begin maakte ik een soort Oasis-rock. Maar het hoesje dat ik erbij fabriceerde was door geldgebrek helder en strak. Daardoor kreeg ik zin om met de muziek ook die kant op te gaan, om die gruizige muziek te structureren, net zo simpel te maken als de hoes.” Zijn muzikale vormgeving komt duidelijk tot uiting in het cd-boekje bij Songwriting Master. Omdat de liedjes akoestisch en rond waren, heeft Niessen dat gevuld met groene organische vormen en teksten die in halve cirkels op het papier staan. Ook de ‘machines’ die hij later uitgaf – een maandelijkse cd met een vouwbaar vel erbij dat songteksten, visuals en credits bevatte – konden zo van het papier ‘gelezen’ worden en bevatten veel verwijzingen naar knoppen op een dashboard of mengpaneel. Altijd probeerde hij de gelaagdheid van muziek in zijn ontwerpen te stoppen. ,,Vormgeving moet vaak een simpele boodschap uitstralen. In mijn werk zitten juist veel lagen. Je krijgt pas na verloop van tijd de structuren door. Je kunt er keer op keer naar kijken, net als het herhaald afspelen van een nummer. Elke keer hoor je weer iets nieuws.” Hij pakt er een vel bij met bruin-blauwe mozaïeken. ,,Ik ben echt benieuwd hoe zo’n vel nou zou klinken.” ‘Uit de hand gelopen hobby’ Toch speelt de muziekwereld wel een steeds belangrijker rol. Schmetz: ,,Het is een cirkeltje: hoe meer mensen je kent, hoe meer je in die wereld rondhangt. Steeds meer mensen uit de muziek zien je werk, dus je krijgt steeds meer opdrachtgevers.” Zo maakten 310 K pas een paar platenhoezen voor een label in New York en deden ze de huisstijl en flyers van de Sugarfactory in Amsterdam, waar ze ook een festival organiseren over de relatie tussen beeld en muziek - Betamax. Maar kennis over de muziekwereld is niet altijd zo vanzelfsprekend. Grafisch vormgevers maken vaak flyers en posters voor feesten, maar lang niet altijd zijn ze goed bekend met de muziek die er gedraaid wordt. Ontwerper Roel Wouters zocht juist wel die connectie met de muziek en ging voor de TANK-feesten van De Kring op bezoek bij de dj’s die er zouden gaan draaien, liet hen portretteren en schetste de flyer zelf met pen, potlood en viltstift. De vj is dood, leve de vj Gerald van der Kaap, de Nederlandse ‘godfather’ van het vj-en, begrijpt hun zorg, maar vindt ook dat een aantal vormgevers zich er ook niet te gemakkelijk van af mag maken. ,,Aanwezig zijn met wat spulletjes en videofiles is niet voldoende. Als je wordt uitgenodigd om ‘behang te maken, moet je achteraf niet klagen dat je ‘alleen maar’ behanger bent.” Maar ook hij ziet de toekomst van het vj-en vooral in korte live acts van muzikanten en beeldenmakers. ,,Dus samenwerken, interactief, interpassief of whatever. En als er dan veel gillende en mooie meisjes vooraan staan met hun handen in de lucht, dan is het goed. Ik zie het einde van de vj met optimisme tegemoet.” Alexander Zeh (DMOS) werkt onder de naam Mockmoon samen met een elektronisch componist. ,,We repeteren samen, hij met zijn muziek en ik met mijn visuals. Zo leren we beter te improviseren en bouwen we een chemie op.” Hij speelt in op de emoties van mensen door een gigantische mond op het scherm extreme gemoedstoestanden te laten fluisteren zoals ‘indulgance and abstinence’ (overdaad en onthouding). Zeh werkt ook live met jazzmuzikanten. ,,Ik breng filmfragmenten of videosamples mee: de muzikanten reageren op de soundtrack, waardoor een nieuwe soundtrack ontstaat, terwijl het originele beeld te zien blijft.” Videokunstenaar Rick Robin, van huis uit fotograaf, heeft geen vaste dj-partner maar een andere, originele vorm van aantrekkingskracht: hij gebruikt moderne dans voor zijn vj-werk. Hij filmt choreografieën en architectonische ruimtelijke elementen en vervormt die dan met soepele bewegingen. ,,Degene die het beste de muziek om kan zetten in beeld is een danser. Daar blijven de mensen ook naar kijken, blijkt. Ik wil ze naar het beeld toe zuigen.” Hij werkt nooit op de maat van de muziek omdat hij synchroniciteit met de muziek maar saai vindt. Mensen zouden automatisch toch elk ritme met de beat associëren. ,,Het is juist extra spannend om het off beat te doen.” Remixcultuur Vooral sinds de komst van de computer worden beeld en geluid niet meer als afzonderlijke media gezien. Niessen: ,,Op de pc werk je met blokjes samples, je werkt met een grid, in lagen, net als in vormgeven of zeefdrukken.” Zelf tekent hij niet met de computer, maar vindt de overeenkomst treffend: ,,Of je nou met samples schuift of met grafische blokken, het maakt niet uit.” Hij organiseerde zelfs in 2001 samen met Harmen Liemburg het remix-evenement JACK 04 waarbij een cd, opgeknipt in stukjes muziek, tekst en beeld-samples aan dichters, muzikanten en vormgevers werd gegeven om multidisciplinair te remixen. De grootste uitdaging op het remixvlak is misschien wel de Matthäus Passion - New Generation Remix. Het meesterwerk van Bach wordt sinds 2003 jaarlijks vernieuwd door hedendaagse dj’s en designers, onder leiding van dj Joost van Bellen en vj Gerald van der Kaap. Volgens Kaap is de Matthäus Remix ,,weer een nieuwe stap naar integratie van beeld en geluid.” Studio Frank en Lisa, die vorig jaar op Visual Sensations nog de eerste prijs wonnen op het eerste vj-contest van de Benelux, verzorgden het beeld bij het door Don Diablo geremixte slotstuk. ,,We namen het inhoudelijke verhaal van de dood van Christus, en zochten naar vergelijkingen door de eeuwen heen,” vertelt Frank Schaap. ,,Er zijn veel mensen om hun woorden en daden ter dood gebracht. Martin Luther King, John Lennon, maar ook iemand als Jeanne D’arc die op de brandstapel werd gegooid.” Frank en Lisa maakten videoprojecties van uitspraken, de naam van de moordenaar en foto’s van deze ‘martelaars’. Die projecteerden ze op het witte gewaad van de danser die daardoor leek op een hogepriester. Terwijl Frank & Lisa aan de slag gingen met de remix van Don Diablo, werd er elders in Amsterdam heel anders gewerkt. Ontwerper Roel Wouters bedacht het concept van zijn stukje Matthäus Passion samen met zijn aangewezen muzikale partner Kraak & Smaak. ,,Het remixen van de muziek ging gelijk op met mijn vorderingen,” vertelt hij. Het werd een interactieve performance, waarbij elke bezoeker een grote stip kreeg die van een kant geel, van een kant roze was. Wouters: ,,In de echte Passion laat Pilatus het volk kiezen of schurk Barabas of de Messias vrijgelaten mag worden. Het volk koos voor Barabas, waardoor de Christenen vol schuld kwamen te zitten. Nu mocht het publiek opnieuw kiezen.” Iedere bezoeker hield de roze of de gele stip omhoog, de camera filmde van bovenaf en speciaal geschreven software registreerde de stippen: de weegschaal zou omslaan naar Jezus of naar Barabas. ,,En daar reageert de muziek weer op, bij Barabas zou er een ander vervolg komen dan bij Jezus.” Uiteindelijk was het dus de muziek, en niet het beeld dat dienstbaar was. In een vergaande vorm van interactie werd de muziek gecontroleerd door het publiek, de software, én de ontwerper. Dit artikel stond in geredigeerde versie, en voorzien van verschillende kaders van voorbeelden, in Items Magazine van mei/juni 2006.
|